Alle soorten › Zangvogels › Pardaloten › Tasmaanse diamantvogel
Tasmaanse diamantvogel | Pardalotus quadragintus
Forty-spotted Pardalote | Pardalote tasmano
De Tasmaanse diamantvogel is een van de zeldzaamste zangvogels van Australië: een klein, dofgroen vogeltje dat nog slechts in een handvol kolonies in het zuidoosten van Tasmanië voorkomt, met bijna de hele wereldpopulatie op Bruny Island en Maria Island. Hij leeft vrijwel uitsluitend van één boomsoort, de manna gum, en verdwijnt waar die boom verdwijnt. Hij is ernstig achteruitgegaan en staat als bedreigd te boek.
Geluid
Een zacht, twee tonen tellend roepje, harder en droger van klank dan het hoge, zoete sliep-sliep van de gevlekte diamantvogel, en aanmerkelijk minder ver dragend. Het is het enige praktische veldkenmerk op afstand, want de vogel zelf blijft hoog in het gebladerte. Paren houden met korte, gedempte tonen contact terwijl zij de bladeren afzoeken. Geroepen wordt vooral in de broedtijd, van augustus tot december, en het geluid gaat op enige afstand makkelijk verloren tussen dat van de twee algemene diamantvogels die dezelfde bomen bezetten.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Negen tot tien centimeter, met de gedrongen bouw en het korte snaveltje van alle diamantvogels. Het verenkleed is dofgroen tot groenbruin op kop en rug, met een olijfgroene stuit; de borst is wit met een lichtgele waas, gezicht en ondertaart zijn olijfgeel. De vleugels zijn zwart met witte veertoppen die bij gevouwen vleugel als een rij losse witte stippen zichtbaar worden — in werkelijkheid eerder zestig dan veertig, ondanks de Engelse naam. Er is geen seizoenskleed en man en vrouw zijn gelijk. De algemene indruk is groener en doffer dan bij welke andere diamantvogel ook.
Verwarringssoorten
De gevlekte diamantvogel (Pardalotus punctatus) is de lastigste en zit vaak in dezelfde boom: hij heeft een wit oogstreepje, een gestippelde zwarte kruin en een roodbruine stuit, alle drie ontbrekend bij deze soort, en oogt boven veel contrastrijker. De geelvlekdiamantvogel (Pardalotus striatus) heeft een witte wenkbrauwstreep met een gele vlek vooraan en een lange witte vleugelstreep in plaats van losse stippen. Wie op Tasmanië een diamantvogel ziet die er ‘groen en saai’ uitziet, zonder kruinstippen en zonder oogstreep, heeft vrijwel zeker deze soort. Twijfel hoort gemeld te worden: de kolonies worden geteld en foutieve meldingen vertroebelen het beeld.
Leefgebied
Droog eucalyptusbos en kustbos met een hoog aandeel manna gum, Eucalyptus viminalis, de boom waarvan hij vrijwel volledig afhankelijk is; ongeveer tachtig procent van de voeding van de jongen komt van deze soort. Hij plukt lerps (suikerhoudend schildje van bladvlooien, voedsel voor honingeters), kleine insecten en larven van het gebladerte en tapt bovendien manna, de suikerrijke uitscheiding van de bladeren. Genesteld wordt in boomholtes, in stronken, in omgevallen stammen en soms op de grond, met een koepel- of komvormig nest van bastvezel en gras dat beide ouders bouwen. Heel af en toe wordt hij in de buitenwijken van Hobart gezien.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Endemisch voor Tasmanië, en daarbinnen beperkt tot versnipperde kolonies in het zuidoosten en op Flinders Island, Bruny Island en Maria Island. Negenennegentig procent van de wereldpopulatie zit op Maria Island en Bruny Island; bij de telling van 2009 ging het om 974 vogels op Maria Island en 450 op Bruny Island. De vogel is standvogel: paren houden in de broedtijd een territorium en vormen 's winters kleine groepjes, maar het areaal wordt niet verlaten. Buiten Tasmanië is de soort nooit vastgesteld.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Bruny Island is de aangewezen plek, met de manna gum-bosjes bij het noordelijke deel van het eiland en rond Adventure Bay als vaste adressen; Maria Island werkt eveneens. Ga in het broedseizoen, augustus tot december, sta onder een groep manna gums en zoek het gebladerte systematisch af met de verrekijker. Vergelijk elke diamantvogel die u ziet met de twee algemene soorten die er ook zitten, en let op de afwezigheid van kruinstippen en oogstreep. Speel geen geluid af en blijf uit de buurt van nestholtes; dit is een bedreigde soort waarvan elke kolonie geteld is.
Staat van instandhouding
Bedreigd (EN) op de wereldlijst, en ook federaal en in Tasmanië als bedreigd aangemerkt — een van de zeldzaamste zangvogels van Australië. De grond voor die status is het zeer kleine, sterk versnipperde areaal en het minieme broedgebied. De achteruitgang is scherp: waar tussen 1991 en 1997 nog 3840 vogels in 121 kolonies werden geteld, waren dat er in 2009 nog 1486 in 54 kolonies, een verlies van bijna de helft van alle kolonies; over de zeventien jaar tot 2010-2011 werd een afname tot zestig procent vastgesteld. De oorzaken stapelen zich op: kap en versnippering van manna gum-bos, droogte en verminderde neerslag in samenhang met klimaatverandering, bosbranden die een hele kolonie in één nacht kunnen wegnemen, verdringing uit nestholtes en voedselbomen door lawaaimiljoenvogels (Manorina melanocephala) en door de geelvlekdiamantvogel (Pardalotus striatus), predatie door onder meer de kookaburra, en parasitaire vliegenlarven van het geslacht Passeromyia die de jongen in het nest doden. Het beheer richt zich op het aanplanten en beschermen van manna gum, het ophangen van speciaal ontworpen nestkasten die de parasitaire vliegen weren, samenwerking met grondeigenaren op Bruny Island onder het nationale herstelplan, en het beperken van brandrisico in de kernkolonies.
Wetenschappelijke naam
Pardalotus quadragintus | Gould, 1838
Gould beschreef de soort in 1838 als Pardalotus quadragintus, naar materiaal uit Van Diemensland, het huidige Tasmanië; het geslacht is nooit veranderd en daarom staan auteur en jaartal zonder haakjes. quadragintus is afgeleid van Latijn quadraginta (veertig), naar de witte stippen op de vleugels, die Gould op veertig schatte — het werkelijke aantal ligt hoger. Daaraan dankt de vogel ook zijn Engelse naam forty-spotted pardalote. Pardalotus komt van Grieks pardalotos (gevlekt als een panter). De Nederlandse naam benoemt het eiland waaraan de soort volledig gebonden is.

