Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Steppekievit
Steppekievit
Vanellus gregarius | Sociable lapwing | Avefría sociable
Een zandkleurige kievit van de Kazachse steppe die in West-Europa vrijwel altijd tussen kieviten of goudplevieren staat. Wie hem vindt, vindt hem meestal in de herfst, in een groep die net iets te lang op één vogel blijft hangen.
Geluid
Meestal zwijgzaam in gemengde groepen, en dat maakt het zoeken lastiger. Bij opvliegen of onrust klinkt een schor, kort kretsj of tsjerk, harder en droger dan het klaaglijke kie-wiet van de kievit. Op de broedgrond gaat het over in een snel, boos ratelend rek-rek-rek-rek. Wie een groep kieviten hoort waar één stem duidelijk uit de toon valt, doet er goed aan door te kijken.
Opname: Marie-Lan Taÿ Pamart — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Iets kleiner en slanker dan de kievit, zonder kuif, met lange zwarte poten en een korte zwarte snavel. In najaars- en winterkleed, waarin je hem hier vrijwel altijd ziet, is de vogel zandbruin tot grijsbruin met een vuilwitte buik en een sterk getekende kop: een donkere kruin, een donkere oogstreep en daartussen een brede, roomwitte wenkbrauwstreep die op het voorhoofd en in de nek samenkomt. In prachtkleed wordt de kruin diepzwart, de wenkbrauw helder wit, de wang okergeel en verschijnt op de buik een zwarte vlek die achterwaarts in kastanjebruin overgaat. In vlucht toont de bovenvleugel drie zones: bruine dekveren, helder witte armpennen en zwarte handpennen. Stuit en staart zijn wit met een zwarte eindband. Jonge vogels lijken op winterkleed maar hebben bleke veerzomen met donkere lijntjes en een zwaar gestreepte borst.
Verwarringssoorten
De kievit is groter en zwaarder, heeft een kuif, brede afgeronde vleugels en oogt zwart-wit met groene glans; de steppekievit is zandbruin, kuifloos en staat hoger op de poten. De goudplevier is korter van poot, goudgeel gespikkeld, heeft geen kopstreping en toont in vlucht een egaal witte ondervleugel zonder zwarte handpennen. De grootste valkuil is de witstaartkievit: die heeft een egale, ongetekende kop, gele poten en een geheel witte staart zonder eindband. Let bij twijfel op de kopstreping, de zwarte poten en, zodra de groep opvliegt, op het driekleurige vleugelpatroon.
Leefgebied
In Europa vrijwel altijd op kort, droog grasland en kale akkers: stoppels, geploegd land, vliegvelden, zeedijken en beweide polders, altijd in gezelschap van kieviten of goudplevieren. In het broedgebied kortgrazige, droge steppe met kale plekken, bij voorkeur bij nederzettingen en waar vee de vegetatie kort houdt; die begrazing is voor de soort geen bijzaak maar een voorwaarde.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van de steppen van Kazachstan en aangrenzend Zuid-Rusland. De trek loopt over Zuidoost-Turkije, Syrië en Irak naar de winterkwartieren in Soedan, Eritrea, Israël, het Arabisch Schiereiland en Noordwest-India; bij Ceylanpınar in Turkije en bij Talimarzjan op de grens van Oezbekistan en Turkmenistan verzamelen zich in het najaar de grootste groepen. In Nederland en België gaat het om enkele gevallen per jaar tot enkele per decennium, met een duidelijk zwaartepunt in september en oktober. In Spanje en Portugal is de soort een grote zeldzaamheid die vooral in de winter tussen kievitgroepen op de graanvlakten opduikt.
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Werk in september en oktober systematisch grote kievit- en goudplevierengroepen af op stoppelvelden en pas ingezaaide akkers, het liefst na een periode met oostenwind. Zoek naar een vogel die zandbruiner is, geen kuif heeft en hoger op de poten staat; de kopstreping springt eruit zodra hij zijn kop optilt. Blijf wachten tot de groep opvliegt: het witte armpennenveld tegen zwarte handpennen is op afstand het snelste kenmerk.
Staat van instandhouding
Ernstig bedreigd (IUCN: Critically Endangered). De aantallen zakten in de twintigste eeuw naar een fractie van het oude niveau; de wereldpopulatie wordt op enkele tienduizenden vogels geschat. Recente najaarstellingen van duizenden vogels bij Talimarzjan laten zien dat de soort niet zo dun gezaaid is als lang werd gevreesd, maar de lage overleving van volwassen vogels blijft het kernprobleem. Jacht langs de trekroute in het Midden-Oosten, het wegvallen van extensieve beweiding op de steppe en het scheuren van steppegrond voor akkerbouw zijn de zwaarste drukfactoren.



