Alle soortenPapegaaiachtigenKaketoes › Naaktoogkaketoe

Naaktoogkaketoe | Cacatua sanguinea

Little Corella | Cacatúa sanguínea

De naaktoogkaketoe is de wijdst verbreide van de drie Australische kaketoes met een kale oogring: een zuiver witte, gedrongen vogel met een blauwgrijze bril van kale huid en een zweem roze tussen oog en snavel. Hij leeft in troepen die tot in de duizenden kunnen lopen en die aan het eind van de middag boven een rivierstadje een oorverdovend spektakel maken.

Naaktoogkaketoe (Cacatua sanguinea)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schel, drieledig gekrijs met een klagende uithaal, kwie-erk kwie-erk, hoger en sneller dan dat van de grote geelkuifkaketoe. In de groep gaat het over in een ratelend gekakel; een troep van honderden die tegelijk opvliegt maakt een geluid dat kilometers ver draagt en waarvoor in menige Australische plaats een gemeentelijke klachtenregeling bestaat.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een compacte witte kaketoe van 35–42 cm en ruim vier ons, met een korte, brede kuif die nauwelijks boven de kop uitkomt en meestal onzichtbaar blijft. De kenmerken zitten in het gezicht: een brede, kale, blauwgrijze oogring en een vaag rozerood vlekje tussen oog en snavel, dat van dichtbij als een bloedvlek oogt. Boven- en ondersnavel zijn ongeveer even lang en kort — dat is het verschil dat telt. In de vlucht lichten ondervleugel en onderstaart zwavelgeel op. Man en vrouw zijn gelijk; jonge vogels zijn iets kleiner maar verder als de ouders.

Verwarrings­soorten

De twee soorten die in deze gids beide 'Oostelijke langsnavelkaketoe' heten zijn de lastigste. Cacatua tenuirostris heeft een sterk verlengde, bleke bovensnavel als een beiteltje en een brede oranjerode halvemaan over de bovenborst, plus rood tussen oog en snavel; Cacatua pastinator is duidelijk groter, heeft eveneens een lange spitse snavel maar geen borstband. De incakaketoe (Cacatua leadbeateri) heeft geen kale blauwe oogring maar een witbevederde oogomgeving, een roze waas en een rood-met-geel gebande kuif. De grote geelkuifkaketoe (Cacatua galerita) is groter, mist het roze in het gezicht en heeft een smalle, opstaande zwavelgele kuif. Bij een overvliegende troep: bekijk de snavelbasis, niet de kuif.

Leefgebied

Open land met bomen en water binnen bereik: rivierbos van red gum langs kreken en rivieren, eucalyptussavanne, grasland, akkers, weiland en veeteeltgebied. Hij drinkt dagelijks en blijft daarom nooit ver van een dam, een trog of een rivier. In het zuidoosten is hij een stadsvogel geworden: parken, sportvelden, schoolpleinen en straatbomen van Melbourne, Sydney, Canberra en Brisbane. Nestholten zitten in grote oude eucalypten en worden jaren achtereen gebruikt.

Verspreiding en trek

Vrijwel heel Australië, in een brede boog van oostelijk Zuid-Australië door Victoria, New South Wales, Queensland en het Noordelijk Territorium tot aan de kustvlakten van West-Australië, met grote gaten tussen sommige deelpopulaties. Hij ontbreekt in het grootste deel van de dichte bossen en oorspronkelijk in het zuidoostelijke kustgebied, waar hij zich in de twintigste eeuw als stadsvogel en als ontsnapte kooivogel heeft gevestigd; ook op Tasmanië zit hij zo. Buiten het kaartvenster loopt het areaal door in zuidelijk Nieuw-Guinea.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga aan het eind van de middag naar de rivier van een binnenlandstadje — Bourke, Wilcannia, Katherine, Mildura — en wacht bij de red gums tot de troep komt drinken en slapen. Wil je hem op naam brengen naast de langsnavelkaketoes, kijk dan door de telescoop naar één zittende vogel: gelijke snavelhelften en een schoon wit borstkleed betekent naaktoogkaketoe.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC), en van alle kaketoes in dit gebied doet hij het het best. Graanbouw, veeteelt en vooral de aanleg van drinkwaterpunten in het droge binnenland hebben zijn areaal en aantallen vergroot; in delen van New South Wales en Queensland geldt hij als schadelijk voor gewassen en wordt hij met vergunning bestreden. Op enkele plaatsen is hij vooral een overlastprobleem, omdat troepen bast, kabels, antennes en dakbedekking kapotknagen. Het enige echte natuurbelang zit in het zuidwesten, waar zijn stedelijke troepen hybridiseren met en nestholten wegnemen van de zeldzamere verwanten.

Wetenschappelijke naam

Cacatua sanguinea | Gould, 1843

John Gould beschreef de soort in 1843 als Cacatua sanguinea; omdat ze nog steeds in dat geslacht staat, blijven auteur en jaartal zonder haakjes. Het epitheton is Latijn voor 'bloedrood' en slaat niet op het kleed maar op het kleine rode vlekje tussen oog en snavel. De typelocatie is de noordkust van Australië, nader bepaald als Port Essington in het Noordelijk Territorium. De Nederlandse naam wijst op de brede kale huid rond het oog. Het Engelse corella is overgenomen uit een Aboriginaltaal van het binnenland van New South Wales.