Alle soortenDuifachtigenDuiven › Parelhalstortel

Parelhalstortel | Spilopelia chinensis

Spotted Dove | Paloma ala dorada

De parelhalstortel is de tortel van de Australische en Nieuw-Zeelandse voorstad: een slanke, langstaartige duif met een grijze kop, een roze-bruine borst en in de nek een zwarte halsvlek die met witte stippen is bezaaid — de parelhals uit zijn naam. Hij komt uit Zuidoost-Azië, is in de negentiende eeuw op verschillende plaatsen losgelaten en is sindsdien niet meer uit de tuinen weg te denken.

Parelhalstortel (Spilopelia chinensis)
Foto: Natalia V — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een diepe, wat schommelende strofe van drie of vier lettergrepen: koe-krroe-koek, waarbij het middenstuk rollend klinkt en de laatste noot omlaag valt. Hij herhaalt hem minutenlang vanaf een dakrand, een draad of een tak in een straatboom, vooral in de vroege ochtend. Bij de balts komt er een steile klapvlucht bij, waarna de vogel met gespreide staart omlaag zweeft.

Luister: ZangXC1174159

Opname: Untung Sarmawi — CC BY 4.0 · Sano Nggoang, West Manggarai Regency, East Nusa Tenggara, Indonesia · xeno-canto

Herkenning

Een duif van ongeveer 32 cm die door de lange, aan de punt breed wit afgezette staart groter lijkt dan hij is. Kop en hals zijn grijs, borst en buik roze-bruin, de rug en de vleugel bruin met donkere veercentra die het geheel een geschubde indruk geven. Het kenmerk zit in de zijhals: een zwarte, brede band die dicht met kleine witte parels is bezaaid. Jonge vogels missen die band nog en zijn valer en doffer; in de vlucht valt vooral het witte staarteinde op.

Verwarrings­soorten

De rotsduif (Columba livia) deelt de stad met hem maar is compacter, kortstaartig en heeft twee zwarte vleugelstrepen. De palmtortel (Spilopelia senegalensis), eveneens uitgezet en vooral rond Perth gevestigd, is kleiner en warmer roodbruin en heeft in plaats van de geparelde halsvlek een zwart gespikkelde band lager op de borst. De zebraduifjes van het geslacht Geopelia, zoals Goulds zebraduif (Geopelia placida), zijn veel kleiner en over kop en hals fijn gebandeerd.

Leefgebied

Tuinen, stadsparken, campussen, schoolpleinen en straten met bomen vormen zijn kern; daarnaast boomgaarden, wijngaarden, akkerranden en erven met graanresten. Hij mijdt gesloten bos en het droge binnenland en blijft binnen bereik van menselijk voedsel en water. Voedsel zoekt hij lopend op de grond, op paden, gazons en parkeerplaatsen; het nest is de gebruikelijke doorzichtige takkenschotel, laag in een heester of tegen een gebouw.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Van nature zit hij van India en China tot Zuidoost-Azië; in Australazië is hij een exoot. In Australië is hij gevestigd in en rond Melbourne, Sydney, Brisbane, Adelaide en Perth en rukt hij langs de kust en langs de rivieren verder op. In Nieuw-Zeeland zit hij vooral op het Noordereiland, van Whangarei zuidwaarts tot Turangi en Rotorua en langs de Bay of Plenty, met een klein bolwerk bij Christchurch. Trekken doet hij niet; de uitbreiding gaat langzaam en langs bewoond gebied.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Luister in een buitenwijk vroeg in de ochtend naar de trage, schommelende strofe en zoek daarna de dakrand of de telefoondraad af. Op de grond is het staarteinde het snelst: wit aan de punt en breed, ook bij vogels die van je weg lopen. Bij een groep op een gazon zitten meestal jonge vogels zonder halsband tussen de volwassen exemplaren, en dan is de geschubde vleugel het houvast.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC); in Australië en Nieuw-Zeeland is de vraag eerder wat hij aanricht dan hoe het met hem gaat. Hij is een exoot die van de stad leeft, en de vrees dat hij inheemse duiven verdringt is meer dan eens geuit maar zelden hard gemaakt: zijn winst zit vooral in leefgebied dat er zonder mensen niet zou zijn. In verschillende Australische staten geldt hij als ongewenste soort en wordt hij bij de bestrijding van plaagvogels meegenomen.

Wetenschappelijke naam

Spilopelia chinensis | (Scopoli, 1786)

Scopoli beschreef de vogel in 1786 als Columba chinensis, naar een beschrijving die Sonnerat vier jaar eerder had gegeven; omdat hij later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Spilopelia werd in 1873 ingevoerd door Sundevall en is gevormd uit het Griekse spilos, 'vlek', en peleia, 'duif' — de geparelde halsvlek dus. chinensis betekent 'uit China'; de typelocatie is later beperkt tot Kanton.