Alle soorten › Pelikaanachtigen › Ibissen en lepelaars › Australische witte ibis
Australische witte ibis | Threskiornis molucca
Australian White Ibis | Ibis blanco australiano
De Australische witte ibis is de grote witte vogel met de kale zwarte kop en de lange kromme snavel die in een halve eeuw van de binnenlandse moerassen naar het stadspark is verhuisd. In Sydney en Brisbane loopt hij over de gazons en tussen de picknicktafels, en de bijnaam bin chicken — vuilnisbakkip — dankt hij aan zijn gewoonte om afvalbakken leeg te halen. In de moerassen waar hij thuishoort, gaat hij juist achteruit.
Geluid
Grotendeels een zwijgende vogel; buiten de kolonie hoort men hem zelden. Bij de nesten en op slaapplaatsen klinkt een laag, gerekt en schor gekrijs, haa-aa, dat het meest op gekreun lijkt en waar tientallen vogels aan meedoen. Daarnaast korte, harde grommen bij ruzie om een nestplaats, en een dof geklepper van de snavel bij de begroeting. Jonge vogels bedelen met een schril, aanhoudend gepiep.
Opname: James Ray — CC BY-SA 4.0 · Collins St at Botany Rd (near Beaconsfield), Council of the City of Sydney, New South Wales, Australia · xeno-canto
Herkenning
Een grote, geheel witte vogel van ruim zeventig centimeter met een kale, zwarte kop en hals en een zware, naar beneden gebogen zwarte snavel. De poten zijn zwart, met rood bij de dijen in de broedtijd; op de vleugel staan zwarte slagpenpunten die pas in de vlucht een duidelijke zwarte achterrand vormen. Onder aan de hals hangen bij volwassen vogels roomkleurige sierveren, en de kale huid onder de vleugel verkleurt in de broedtijd van vuilroze naar donker scharlaken. Het vrouwtje is kleiner en heeft een kortere snavel. Jonge vogels hebben een bevederde hals. In de vlucht strekt hij hals en poten en zweeft hij in V-formatie.
Verwarringssoorten
De strohalsibis (Threskiornis spinicollis) deelt dezelfde velden maar heeft een zwarte, glanzende rug en vleugel en gele draadveren op de hals, en zoekt liever droog grasland dan water. De koningslepelaar (Platalea regia) is even wit en heeft dezelfde zwarte kale kop, maar zijn snavel is recht en aan het eind afgeplat, en hij maait zijwaarts door het water in plaats van te sonderen. De zwarte ibis (Plegadis falcinellus) is veel kleiner en donker.
Leefgebied
Van huis uit ondiepe zoetwatermoerassen, rietmoeras, lagunes, overstroomde vlakten en melaleucamoerasbos, waar hij in kolonies van duizenden broedt en met de snavel in de modder naar rivierkreeft en mosselen voelt. Daarnaast beweid grasland en akkerland. Sinds de jaren zeventig ook, en steeds meer, stadsparken, sportvelden, schoolpleinen, rioolwaterbekkens en vuilstorten, waar hij op afval en menselijk voedsel leeft en op gebouwen en palmen slaapt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Over het noorden en oosten van Australië, van de Kimberley en het Top End tot Kaap York en zuidwaarts tot Victoria en Zuid-Australië. In West-Australië ontbrak hij vóór de jaren vijftig geheel en breidt hij zich nog steeds uit; op Tasmanië komt hij niet voor. Buiten Australië leeft hij op Nieuw-Guinea, de Molukken en de kleine Soenda-eilanden. Hij trekt niet in de gewone zin, maar volgt het water: na een goede natte tijd in het Murray-Darlingbekken lopen de binnenlandse kolonies vol, en in droge jaren schuiven de vogels naar de kust en de steden.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Elk stadspark aan de oostkust levert hem binnen tien minuten; de moeite zit in de andere helft van het verhaal. Zoek in een natte zomer, van december tot maart, een broedkolonie op in een rietmoeras of een melaleucabos van het binnenland, bijvoorbeeld in de Macquarie Marshes: duizenden vogels bij elkaar zijn een heel ander schouwspel dan een ibis bij een afvalbak. Let daar op de scharlakenrode huid onder de vleugel, die alleen in de broedtijd te zien is.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), maar die categorie verbergt twee tegengestelde bewegingen. In de steden van de oostkust is hij sterk toegenomen en plaatselijk zo talrijk dat hij als overlast geldt bij vliegvelden, terrassen en waterwinning. In het binnenland, in de moerassen waar hij hoort, is hij juist achteruitgegaan met de ontwatering en de wateronttrekking van het Murray-Darlingbekken: de kolonies broeden er minder vaak en minder groot. Nieuw-Zuid-Wales voert hem daarom in het binnenland als soort van zorg terwijl hij in Sydney wordt weggejaagd.
Wetenschappelijke naam
Threskiornis molucca | (Cuvier, 1829)
Cuvier beschreef de vogel in 1829 als Ibis molucca; omdat hij later naar een ander geslacht is verplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Threskiornis werd in 1842 ingevoerd door G.R. Gray, uit het Griekse thrēskos, 'godsdienstig', en ornis, 'vogel' — naar de heilige ibis van Egypte, de typesoort. molucca betekent 'van de Molukken', waar het beschreven exemplaar vandaan zou komen; de spelling moluccus komt in de literatuur ook voor.




