Alle soortenZangvogelsHoningeters › Kimberleyhoningeter

Kimberleyhoningeter | Meliphaga fordiana

Kimberley Honeyeater | Mielero de Kimberley

De kimberleyhoningeter is de zandsteenhoningeter van het westen: een grijsgroene vogel met een blauw oog en een dun licht streepje onder dat oog, die alleen voorkomt in de kloven en escarpments van het noordwestelijke Kimberley. Tot 2014 werd hij als ondersoort van de witbaardhoningeter van Arnhemland beschouwd; onderzoek naar genen, geluid en voedselzoekgedrag bracht de scheiding. Zijn areaal beslaat nog geen vijfenveertigduizend vierkante kilometer, en daarmee is hij een van de sterkst begrensde vogels van Australië.

Kimberleyhoningeter (Meliphaga fordiana)
Foto: Stella Fish — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luide, korte gefloten frasen, afgerond en duidelijk in eenheden te verdelen. Dat is het kenmerk waarop de afsplitsing in 2014 vooral berustte: de witbaardhoningeter van Arnhemland laat juist lange, golvende en uitgesmeerde tonen horen met glijdende toonhoogte. Daarnaast harde contactroepjes uit de kloofvegetatie.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Ongeveer achttien centimeter: van boven egaal grijsgroen tot donker olijfgrijs, van onderen lichter grijs met een vage grijze streping op de borst en een melkwitte buik. Het ondervleugeldek is bleek crèmekleurig. Het donkere gezicht wordt gebroken door een dun bleek streepje vanuit de mondhoek, dat naar achteren en omhoog tot onder het oog doorloopt. De iris is blauw, de snavel donkergrijs en licht gebogen. Man en vrouw zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De witbaardhoningeter (Meliphaga albilineata) van Arnhemland is vrijwel identiek en was tot 2014 dezelfde soort. De enige genoemde kleedverschillen zijn het blekere, crèmekleurige ondervleugeldek en de melkwittere buik van deze soort, en beide zijn in het veld nauwelijks te gebruiken; het eerlijke antwoord is dat de twee op uiterlijk niet betrouwbaar te scheiden zijn. Dat hoeft in de praktijk geen bezwaar te zijn, want de arealen liggen zestienhonderd kilometer uit elkaar, gescheiden door de hele breedte van het Noordelijk Territorium: in het Kimberley kan alleen deze soort voorkomen. Blijft over de stem, die wel verschilt: kort en afgerond hier, lang en golvend daar. Van de geelborsthoningeter (Xanthotis flaviventer) en de gouden honingeter (Ptilotula flavescens) scheiden de blauwe iris en het dunne lichte streepje onder het oog hem duidelijk. De zes bruine Meliphaga's van de oostkust en Kaap York komen in West-Australië niet voor.

Leefgebied

Het zandsteen van het westelijke Kimberley: kloven, wanden en steenpuin van de escarpment, met de regenwoudkoppen en moessonbospockets die zich in de beschutte kloven handhaven. Hij gebruikt daarnaast aangrenzend eucalyptusbos en melaleucastanden, maar blijft steeds aan het gesteente en het kloofbos gebonden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Endemisch in noordwestelijk Australië en beperkt tot het noordwestelijke Kimberley in West-Australië, onder meer in het Charnley River–Artesian Range Wildlife Sanctuary. Het totale areaal wordt op ongeveer drieënveertigduizend vierkante kilometer geschat, tussen ruwweg 13,7 en 16,4 graden zuiderbreedte. Standvogel zonder aanwijsbare trek.

  • Winter
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

In het Kimberley is de determinatie gedaan zodra de vogel gezien is: een grijsgroene honingeter met een blauw oog in kloofland is hier deze soort en geen andere. Zoek hem aan de voet van de wanden en in de pockets regenwoud, en let op de korte, afgeronde gefloten frasen; die zijn het onderscheid dat er in een vergelijking met Arnhemland toe doet. Waarnemingen van vóór 2014 staan vaak nog op naam van de witbaardhoningeter.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; hoewel het areaal klein is, ligt het vrijwel geheel in zeer dunbevolkt en deels beschermd gebied, en het zandsteenmilieu is weinig gevoelig voor de ontginning die elders speelt. De soort is binnen haar bereik algemeen. Over de invloed van veranderde brandregimes op de kloofbossen die zij nodig heeft, zijn geen cijfers gevonden en er is daarom geen uitspraak over gedaan.

Wetenschappelijke naam

Meliphaga fordiana | Schodde, 1989

Richard Schodde beschreef de vogel in 1989 in Canberra Bird Notes als Meliphaga fordiana. De soortnaam eert Julian Ralph Ford (1932–1987), een Australisch scheikundige en ornitholoog die veel over de vogels van West-Australië publiceerde. De Nederlandse, Engelse en Spaanse naam verwijzen alle drie naar het Kimberley, het enige gebied waar hij voorkomt. Voor het geslacht Meliphaga, uit Grieks meli (honing) en phagos (etend), zie de geeloorhoningeter; de soort heeft ook in de geslachten Territornis en Microptilotis gestaan. Omdat zij binnen Meliphaga is beschreven en daar is gebleven, staan auteur en jaartal zonder haakjes.