Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Indische kievit
Indische kievit
Vanellus indicus | Red-wattled lapwing | Avefría india
Een grote, rumoerige kievit van het Indiase subcontinent die aan de rand van het Palearctisch gebied, langs de Eufraat en de Tigris, net Zuidoost-Turkije binnenkomt. In Europa daarbuiten is elke waarneming een discussie waard, want de soort wordt ook gehouden.
Geluid
Luid en aanhoudend, dag en nacht. De alarmroep is het bekende, scherp uitgesproken tie-tie-doe-wiet, in het Engels weergegeven als did-he-do-it; bij toenemende onrust versnelt en verhoogt de reeks tot een doordringend geratel. Ook in vlucht en op de slaapplaats roept de vogel. In het broedgebied laat elke passerende reiger, hond of vogelaar de hele omgeving het weten.
Opname: Manoj Karingamadathil — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Fors, ongeveer zo lang als een kievit maar langpotiger en met een langere hals. Kruin, gezicht, keel en borst zijn zwart; daar loopt vanaf de wang een brede witte band langs de halszijde omlaag naar de witte buik. De bovendelen zijn lichtbruin met een paarse en groene glans. Onmiskenbaar zijn de rode, vlezige lel voor het oog, de rode snavel met zwarte punt en de lange gele poten. In vlucht toont de bovenvleugel een brede witte band over de dekveren tussen bruin en zwart, met een witte stuit en een zwarte staartband. Jonge vogels zijn doffer, met een bruinzwarte kap, een kleinere lel en lichte veerzomen op de rug.
Verwarringssoorten
De sporenkievit, die in delen van Turkije naast de indische kievit voorkomt, heeft geen lel, een gaafwitte wang en keel, zwarte poten en een zwarte buikstreep; de indische kievit heeft juist een zwarte keel, gele poten en de rode lel. De kievit is korter van poot, draagt een kuif en mist elk rood in het gezicht. Bij afstandswaarnemingen is het patroon van de halszijde beslissend: bij de indische kievit loopt de witte band als een smalle wig langs een zwarte hals omlaag. Let bij vermoedelijke dwaalgasten ook op de conditie van het verenkleed en op de poten, want een gesleten kleed, een ring of een opvallend tamme vogel wijzen een andere kant op.
Leefgebied
Open, natte cultuurgronden: geïrrigeerde akkers, oevers van rivieren en kanalen, drooggevallen randen van stuwmeren en visvijvers, grindbanken en vochtige weiden. De soort mijdt gesloten vegetatie en zoekt kale, vlakke grond met water binnen bereik; ook langs dorpsranden en op braakliggende terreinen bij bebouwing is hij te vinden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Irak, Zuidwest-Iran en de Perzische Golf oostwaarts tot Zuidoost-Azië; de westelijke ondersoort bereikt via de Eufraat en de Tigris Zuidoost-Turkije en breidt daar langzaam uit. Verder westelijk in Europa zijn er slechts enkele gevallen, verspreid over landen en jaren. Een deel daarvan is omstreden: de soort wordt in Europa in collecties gehouden en een aantal waarnemingen gaat terug op ontsnapte vogels, waardoor commissies gevallen soms in categorie E plaatsen of onbeoordeeld laten. Dat is geen bezwaar tegen de soort, maar het hoort bij het beeld.
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Voor een zekere vogel is Zuidoost-Turkije het adres: de Eufraatvallei rond Birecik en Halfeti, van april tot september, waar de soort langs grindbanken en geïrrigeerd land staat. Zoek in de vroege ochtend op kale oevers en luister; de vogel roept vrijwel onophoudelijk. Duikt er verder westelijk een kandidaat op, noteer dan zorgvuldig de staat van het kleed, eventuele ringen en het gedrag, want dat bepaalt of het geval standhoudt.
Staat van instandhouding
Wereldwijd Niet Bedreigd (IUCN: Least Concern) en in Zuid-Azië algemeen tot talrijk, ook in stedelijk gebied. In het westen van het areaal, in Irak en Iran, gaat de soort achteruit door drooglegging van moerassen en het verdwijnen van traditionele irrigatie. De Turkse populatie is klein maar lijkt stabiel tot toenemend; waterbouw langs de Eufraat is daar de grootste onzekerheid.




