Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Sporenkievit
Sporenkievit
Vanellus spinosus | Spur-winged lapwing | Avefría espolonada
De enige kievit van dit gezelschap met een vaste Europese broedpopulatie: in de Griekse delta's, langs de Turkse kust en sinds kort op Cyprus. Een luidruchtige, zwart-wit-zandkleurige vogel die elke bezoeker van zijn territorium al van verre uitfoetert.
Geluid
De opvallendste stem van alle kieviten in Europa. Het territoriumgeluid is een hard, metaalachtig en eindeloos herhaald tik-tik-tik of pit-pit-pit, dat bij onraad overgaat in een ritmisch, ver dragend tie-tie-ter-el, in de Engelse literatuur weergegeven als did-he-do-it. De vogel roept ook 's nachts. In de praktijk hoor je hem bij een Griekse zoutpan altijd eerder dan je hem ziet.
Opname: A.R. Gregory / The British Library — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Kleiner en compacter dan de kievit, met lange zwarte poten en een korte zwarte snavel. Kruin, voorhoofd en keel zijn diepzwart en lopen als een kap door tot op de borst en het midden van de buik; daar tegenaan staat een gaafwitte wang die als een brede band langs de halszijde omlaag loopt. Mantel en vleugeldekveren zijn zandbruin tot grijsbruin, de flanken en de onderstaartdekveren wit. De iris is donker wijnrood. Aan de vleugelboeg zit een korte zwarte spoor, die bij de zittende vogel onder de veren verdwijnt. In vlucht is de tekening spectaculair: bruine voorvleugel, brede witte band, zwarte slagpennen, witte stuit en een witte staart met brede zwarte eindband. Jonge vogels hebben een dofbruine kap met lichte veerzomen in plaats van gitzwart.
Verwarringssoorten
Binnen zijn Europese broedgebied is verwarring vooral mogelijk met de kievit, die groter is, een kuif draagt en van dichtbij groen en paars glanst; de sporenkievit is kuifloos en toont een scherp begrensd zwart-wit koppatroon. De witstaartkievit, die in dezelfde Griekse en Turkse moerassen als dwaalgast opduikt, heeft een egale beige kop zonder zwart, gele poten en een geheel witte staart. De indische kievit, in Zuidoost-Turkije, verraadt zich door de rode lel voor het oog, de rode snavel en de gele poten. Let bij jonge sporenkieviten op de vorm en de plaats van de kap: die reikt altijd tot ver op de buik.
Leefgebied
Kale, natte oevers: slikranden van riviermondingen en lagunes, dijkjes en kanaaltjes van zoutpannen, drooggevallen modderplaten, grindbanken in rivierbeddingen en de randen van geïrrigeerd land. Broedt op open, kaal terrein vlak bij water en houdt daar felle wacht; het nest ligt vaak op een kiezelbank of een kale dijk waar niets te verbergen valt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
In Europa broedt de soort in Noordoost-Griekenland en Macedonië, met de Evrosdelta, de Nestosdelta, de Axios- en Aliakmonasmonding en het Kerkinimeer als kerngebieden, en verder op Lesbos en enkele andere eilanden. Aan de andere kant van de Evros gaat het gebied naadloos over in Europees en Aziatisch Turkije, waar de soort veel talrijker is; op Cyprus heeft hij zich in de laatste decennia gevestigd. De Griekse en Turkse vogels zijn zomervogels die eind maart terugkomen en in augustus en september wegtrekken naar het Midden-Oosten en Noordoost-Afrika; verder zuidelijk, in Israël en Egypte, blijft de soort het hele jaar.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in april, mei of juni naar de zoutpannen van Kalloni op Lesbos of naar de Evrosdelta en rij langzaam langs de dijkjes. Draai het raampje open: het aanhoudende tik-tik-tik wijst je naar het territorium, en zodra je een broedpaar nadert komt de vogel je luidruchtig tegemoet. In de vroege ochtend staan ze op de kale randen van de pannen, later op de dag trekken ze zich terug in de schaduw van de dijk.
Staat van instandhouding
Wereldwijd Niet Bedreigd (IUCN: Least Concern) en in het Middellandse Zeegebied eerder in uitbreiding dan in verval: de soort is Cyprus gaan bevolken en neemt in Israël en Turkije toe. De Europese broedpopulatie is niettemin klein en geconcentreerd in een handvol delta's. Drooglegging en het reguleren van rivierafvoer, het verdwijnen van kale grindbanken en verstoring van nesten op dijken en stranden zijn de reële bedreigingen; ook het opgeven van kleinschalige zoutwinning kost broedgelegenheid.




