Alle soorten › Zangvogels › Kwikstaarten en piepers › Australische pieper
Australische pieper | Anthus australis
Australian Pipit | Bisbita australiano
De australische pieper is de bruine, gestreepte vogel die overal in Australië op de grond loopt waar het open is: langs wegen, over kaalgegraasde weiden, op stoffige vlakten en in gibbervelden. Hij is klein, slank en onopvallend, wipt voortdurend met zijn lange staart en vliegt bij benadering op met een golvende vlucht en een dun roepje. Het is een van de weinige vogels die je in bijna elk Australisch landschap buiten het bos tegenkomt.
Geluid
De roep is een dun, scherp en licht opklimmend tsiep of tsjwiep, meestal gegeven op het moment dat de vogel opvliegt of tijdens de golvende vlucht, en vaak het eerste wat je van hem merkt. De zang is een eenvoudige, eentonige herhaling van datzelfde hoge zinnetje, aaneengeregen tot een reeks, gebracht vanaf een paaltje, een hek of een steen, of tijdens een korte baltsvlucht waarbij het mannetje omhoog klimt, even blijft hangen en al zingend weer omlaag zweeft. Het geheel is ijl en opvallend weinig gevarieerd — het herkennen van een pieper op geluid helpt je in Australië wel aan het genus, maar niet aan de soort.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een slanke grondvogel van zestien tot achttien centimeter met een lange staart, lange poten en een dunne, spitse snavel. De bovenzijde is zandbruin tot grijsbruin met vage donkere lengtestrepen, de onderzijde vuilwit tot licht oker met een duidelijk gestreepte borst en ongestreepte buik. Op de kop staat een lichte wenkbrauwstreep boven een donkere oogstreep, en vanuit de snavelbasis loopt een donkere baardstreep langs de keel — die streep en de lichte keel eronder geven het gezicht een tekening die een leeuwerik mist. De buitenste staartpennen zijn wit en vallen op zodra de vogel wegvliegt. Kenmerkend is het gedrag: hij loopt en rent in plaats van te hippen, staat rechtop stil, en wipt daarbij aanhoudend met de staart op en neer.
Verwarringssoorten
De eerlijke boodschap eerst: de nieuw-zeelandse pieper (Anthus novaeseelandiae) is in het veld praktisch niet van deze soort te onderscheiden. Beide zijn pas onlangs, in de taxonomie die deze gids volgt, gesplitst uit wat daarvóór samen als één soort — de vogel die in de oudere literatuur Richard's Pipit heet — werd beschouwd; de verschillen zitten in gemiddelden van maat en tint waar een veldwaarnemer niets aan heeft. Ze worden in de praktijk dan ook uitsluitend op verspreidingsgebied uit elkaar gehouden: een pieper in Australië is deze soort, een pieper in Nieuw-Zeeland de andere. De echte veldverwarring is er met de veldleeuwerik (Alauda arvensis), die in het zuidoosten van Australië is ingevoerd: die is gedrongener, heeft een stompe kuif, een kortere staart, een zwaardere snavel, wipt niet met de staart en toont in de vlucht een witte achterrand langs de vleugel. De oosterse struikleeuwerik (Mirafra javanica) is kleiner, veel korter van staart en heeft een roodbruin vleugelveld. De roodstuitgrasvogel (Cincloramphus mathewsi) en de roetbruine grasvogel (Cincloramphus cruralis) zijn groter, donkerder en missen de witte staartzijden.
Leefgebied
Open, kortbegroeide of kale grond in alle soorten: Mitchellgrasland en ander droog grasland, savanne met verspreide eucalypten, saltbush- en bluebushvlakten, gibbervlakten, duinranden, bermen, stoppelvelden en kaalgegraasd weiland, en tot in de alpiene kruidenvelden van de Snowy Mountains. Hij heeft geen water en geen bomen nodig, alleen zicht en lage begroeiing, en nestelt in een kommetje op de grond in de beschutting van een graspol of een steen. Pas afgebrand of pas gemaaid terrein trekt hem juist aan.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Over vrijwel heel Australië verbreid, van de kust tot in de binnenlandse woestijnranden, inclusief Tasmanië, en een van de weinige zangvogels die je zowel in het natte zuidoosten als op de droogste gibbervlakten kunt tegenkomen. In het aride binnenland verplaatst hij zich met de regen en de daaropvolgende grasgroei mee, zodat de aantallen daar van jaar tot jaar sterk wisselen; in het zuiden en langs de kust is hij standvogel. Buiten Australië komt de soort in de opvatting die deze gids volgt niet voor: de piepers van Nieuw-Zeeland horen bij de nieuw-zeelandse pieper.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kijk niet naar het verenkleed maar naar de staart. Elke kleine bruine gestreepte vogel die op een Australische zandweg vóór de auto uit rent, rechtop gaat staan en dan ritmisch met de staart wipt, is deze soort — het wippen doet geen enkele leeuwerik hem na. Vliegt hij weg, kijk dan of de vleugel een witte achterrand heeft: is die er, dan heb je een veldleeuwerik en geen pieper gezien.
Staat van instandhouding
Nog niet beoordeeld (NE): omdat de soort pas onlangs is afgesplitst, staat ze in de wereldwijde Rode Lijst nog niet onder haar eigen naam, en ook grote gegevensbestanden kennen haar vaak nog niet apart. Inhoudelijk is er weinig reden tot zorg: het areaal beslaat een heel werelddeel, de soort gedijt juist op kort begraasd land en in agrarisch landschap, en ze wordt overal in grote aantallen gezien. Plaatselijk kan intensieve beweiding, verdichting van grasland of het afwezig blijven van regen in droge jaren de dichtheid tijdelijk sterk drukken; van een langdurige afname is niets bekend.
Wetenschappelijke naam
Anthus australis | Vieillot, 1818
Vieillot beschreef de soort in 1818, met Sydney in Nieuw-Zuid-Wales als typelocatie; de naam staat zonder haakjes omdat de vogel nog altijd in het geslacht staat waarin hij is beschreven. Anthus is het Latijnse anthus, ontleend aan het Griekse anthos, de naam van een kleine grasvogel bij Plinius en Aristoteles; australis betekent eenvoudig 'zuidelijk'. Lange tijd werd deze vogel samengevoegd met de piepers van Nieuw-Zeeland, Nieuw-Guinea en zelfs Azië tot één wijdverbreide soort onder de naam Anthus novaeseelandiae, waarvan de naam australis dan een ondersoort was; de opsplitsing die deze gids volgt geeft de naam van Vieillot zijn oude zelfstandige plaats terug.




