Alle soortenStormvogelachtigenAlbatrossen › Grote albatros

Grote albatros | Diomedea exulans

Snowy Albatross | Albatros viajero

Geen levende vogel spant zijn vleugels verder dan de grote albatros: gemeten exemplaren halen 3,5 meter, en bij uitzondering meer. In dit gebied is hij de witste van de reuzenalbatrossen — oude mannetjes zijn vrijwel geheel wit met alleen zwarte vleugelpunten — maar hij is hier tegelijk veel schaarser dan zijn Nieuw-Zeelandse tegenhanger, de antipodenalbatros.

Grote albatros (Diomedea exulans)
Foto: JJ Harrison ( https://tiny.jjharrison.com.au/t/fCEqOJC1cJUcoIOa ) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee is hij vrijwel stom; achter een vissersschip klinkt hooguit een keelachtig gegrom en snavelgeklapper bij het vechten om aas. In de kolonie draagt de balts een hoog, trompetterend geschal over de hellingen, afgewisseld met gekreun, geratel en een droog klikken van de snavel, terwijl de vogel met opgeheven kop en wijd gespreide vleugels om zijn partner heen draait.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Ongeveer 120 cm lang, spanwijdte doorgaans 3,0 tot 3,1 m en een gewicht van 8 tot 10 kg; mannetjes zijn duidelijk groter dan vrouwtjes. De snavel is enorm en roze tot zalmkleurig, zonder zwarte snijrand. Jonge vogels zijn chocoladebruin met een wit gezicht; met de jaren wordt het lichaam wit en het wit breidt zich vanuit de rug over de bovenvleugel uit, tot bij oude mannetjes alleen de vleugelpunten en de achterrand nog zwart zijn. Fijne donkere golflijntjes op het lichaam blijven zichtbaar, en veel vogels dragen een perzikkleurige veeg achter het oor. De ondervleugel is wit met een smalle zwarte rand.

Verwarrings­soorten

De antipodenalbatros (Diomedea antipodensis) is het echte probleem, en de literatuur is er duidelijk over dat lang niet elke vogel op zee te benoemen is. Antipodensis is gemiddeld kleiner (rond 110 cm) met een lichtere snavel, en wordt nooit zo wit: het witste mannetje houdt zwart over de buitenste twee derde van de bovenvleugel, en vrouwtjes blijven levenslang bruin met een wit gezicht. Gebruik dus niet alleen 'bruin of wit' maar de combinatie van kleedstadium en formaat, en wees bereid een vogel onbenoemd te laten. De zuidelijke koningsalbatros (Diomedea epomophora) en de noordelijke koningsalbatros (Diomedea sanfordi) hebben nooit een bruin lichaam, missen de perzikvlek en dragen een zwarte snijrand langs de bovensnavel; de koningsalbatrossen ogen ook wat bonkiger en vliegen met de kop meer ingetrokken. Alle mollymawks, van de witkapalbatros (Thalassarche cauta) tot de wenkbrauwalbatros (Thalassarche melanophris), zijn veel kleiner, met een donkere bovenvleugel en een donkere snavel met geel.

Leefgebied

De open Zuidelijke Oceaan tussen ruwweg 28 en 60 graden zuiderbreedte, met een voorkeur voor gebieden met aanhoudende wind: hij zweeft er op de golfwind, vrijwel zonder vleugelslag. Voedsel bestaat vooral uit inktvis en vis, veel daarvan aan de oppervlakte en 's nachts, plus aas en afval achter schepen. Broeden doet hij op open tussock- en kruidenhellingen van subantarctische eilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Binnen het kaartvenster broedt hij alleen op Macquarie-eiland, met een uiterst kleine kolonie van hooguit een paar tientallen vogels; de grote kolonies liggen buiten dit venster, op Zuid-Georgië en de eilanden van de Indische Oceaan. Op zee is hij te verwachten in de zuidelijke Tasmanzee en in de subantarctische wateren ten zuiden van Nieuw-Zeeland, waaronder de zee voor Kaikoura, en verder op diepwatertochten voor Tasmanië en Zuid-Australië. Hij is hier overal in de minderheid ten opzichte van de antipodenalbatros.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De beste kansen liggen op een diepwatertocht ten zuiden van het gebied — Eaglehawk Neck op Tasmanië, of de zuidelijke Nieuw-Zeelandse wateren — en bij Kaikoura, waar de vogels vlak achter de boot komen. Kijk naar de bovenvleugel: alleen bij deze soort loopt het wit vanaf de rug over de binnenvleugel door tot ver naar buiten. Zoek ook naar de perzikkleurige oorvlek, die de antipodenalbatros en de koningsalbatrossen missen.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (VU), met wereldwijd ongeveer 8.050 broedparen en een stand die op de meeste eilanden daalt. Sterfte aan de beugelvisserij is de hoofdoorzaak: de vogel duikt naar het aas aan de haken en verdrinkt. De kolonie op Macquarie-eiland is tot enkele paren teruggevallen en hangt aan een zijden draad, ook al zijn de ingevoerde katten, ratten en konijnen daar inmiddels uitgeroeid. Plastic dat de ouders aan de jongen voeren en de lange generatieduur — een paar brengt hooguit eens in de twee jaar één jong groot — maken elk herstel traag.

Wetenschappelijke naam

Diomedea exulans | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Diomedea exulans, en in dat geslacht staat ze nog, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. exulans is Latijn voor 'balling' of 'rondzwervend' en slaat op de eindeloze tochten over de oceaan. Linnaeus gaf als vindplaats de open zee binnen de keerkringen, naar een afbeelding van Edwards; de typelocatie wordt in de praktijk bij Kaap de Goede Hoop gelegd. Het geslacht Diomedea is genoemd naar Diomedes, de Griekse held wiens metgezellen volgens de overlevering in zeevogels veranderden.