Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Australische vlagstaartijsvogel

Australische vlagstaartijsvogel | Tanysiptera sylvia

Buff-breasted Paradise-Kingfisher | Alción colilargo silvia

De Australische vlagstaartijsvogel is de meest uitbundige vogel van het Australische laaglandregenwoud: een blauwe ijsvogel met een grote rode snavel, warm okergele onderdelen, een witte rugvlek en twee lange witte staartveren die als wimpels achter hem aan zweven. Hij is er maar een halfjaar — in november komt hij uit Nieuw-Guinea aan om te broeden, en in april is hij weer weg.

Australische vlagstaartijsvogel (Tanysiptera sylvia)
Foto: Graham Winterflood from Cairns, Australia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep die het regenwoud vanaf eind november vult is een helder, herhaald tsjoe-ka tsjoe-ka tsjoe-ka, ook wel weergegeven als tsj-kau, in reeksen van enkele noten en vaak begeleid door een opvallend heen en weer zwaaien van de lange staart. Paren roepen elkaar de hele ochtend door. Bij het nest klinkt een harder, korter geraas als er een indringer nadert; buiten het broedseizoen is de vogel hier niet aanwezig en dus ook niet te horen.

Luister: ZangXC777892

Opname: Zebedee Muller — CC BY-NC-SA 4.0 · Smithfield, Cairns Regional, Queensland, Australia · xeno-canto

Herkenning

Onmiskenbaar: het mannetje meet met staartveren en al vijfendertig centimeter, waarvan de twee verlengde middelste staartveren dertien centimeter voorbij de rest uitsteken en in een verbreed, spatelvormig wit uiteinde eindigen; bij het vrouwtje is het geheel dertig centimeter met acht centimeter uitsteeksel. De snavel is groot en koraalrood, de kruin en vleugels zijn diep blauw tot paarsblauw, de onderdelen warm okerbruin, en midden op de rug staat een witte vlek. Het lichaam zelf is niet groter dan dat van een heilige ijsvogel — alles wat opvalt zit in de snavel en de staart.

Verwarrings­soorten

Geen enkele andere ijsvogel in Australië draagt verlengde staartveren, zodat een goed gezien exemplaar niet te verwarren is. Alleen een vogel met afgebroken of nog niet volgroeide staartwimpels kan twijfel geven; dan beslissen de rode snavel, de witte rugvlek en de okerkleurige onderdelen, want alle Todiramphus-ijsvogels hier — heilige ijsvogel (Todiramphus sanctus), Macleays ijsvogel (Todiramphus macleayii) en verwanten — hebben een zwarte snavel, geen wit op de rug en witte of crèmekleurige onderdelen. De kleine geelsnavelijsvogel (Syma torotoro) heeft eveneens een lichte snavel, maar die is geel en de vogel is oranje van kop met een korte staart.

Leefgebied

Tropisch laaglandregenwoud en lianenstruweel, bij voorkeur waar de bodem open is en er stevige aardtermietennesten staan. Zo'n grondtermietennest is voor het nest onmisbaar: het paar graaft er in drie tot vier weken een gang van ongeveer vijftien centimeter in uit, tot een broedkamer in het hart van de heuvel. Hij jaagt vanaf een lage tak in de schaduw van de onderste boomlaag op insecten, wormen, slakken en kleine hagedissen die hij van de bosbodem plukt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Alleen het noordoosten van Queensland, in de smalle kustzone van laaglandregenwoud tussen ongeveer Cooktown en Townsville — de Wet Tropics rond de Daintree, Julatten, de Atherton Tablelands en Mission Beach — plus Kaap York. Hij is er van november tot begin april; daarna trekt de hele broedpopulatie over de Straat Torres naar Nieuw-Guinea, een reis van vierhonderd tot tweeduizend kilometer. In Nieuw-Zeeland komt hij niet voor.

  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga tussen eind november en maart een regenwoudpad in de Wet Tropics af — Mission Beach, de Daintree of Julatten — en luister eerst: de herhaalde tsjoe-ka-reeks verraadt de vogel voordat je hem ziet. Zoek daarna op ooghoogte in de schemerige onderste boomlaag, want hij zit lager dan je verwacht, en let op de witte wimpels die ook in het donkere bos oplichten. Blijf uit de buurt van een termietennest waar een paar aan het graven is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) op wereldschaal, want de soort is over Nieuw-Guinea en de omliggende eilanden wijdverbreid. De Australische broedvogels vormen echter een smalle strook die volledig afhangt van het kustlaaglandregenwoud, juist het bostype dat in Queensland het sterkst is gekapt voor suikerriet en bebouwing, en zij hebben bovendien intacte grondtermietennesten nodig. Cyclonen die het laaglandbos platleggen en het verlies van corridors tussen bosresten zijn de voornaamste plaatselijke druk.

Wetenschappelijke naam

Tanysiptera sylvia | Gould, 1850

John Gould beschreef de soort in 1850 als Tanysiptera sylvia, en in dat geslacht staat ze nog steeds, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. De geslachtsnaam gaat terug op het Griekse tanusipteros, 'met lange veren' of 'langvleugelig', en slaat op de verlengde staartveren die de hele groep kenmerken. Het epitheton sylvia komt van het Latijnse silva, 'bos'. De typelocatie is Kaap York in Queensland.