Alle soorten › Kiwi's › Kiwi's › Grote grijze kiwi

Grote grijze kiwi | Apteryx maxima

Great Spotted Kiwi | Kiwi moteado mayor

De grote grijze kiwi of roroa is de gevlekte kiwi van de bergen: een bruingrijze, fijn wit gebandeerde vogel die met zijn drie kilo tot de zwaarste kiwi's hoort en vooral boven de zevenhonderd meter leeft, in het beukenbos en het tussockgrasland van het noordwesten van het Zuidereiland. Weinig mensen krijgen hem ooit te zien; wie in die bergen overnacht, hoort hem wel.

Grote grijze kiwi (Apteryx maxima)
Foto: Florian Bäthge — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Het mannetje fluit een hoge, opklimmende toon die tien tot twintig keer achter elkaar wordt herhaald; het vrouwtje antwoordt met een tragere, lagere opklimmende triller van tien tot vijftien tonen. Paren roepen vaak in duet, waarbij de een de reeks van de ander onderbreekt. Er wordt maar af en toe geroepen, een paar keer per nacht vanaf kort na het donker worden. Verder verraadt de vogel zich met ritselen en snuiven in de strooisellaag, en met grommen, sissen en snavelklappen als hij wordt gestoord.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een grote, peervormige kiwi van ongeveer vijfenveertig centimeter; het vrouwtje is duidelijk groter dan het mannetje, met ruwweg drie kilo tegen 2,2 kilo. Het kleed is bruingrijs, horizontaal fijn gemarmerd en gebandeerd met wit, wat van dichtbij een gespikkelde indruk geeft en in het licht van een lamp grijzer oogt dan welke bruine kiwi ook. De snavel is lang en ivoorkleurig, de poten en tenen zijn kort, zwaar en donker, de nagels vaak donker of gestreept. Jonge vogels lijken sterk op de kleine grijze kiwi, maar hebben al de massievere, donkere poten.

Verwarrings­soorten

De kleine grijze kiwi (Apteryx owenii) heeft hetzelfde gebandeerde grijze kleed, maar is half zo zwaar en heeft bleke poten, tenen en nagels; let bij een jonge vogel dus vooral op de dikte en de kleur van de poten. Veel overlap is er niet, want de kleine grijze kiwi zit vrijwel alleen op roofdiervrije eilanden en in omheinde reservaten. De Okarito-bruine kiwi (A. rowi) is gestreept in plaats van gebandeerd en leeft zuidelijker, bij Okarito; juist daar zijn in de negentiende eeuw kruisingen van rowi en kleine grijze kiwi verzameld die lang voor deze soort zijn gehouden, en zulke kruisingen komen nog steeds voor. In het donker wordt ook hier een ritselende weka (Gallirallus australis) voor een kiwi aangezien, maar die heeft een staart en een korte snavel.

Leefgebied

Van zeeniveau tot ongeveer vijftienhonderd meter, maar het zwaartepunt ligt in de subalpiene zone tussen zevenhonderd en elfhonderd meter: zuidelijk beukenbos, subalpien struweel en tussockgrasland boven de boomgrens, lager ook podocarpen-loofbos en ruig struikgewas. Per territorium gebruikt een paar vele schuilplaatsen: korte holen, rotsspleten, holle boomvoeten en holle stammen. Het voedsel — wormen, kever- en cicadelarven, weta, spinnen en zoetwaterkreeftjes — haalt hij uit strooisel en vermolmd hout.

Verspreiding en trek

Niet in Australië; alleen in het noordwesten van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland, in drie bolwerken: noordwest-Nelson tot aan de Buller, met Kahurangi en ruim de helft van alle vogels, de Paparoa Range met ongeveer dertig procent, en de Southern Alps van Lewis Pass tot Arthur's Pass en de Hurunui met ongeveer vijftien procent. DOC onderscheidt daarbinnen vier genetisch verschillende groepen, met een aparte populatie bij Westport. Samen gaat het om zo'n veertien- tot vijftienduizend vogels in ruwweg achthonderdduizend hectare afgelegen bergland. Standvogel; uit de laaglanden is hij verdwenen.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zien is de uitzondering, horen niet: overnacht in een hut aan de Heaphy Track of in het dorp Arthur's Pass en ga na het donker naar buiten om te luisteren. Tel de tonen: tien tot twintig per reeks past bij deze soort, terwijl de kleine grijze kiwi langere reeksen fluit. Loop niet met een felle lamp het bos in om hem te zoeken — gebruik hooguit rood licht op het pad — en neem geen hond mee: honden zijn voor volwassen kiwi's het grootste gevaar.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (VU) op de wereldlijst, en in Nieuw-Zeeland geboekt als Nationally Vulnerable. De aantallen nemen langzaam af, volgens DOC met ongeveer 1,6 procent per jaar. Hermelijnen zijn de grootste bedreiging: ze doden kuikens en slaan extra hard toe na een mastjaar van de beuken, wanneer muizen en hermelijnen in aantal exploderen. Volwassen vogels vallen vooral ten prooi aan honden. Waar op landschapsschaal met 1080 uit de lucht of met vallen wordt bestreden, lijkt de achteruitgang plaatselijk gestopt of omgebogen.

Wetenschappelijke naam

Apteryx maxima | Sclater & von Hochstetter, 1861

Sclater en von Hochstetter beschreven de soort in 1861 als Apteryx maxima, en omdat ze nog in dat geslacht staat, blijven auteur en jaartal zonder haakjes. Die naam raakte in vergetelheid: meer dan een eeuw heette de vogel Apteryx haastii, naar Potts (1872), die daarmee de geoloog Julius von Haast eerde. In 2021 bleek uit DNA-onderzoek dat de typen van haastii, bij Okarito verzameld, kruisingen van rowi en kleine grijze kiwi waren, en werd de oude naam maxima, Latijn voor 'grootste', in ere hersteld. Apteryx is Grieks voor 'zonder vleugel'. De typelocatie is het Zuidereiland; de Maori-naam is roroa.