Alle soortenZangvogelsZwaluwen › Welkomzwaluw

Welkomzwaluw | Hirundo neoxena

Welcome Swallow | Golondrina australiana

De welkomzwaluw is de gewoonste zwaluw van Australië en Nieuw-Zeeland, en de vogel die boven vrijwel elke stad, elk weiland en elke veedam laag over het gras scheert. Ze bouwt haar modderkom onder bruggen, duikers, veranda's en schuurdaken, en zit tussen twee jachtvluchten door met een half dozijn soortgenoten op een draad. In Nieuw-Zeeland is ze op eigen kracht uit Australië overgekomen; pas sinds 1958 broedt ze er.

Welkomzwaluw (Hirundo neoxena)
Foto: Andrew Mercer — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een aanhoudend, opgewekt gekwetter van hoge, lichte noten met zachte, warrelende halen ertussen, dat de vogels vanaf een draad of tijdens het jagen uitwisselen. Bij gevaar klinkt een scherp, hoog swiet! waarop alle zwaluwen in de omtrek opkijken; boven een nest met jongen wordt dat een aanhoudend gekef. Het geluid draagt niet ver, maar is bij een kolonie onder een brug voortdurend aanwezig.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een slanke zwaluw van vijftien centimeter met lange, spitse vleugels en een diep gevorkte staart waarin bij spreiding een rij witte vlekjes zichtbaar wordt. De bovenzijde is metaalachtig blauwzwart, de onderzijde lichtgrijs, en voorhoofd, keel en bovenborst zijn roestrood. Anders dan bij veel zwaluwen loopt er geen donkere band over de borst. Man en vrouw zijn gelijk; jonge vogels hebben een fletsere keel, kortere staartpennen en een gele snavelrand.

Verwarrings­soorten

De boerenzwaluw (Hirundo rustica), in het noorden van Australië en in Nieuw-Zeeland een zeldzame gast uit Azië, heeft een volle zwarte borstband, een witte buik en veel langere staartpennen. Petrochelidon nigricans heeft een vale stuit en een korte, recht afgesneden staart; P. ariel een witte stuit en een roodbruine kop. De witrugzwaluw is zwart-wit gedeeld en mist het roest op de keel. Een gierzwaluw is groter, sikkelvormiger en zit nooit op een draad.

Leefgebied

Vrijwel al het open land: stad en dorp, weiland en beweid rangeland, de oevers van meren, poelen en stuwmeren, en rotskust en zeeklif waar ze in spleten broedt. Dicht bos, echte woestijn en de alpiene zone mijdt ze. Waar mensen bouwen, wint ze terrein: bruggen, duikers, garages en veranda's leveren meer nestplaatsen op dan de natuurlijke rotswanden ooit deden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Over vrijwel heel Australië behalve de droogste binnenlanden en het uiterste noorden, over heel Nieuw-Zeeland en op Norfolk. Vogels uit het zuiden van Australië trekken in juni en juli noordwaarts en komen in augustus terug; in Nieuw-Zeeland zwerven ze na de broedtijd rond in grote groepen. De Nieuw-Zeelandse vestiging is jong: losse waarnemingen vanaf de jaren twintig, het eerste broedgeval in Northland in 1958, en binnen dertig jaar het hele land bezet.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kijk onder elke brug, duiker en veranda die je passeert: de modderkom zit op een balk of tegen een ruwe muur, vaak met een oude kom van vorig jaar ernaast. Ga in de zomer bij een veedam staan als de wind laag over het water strijkt; de zwaluwen scheren dan rakelings langs en zijn op twee meter afstand goed te zien. Let bij elke vogel op de ontbrekende borstband — dat scheelt de vraag of het toch een boerenzwaluw is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC), en een van de weinige inheemse zangvogels die van de komst van mensen onmiskenbaar heeft geprofiteerd. Gebouwen, bruggen en veedammen hebben het aantal nestplaatsen en het aantal drinkplekken in het binnenland sterk vergroot, en de soort heeft daarmee haar areaal uitgebreid en Nieuw-Zeeland gekoloniseerd. Plaatselijk gaan nesten verloren bij het schoonmaken van gebouwen en door insecticiden; op landsschaal telt dat niet.

Wetenschappelijke naam

Hirundo neoxena | Gould, 1842

Gould beschreef de vogel in 1842 als Hirundo neoxena, en in dat geslacht staat hij nog steeds, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Hirundo is gewoon het Latijnse woord voor zwaluw; Linnaeus voerde het geslacht in 1758 in. neoxena is Grieks voor 'nieuwe gast', van neos, 'nieuw', en xenos, 'vreemdeling'. De Engelse naam Welcome Swallow komt van de terugkeer van de vogel in het zuiden van Australië, die daar als aankondiging van het voorjaar werd verwelkomd.