Alle soortenPapegaaiachtigenKaketoes › Westelijke langsnavelkaketoe

Westelijke langsnavelkaketoe | Cacatua pastinator

Western Corella | Cacatúa cavadora

Deze kaketoe, Cacatua pastinator, is de grootste van de Australische kaketoes met een kale oogring en de enige die tot het zuidwesten beperkt blijft. Hij is zuiver wit met een lange, spitse snavel waarmee hij in de stoppelvelden van de wheatbelt naar wortels graaft, en zijn roep heeft een spookachtige, bevende klank.

Westelijke langsnavelkaketoe (Cacatua pastinator)
Foto: Thomas Mesaglio — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een golvende falsetroep met een uitgesproken huilerige, bijna spookachtige klank, die door een open landschap ver draagt. Daarnaast een reeks krijsende en piepende keelklanken waarmee een troep onderling in gesprek blijft. Mannetjes hebben een dieper alarmgeluid dan vrouwtjes — een van de weinige hoorbare verschillen tussen de seksen bij deze soort.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een forse, stevig gebouwde witte kaketoe van 40–48 cm met brede ronde vleugels en een korte staart. De bovenvleugel is geheel wit, de ondervleugel bleekgeel. De kuif is wit en kort en komt recht overeind. Rond het oog ligt kale blauwgrijze huid, tussen oog en snavel karmijnroze veertjes en op de keel een klein roze vlekje — maar géén brede oranjerode borstband. De snavel is lang en spits, met een duidelijk verlengde bovenhelft. Man en vrouw zijn in kleed gelijk; het mannetje is groter.

Verwarrings­soorten

De twee andere kaketoes met kale blauwe oogring zijn de enige echte kandidaten. De naaktoogkaketoe (Cacatua sanguinea) is kleiner en heeft een korte snavel waarvan boven- en onderhelft even lang zijn; hij overlapt in de zuidwestelijke wheatbelt en zit daar in grotere troepen. De soort die in deze gids dezelfde Nederlandse naam draagt, Cacatua tenuirostris, heeft eveneens een lange snavel, maar is kleiner, draagt een brede oranjerode halvemaan over de bovenborst en hoort van nature in het zuidoosten thuis — bij Perth zit echter een verwilderde populatie, en juist daar is die borstband het beslissende kenmerk. De incakaketoe (Cacatua leadbeateri) heeft een witbevederde in plaats van kale oogomgeving, een roze waas en een rood-met-gele kuif; de grote geelkuifkaketoe (Cacatua galerita) heeft een gele kuif en een korte snavel.

Leefgebied

Licht glooiend land in het zuidwesten waar meer dan negentig procent van de oorspronkelijke begroeiing voor de landbouw is geruimd: graanakkers, stoppelvelden en weiland, met verspreide grote eucalypten en bosrestanten. Die oude bomen zijn onmisbaar, want de nestholten zitten in marri, jarrah, wandoe, yate en moonah. Hij foerageert op de grond, graaft met de lange snavel naar wortels, knollen en gemorst graan, en drinkt dagelijks bij een dam of trog.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Alleen zuidwestelijk West-Australië, in twee gescheiden populaties. Butlers kaketoe (C. p. butleri) zit in de noordelijke wheatbelt en telt naar schatting vijf- tot tienduizend vogels; Muirs kaketoe (C. p. pastinator) houdt het uiterste zuidwesten vast, rond de Muir-moerassen en Lake Muir, en telt er ongeveer duizend. Daarbuiten komt de soort nergens ter wereld voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Rijd in de vroege ochtend de graanwegen van de noordelijke wheatbelt af, tussen Dalwallinu, Coorow en Moora, en zoek de troepen op stoppelvelden. Zit je bij Perth, ga dan niet af op de lange snavel alleen: controleer de borst, want de verwilderde Cacatua tenuirostris heeft daar een oranjerode halvemaan en deze soort niet.

Staat van instandhouding

Op de mondiale lijst niet bedreigd (LC), maar dat geldt voor de soort als geheel en niet voor beide ondersoorten. Muirs kaketoe staat in West-Australië als bedreigd en op de nationale lijst als kwetsbaar; die vorm was rond 1921 tot naar schatting honderd vogels teruggebracht door een eeuw van vervolging, toen graanboeren premies uitloofden voor iedere gedode kaketoe. Sinds de jaren veertig herstellen beide populaties gestaag, doordat de vervolging afnam en de vogel zich aan het landbouwlandschap aanpaste. Butlers kaketoe geldt niet langer als bedreigd. Het resterende risico is het verdwijnen van de laatste oude holtebomen en, bij Perth, kruising met verwilderde Cacatua tenuirostris.

Wetenschappelijke naam

Cacatua pastinator | (Gould, 1841)

John Gould beschreef de soort in 1841 als Licmetis pastinator; auteur en jaartal staan daarom tussen haakjes. Het epitheton is Latijn voor 'spitter' of 'graver', naar de gewoonte om met de lange snavel in de grond te wroeten. De typelocatie is West-Australië. In het Engels heet de soort Western Corella, en ook in veel Nederlandstalige literatuur draagt ze de naam westelijke langsnavelkaketoe; in deze gids staat ze echter onder dezelfde Nederlandse naam als Cacatua tenuirostris, zodat het verstandig is de wetenschappelijke naam erbij te noemen.