Alle soortenStormvogelachtigenPijlstormvogels › Salvins stormvogel

Salvins stormvogel | Pterodroma heraldica

Herald Petrel | Fardela heráldica

De salvins-stormvogel (Pterodroma heraldica) is een middelgrote, sterk variërende Pterodroma-stormvogel van de tropische Stille Oceaan, die in dit gebied alleen als schaarse broedvogel op Raine Island en verder als dwaalgast optreedt. Alle kleedvormen — donker, tussenvorm en bleek — delen één kenmerk: een lichte vlek aan de basis van de handpennen op de ondervleugel.

Salvins stormvogel (Pterodroma heraldica)
Foto: claudioveliz — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zwijgt hij, zoals alle Pterodroma-stormvogels; op de Australische wateren zal niemand hem ooit horen. Bij de kolonies op de tropische eilanden roept hij in de vlucht boven de broedplaats, met korte hoge kreten; het repertoire is door de afgelegen ligging van de kolonies slecht gedocumenteerd, en van Raine Island is er nauwelijks geluidsmateriaal.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een slanke stormvogel van zesendertig centimeter en ongeveer tweehonderdnegentig gram, met lange smalle vleugels en een lange spitse staart. De soort komt voor in drie kleedvormen. De donkere vorm is geheel grijsbruin; de tussenvorm oogt sterk gekapt, met een donkere kop en borst, witte buik en donkere onderstaartdekveren; de bleke vorm heeft witte onderdelen en een vage donkere kraag. Wat alle drie delen is de lichte vlek aan de basis van de handpennen op de ondervleugel, en dat is het kenmerk waarop je hem determineert. De schachten van de handpennen zijn donker, zodat er bóven op de vleugel géén lichte vlek ontstaat. Snavel zwart, oog donker, poten roze met zwarte buitentenen.

Verwarrings­soorten

Dit is de moeilijkste verwarring van de tropische soorten. De kermadecstormvogel (Pterodroma neglecta) is even variabel en heeft in donkere en tussenvormen bijna hetzelfde beeld; het één bruikbare verschil zit in de schachten van de handpennen. Die zijn bij de kermadecstormvogel bleek tot wit, waardoor er ook op de bóvenvleugel een lichte vlek verschijnt, terwijl de salvins-stormvogel donkere schachten heeft en dus alleen van onderen een vlek toont. Wie de bovenvleugel niet goed ziet, kan de twee op zee vaak eenvoudig niet scheiden, en dat wordt in de literatuur ook zo gezegd. De Solanders stormvogel (Pterodroma solandri) heeft eveneens een witte ondervleugelvlek, maar is groter en zwaarder gebouwd, heeft een bleek geschubd gezicht en zit in de Tasmanzee in plaats van in de Koraalzee. De langvleugelstormvogel (Pterodroma macroptera) mist de ondervleugelvlek helemaal. Pterodroma alba, die niet in deze gids staat, is donkerder van voorhoofd, terwijl de salvins-stormvogel meestal bleke teugels heeft. Let op de naamsverwarring: salvins-prion (Pachyptila salvini) en salvins-albatros (Thalassarche salvini) zijn totaal andere vogels uit andere geslachten, alleen naar dezelfde man genoemd.

Leefgebied

Op zee warm tropisch water, meestal ver buiten het zicht van land en boven grote diepte. Om te broeden komt hij naar lage tropische eilanden en koraaleilandjes, waar hij op de grond nestelt tussen kruiden en laag struweel op zandige of ruige koraalbodem — dus niet in een hol, wat hem op zo’n eiland extra gevoelig maakt voor roofdieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Binnen het venster van deze gids is Raine Island voor de noordoostkust van Queensland de enige bekende Australische broedplaats. Verder broedt hij op de Chesterfield-riffen bij Nieuw-Caledonië en verspreid over de tropische Stille Oceaan tot Tonga, Amerikaans Samoa, de Marquesas en Pitcairn. Op zee blijft hij vooral ten zuiden van de evenaar, van noordelijk Queensland oostwaarts tot Paaseiland; in de Koraalzee is hij daarmee zeldzaam maar regelmatig. Voor Nieuw-Zeeland bestaat één enkele waarneming: een tussenvorm die op 29 maart 2016 bij de Meyer-eilandjes (Herald Islets) in de Kermadec-groep werd gezien en gefotografeerd.

Waar en wanneer kijken

Reken er niet op. Raine Island is streng beschermd en niet toegankelijk, en de soort is in Australische wateren vrijwel alleen te zien op verre tochten in de Koraalzee of bij toeval vanaf een schip op weg naar de buitenriffen. Zie je een donkere of gekapte Pterodroma-stormvogel in tropisch water, fotografeer dan vóór alles de bovenvleugel: alleen de afwezigheid van een lichte vlek boven, bij aanwezigheid van een lichte vlek onder, sluit de kermadecstormvogel uit.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC), want het bestand over de tropische Stille Oceaan als geheel is groot. In Australië is het beeld heel anders: daar staat hij als ernstig bedreigd te boek, want er broeden naar schatting maar veertig tot vijftig paren, alle op Raine Island. Het eerste bewijs van broeden daar is jong: in juni 2017 werd een volwassen vogel op een ei aangetroffen en later dat seizoen een gezond jong. In 2018 kregen achttien vogels een geolocator; in 2023 waren er zeventien van teruggekeerd, en die toonden dat de vogels na het broeden oostwaarts naar de Salomonseilanden trekken en vervolgens naar een gebied ten noorden van Nieuw-Guinea, drieduizendvijfhonderd tot vierduizend kilometer heen en terug. De bedreigingen op Raine Island zijn zeespiegelstijging op een lage zandkaap en de gevolgen van opwarmend zeewater voor het voedselaanbod.

Wetenschappelijke naam

Pterodroma heraldica | (Salvin, 1888)

Salvin beschreef de soort in 1888 als Oestrelata heraldica, zodat auteur en jaartal tussen haakjes staan. Het epitheton heraldica verwijst naar HMS Herald, het Britse opnemingsschip waarmee het typemateriaal bij de Chesterfield-eilanden werd verzameld; daar komt ook de Engelse naam Herald Petrel vandaan. De Nederlandse gidsnaam Salvins stormvogel eert daarentegen de beschrijver zelf, Osbert Salvin. Dat levert een valkuil op die het vermelden waard is: in deze gids staan ook salvins-prion (Pachyptila salvini) en salvins-albatros (Thalassarche salvini), drie soorten in drie geslachten en twee families, alle naar dezelfde Britse ornitholoog genoemd — noem daarom in het veld altijd de volledige naam. De typelocatie zijn de Chesterfield-eilanden. Het geslacht Pterodroma werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte, van het Griekse pteron (vleugel) en dromos (loper).