Alle soorten › Kiwi's › Kiwi's › Okarito-bruine kiwi
Okarito-bruine kiwi | Apteryx rowi
Okarito Kiwi | Kiwi de Okarito
De okarito-bruine kiwi of rowi is de zeldzaamste kiwi: de hele natuurlijk broedende populatie leeft in één laaglandbos van ongeveer elfduizend hectare bij Okarito aan de westkust van het Zuidereiland. Hij lijkt op een bruine kiwi maar is bleker, met een grijzige waas over het kleed en vaak witte veertjes in het gezicht — en hij werd pas in 2003 als aparte soort beschreven.
Geluid
Als bij de andere bruine kiwi's: het mannetje een hoge, opklimmende fluittoon, vijftien tot vijfentwintig keer herhaald, het vrouwtje een tragere, lagere en hese keelkreet, tien tot twintig keer. Omdat jongen hier vier tot vijf jaar bij hun ouders blijven, kunnen bij één territorium meer stemmen door elkaar klinken dan bij andere kiwi's. Het snuivend blazen bij het zoeken in het blad draagt op stille nachten verrassend ver.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Ongeveer veertig centimeter, met 1,9 kilo bij het mannetje en 2,6 kilo bij het vrouwtje duidelijk lichter dan de tokoeka. Het kleed is bleekbruin met bruine en zwarte strepen en heeft een zachte, grijzige waas die hem van een noordelijke bruine kiwi onderscheidt; een deel van de vogels draagt witte veertjes rond snavelbasis en oog, soms tot een half masker. De snavel is lang en bleek, poten, tenen en nagels kort en bleek.
Verwarringssoorten
De zuidelijke bruine kiwi (Apteryx australis) is de dichtstbijzijnde soort, bij Haast ruim honderd kilometer zuidwaarts: groter, zwaarder en warmer roodbruin, zonder de grijze waas en zonder wit in het gezicht. De noordelijke bruine kiwi (A. mantelli) zit uitsluitend op het Noordereiland en is eveneens roodbruiner van tint. De kleine grijze kiwi (A. owenii) is grijs met witte dwarsbanden, kleiner en half zo zwaar — sinds de vondst van 2025 bij Whataroa weer een reële mogelijkheid in Zuid-Westland, dus let op dwarsbandering tegenover lengtestrepen. Op Mana Island, waar beide soorten zijn uitgezet, is dat kleurverschil het enige houvast.
Leefgebied
Dicht laaglandbos van podocarpen en loofhout op vochtige, doordringbare bodem: rimu, kahikatea en matai met een dichte onderlaag, doorsneden door pakihi-vennen en kreken, van zeeniveau tot de eerste hellingen. Op de eilanden waar hij is uitgezet gaat het om regenererend bos en struweel. Hij nestelt in zelfgegraven holen, holle boomvoeten en holle stammen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Alleen Nieuw-Zeeland, en daarbinnen het Okarito-bos in Zuid-Westland tussen de kust en de uitlopers van de Southern Alps — ongeveer elfduizend hectare, het enige natuurlijk broedende bestand. Daarnaast zijn er groepen uitgezet op Blumine Island (2010), Mana Island (2012) en Motuara Island in de Marlborough Sounds, en op het vasteland in de Omoeroa Range (2018) en Ballyhooly Bush. Vroeger liep het verspreidingsgebied door tot in het noorden van het Zuidereiland en het zuiden van het Noordereiland, tot aan Lake Poukawa in Hawke's Bay.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
In het wild zien is bijna uitgesloten: het Okarito-bos is dicht en het bestand klein. De realistische route is het West Coast Wildlife Centre in Franz Josef, waar de broedvogels en de pas uitgekomen kuikens van Operation Nest Egg van dichtbij te zien zijn. Wie het toch in het veld wil proberen: ga na donker aan de rand van de Okarito-lagune of langs de Three Mile-track staan en luister naar het duet — rood licht, geen honden, en blijf op het pad.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (VU) op de wereldlijst, in Nieuw-Zeeland als nationaal bedreigd geboekt. Het dieptepunt lag halverwege de jaren negentig rond honderdzestig tot tweehonderd overwegend oude vogels, omdat hermelijnen vrijwel elk kuiken doodden voordat het zich kon verweren. Operation Nest Egg — eieren of kuikens uithalen, elders opkweken tot ruim een kilo en daarna terugzetten — keerde dat om: rond 2019 waren het er ongeveer zeshonderd. Het volledige bestand staat onder actief beheer; zonder vallen en zonder het opkweekprogramma zakt de soort terug.
Wetenschappelijke naam
Apteryx rowi | Tennyson, Palma, Robertson, Worthy & Gill, 2003
Tennyson, Palma, Robertson, Worthy en Gill beschreven de vogel in 2003 als Apteryx rowi; hij staat nog in het geslacht waarin hij werd beschreven, dus auteur en jaartal blijven zonder haakjes. Dat de vogels van Okarito anders waren dan gewone bruine kiwi's werd al in de jaren vijftig vermoed; DNA-onderzoek halverwege de jaren negentig en een eigen, soortspecifieke veerluis (Apterygon okarito) gaven de doorslag. Apteryx is het Griekse 'zonder vleugel'; het epitheton rowi neemt de naam over die Poutini Ngāi Tahu aan de West Coast voor deze vogel gebruiken. De typelocatie is het South Okarito Forest in Zuid-Westland.


