Alle soortenKiwi'sKiwi's › Kleine grijze kiwi

Kleine grijze kiwi | Apteryx owenii

Little Spotted Kiwi | Kiwi moteado menor

De kleine grijze kiwi is de kleinste van de vijf kiwi's, nauwelijks groter dan een krielkip: bleek bruingrijs, fijn dwarsgebandeerd met wit, met een lange lichte snavel en korte bleke poten. Hij verdween in de negentiende eeuw vrijwel geheel van het vasteland en dankt zijn voortbestaan aan vijf vogels die in 1912 naar Kapiti Island werden overgebracht.

Kleine grijze kiwi (Apteryx owenii)
Foto: Judi Lapsley Miller — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje fluit een hoge, opklimmende toon die vijfentwintig tot vijfendertig keer achter elkaar wordt herhaald — sneller, ijler en in langere reeksen dan bij de bruine kiwi's — en het vrouwtje antwoordt met een tragere, lagere opklimmende triller, even vaak herhaald. Bij het zoeken klinkt een hoorbaar snuiven en snuiten door de neusgaten in de snavelpunt. Op Kapiti begint het roepen kort na zonsondergang en gaat het door tot diep in de nacht.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een kiwi van ongeveer dertig centimeter en ruim een kilo — het mannetje weegt rond 1150 gram, het vrouwtje rond 1350 — en daarmee veruit de kleinste soort. Het verenkleed is licht bruingrijs met fijne witte dwarsbandjes, die van dichtbij een gespikkelde of gemarmerde indruk geven. De snavel is lang, ivoorkleurig en licht gebogen, bij het vrouwtje langer; poten, tenen en nagels zijn kort en bleek. Naast de bruine kiwi's oogt hij niet alleen kleiner maar ook ronder, bleker en lichtvoetiger.

Verwarrings­soorten

Van de drie bruine kiwi's is hij op kleur te scheiden: de noordelijke bruine kiwi (Apteryx mantelli), de zuidelijke bruine kiwi (A. australis) en de okarito-bruine kiwi (A. rowi) zijn roodbruin tot bleekbruin met zwarte lengtestrepen, terwijl deze soort grijs is met witte dwarsbanden en half zo zwaar. Overlap is er bovendien nauwelijks: hij zit op roofdiervrije eilanden en in omheinde reservaten waar de bruine kiwi's ontbreken, met Mana Island als uitzondering, waar hij sinds 2012 naast rowi leeft. De grote gevlekte kiwi (A. maxima) van het noordwesten van het Zuidereiland is net zo gebandeerd maar meer dan twee keer zo zwaar en heeft donkere poten; jonge vogels daarvan zijn de enige echte valstrik.

Leefgebied

Podocarpen-loofbos en dicht regenererend struweel met een vochtige, doordringbare strooisellaag, op Kapiti Island van de kustrand tot de top. Hij redt zich even goed in manuka- en kanukastruweel en in ruige bosranden, zolang er wormen en larven te halen zijn en er dekking is om de dag in door te brengen. Hij graaft holen, maar gebruikt evengoed holle stammen, boomvoeten en dichte pollen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Niet in Australië; binnen Nieuw-Zeeland vrijwel uitsluitend op roofdiervrije eilanden en in omheinde reservaten. Kapiti Island draagt met ongeveer twaalfhonderd vogels het leeuwendeel van het totaal van ruwweg vijftien- tot zestienhonderd volwassen vogels; daarnaast zitten er groepen op Tiritiri Matangi, Hen Island, Long Island, Red Mercury en Anchor Island, en in Zealandia bij Wellington. In juli 2025 werden bij Whataroa in Zuid-Westland twee vogels in het vrije veld gevonden — de eerste wilde vastelandvondst sinds 1978 — en in mei van datzelfde jaar gingen veertig vogels naar Brook Waimārama bij Nelson.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zealandia in Wellington en Kapiti Island zijn de plekken waar het kan: boek een nachtwandeling, ga stil aan de rand van een pad zitten en laat de vogel naar je toe komen in plaats van hem te zoeken. Luister naar het snuiven en ritselen in het blad; dat verraadt hem vaak eerder dan de roep. Gebruik rood licht in plaats van een witte zaklamp, en houd honden overal buiten kiwiterrein.

Staat van instandhouding

Gevoelig (NT) op de wereldlijst, en in Nieuw-Zeeland juist als toenemend geboekt, want op vrijwel elk eiland waar hij is uitgezet groeien de aantallen. Het knelpunt is niet de roofdruk op de huidige plekken maar de genetische basis — alle vogels stammen af van de vijf die in 1912 naar Kapiti gingen — en het gebrek aan roofdiervrije ruimte om verder te groeien. Op het vasteland verdween hij door hermelijnen, katten en het verlies van laaglandbos; nieuwe uitzettingen naar omheinde reservaten moeten dat terrein stap voor stap terugwinnen.

Wetenschappelijke naam

Apteryx owenii | Gould, 1847

Gould beschreef de soort in 1847 als Apteryx owenii, en in dat geslacht staat ze nog steeds, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Het geslacht Apteryx werd in 1813 ingevoerd door Shaw, van het Griekse a-, 'zonder', en pteryx, 'vleugel'. Het epitheton eert Richard Owen, de anatoom die het skelet van de kiwi beschreef en uit één dijbeenfragment het bestaan van de moa afleidde. De typelocatie is het Zuidereiland, in de Nieuw-Zeelandse checklist beperkt tot het district Nelson; de Māori-naam is kiwi pukupuku.