Alle soorten › Zangvogels › Doornsnavels en verwanten › Witoogmangrovezanger

Witoogmangrovezanger | Gerygone tenebrosa

Dusky Gerygone | Gerigón oscuro

De witoogmangrovezanger is de enige mangrovezanger die zijn Nederlandse naam volledig waarmaakt: hij komt nergens anders voor dan in de mangrove van de West-Australische kust, van Shark Bay tot in de Kimberley. Tien tot dertien centimeter, grijsbruin met een olijfzweem, vuilwit van onderen, met een zwarte snavel en zwarte poten — een vogel zonder één opvallend kenmerk, in een leefgebied dat het onderscheid voor hem maakt.

Witoogmangrovezanger (Gerygone tenebrosa)
Foto: Thibaud Aronson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dun, hoog wijsje, korter en minder zoet dan dat van de meeste verwanten, met de dalende toonval die het geslacht kenmerkt. Er zijn zang- en alarmopnamen van de soort, maar er is geen omschrijving die in het veld houvast biedt; de eerlijkste raad is om opnames te vergelijken vóór je de mangrove in gaat, want zowel de witbrauw- als de dikbekmangrovezanger zingt hier mee.

Luister: ZangXC430894

Opname: Nigel Jackett — CC BY-NC-SA 4.0 · Crab Creek mangroves, Roebuck Bay, Western Australia, Australia · xeno-canto

Herkenning

Effen en donker: grijsbruin van boven met een olijfgroene zweem, grijzig wit van onderen, zonder gele tinten en zonder duidelijk wit in de staart. Snavel en poten zijn zwart. De naam wijst op de smalle lichte oogring en het bleke oog, en dat is samen met de vaalbruine, egale kleur het beste wat er aan kenmerken te halen valt. In de praktijk determineert men deze soort vooral op de plaats waar hij zit.

Verwarrings­soorten

De witbrauwmangrovezanger (Gerygone levigaster) deelt de kust en is het lastigste geval: die is bleker en grijzer, met een duidelijke witte wenkbrauwstreep en witte staartpunten, waar deze vogel donkerder en effener is. De dikbekmangrovezanger (Gerygone magnirostris) heeft een zwaardere snavel en een opvallender oogring. De witstaartmangrovezanger (Gerygone fusca) komt in dezelfde streek voor maar dan in droog bos en mulga (acaciastruweel van het droge binnenland, gedomineerd door Acacia aneura), en heeft de zwart-witte staartbalken die deze soort mist. Van de overige soorten van het geslacht — de bruine mangrovezanger (Gerygone mouki), de zwartkeelmangrovezanger (Gerygone palpebrosa), de maorimangrovezanger (Gerygone igata), de norfolkmangrovezanger (Gerygone modesta), de chathammangrovezanger (Gerygone albofrontata) en de witkeelmangrovezanger (Gerygone olivacea) — overlapt alleen de laatste, en die is geel van onderen. Wees eerlijk: tussen deze soort en de witbrauwmangrovezanger berust het onderscheid in het veld vooral op zang en op de precieze plek in de mangrove.

Leefgebied

Mangrove, en vrijwel niets anders: de gordels van Avicennia en Rhizophora langs riviermondingen, kreken en baaien van de West-Australische kust. Plaatselijk komt hij mee de kreek op in de begroeiing langs het water, maar hij blijft altijd dicht bij het getijdenbos. Hij foerageert in het gebladerte en plukt kleine insecten en spinnen van blad en twijg.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Uitsluitend de kust van West-Australië, van Shark Bay in het zuiden tot Kunmunya en de Kimberley in het noorden — een smalle, onderbroken strook die het totale areaal op nog geen veertigduizend vierkante kilometer brengt. Twee ondersoorten worden onderscheiden, tenebrosa en christophori. De soort is standvogel en verplaatst zich niet.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga bij laag water de mangrove in en volg de kreekranden: hij houdt van de zone waar de bomen het dichtst staan. Ga niet op kleur af maar op silhouet en gedrag — dan is de vraag alleen nog welke van de drie mangrovezangers je voor je hebt, en daarvoor moet je de zang kennen. Exmouth en de Dampier-archipel zijn de bekendste plekken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC), maar wel een soort met een klein en smal areaal die volledig aan één leefgebiedtype vastzit. Mangrove aan de West-Australische kust ligt bij havens, zout- en ijzerertsoverslag en bij de aanvoerwegen daarvan, en is bovendien gevoelig voor cyclonen en voor sterfte na uitzonderlijke droogte en hitte. Omdat de vogel niet uitwijkt naar ander bos telt elk stuk verdwenen mangrove hier zwaarder dan bij verwanten met een ruimere keus.

Wetenschappelijke naam

Gerygone tenebrosa | (Hall, 1901)

Robert Hall beschreef de vogel in 1901 als Pseudogerygone tenebrosa, naar een exemplaar van de Fitzroy in noordwestelijk Australië; omdat de soort later naar Gerygone is verhuisd, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht werd in 1841 door Gould ingevoerd, uit het Griekse gērugonos, uit klank geboren. tenebrosa is Latijn voor donker of schaduwrijk, naar de doffe kleur, en de Engelse naam Dusky Gerygone zegt hetzelfde. De Nederlandse naam witoogmangrovezanger benoemt in plaats daarvan het bleke oog met de lichte ring.