Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Wulp
Wulp | Numenius arquata
Eurasian Curlew | Zarapito real
De wulp is in Australië een echte zeldzaamheid: een grote, bruin gestreepte steltloper met een lange gebogen snavel die af en toe tussen de siberische wulpen van de noordelijke wadden opduikt. Hij is bijna even groot als die soort en heeft een even lange snavel, zodat hij zich in een groep gemakkelijk verstopt. Het beste teken komt pas als de groep opvliegt, want dan licht bij de wulp een witte wig van de stuit de rug op.
Geluid
De roep is het beroemde, klagend oplopende koer-lie dat in Europa boven elk weiland en elke kwelder hangt, luid en ver dragend en met een weemoedige klank. Bij verstoring klinkt een snel herhaald, alarmerend kwie-kwie-kwie. Het geluid is nauwelijks van dat van de siberische wulp te scheiden en helpt in Australië dus niet bij de determinatie; het draaiende, bubbelende baltslied hoort bij de Euraziatische broedgebieden en is hier niet te horen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een grote, langbenige steltloper van vijftig tot zestig centimeter, spanwijdte negenentachtig tot honderdzes centimeter, met een groot gewichtsbereik van vierhonderdtien tot ruim dertienhonderd gram. De snavel is lang en in een gelijkmatige boog omlaag gekromd, bij het volwassen vrouwtje het langst, donker met een vleeskleurige basis aan de ondersnavel. De poten zijn lang en blauwgrijs. Het kleed is bruin gestreept met een witte buik waarop de streping uitdunt, en de kop is gelijkmatig gestreept zonder kruinstrepen. Het beslissende kenmerk zie je alleen in de vlucht: een scherp afgetekende witte wig die van de stuit de rug op loopt, en een vrijwel witte, nauwelijks getekende ondervleugel.
Verwarringssoorten
De siberische wulp (Numenius madagascariensis) is in dit gebied altijd de eerste gedachte en is de moeilijkste: even groot of iets groter, met een even lange gebogen snavel en hetzelfde gestreepte kleed. Het verschil zit in de vlucht en in de kleur van het achterlijf: bij de siberische wulp is de stuit egaal bruin, is er geen witte wig, is de ondervleugel egaal bruin, en is de buik dicht gestreept in plaats van wit. De regenwulp (Numenius phaeopus) is duidelijk kleiner, heeft een veel kortere snavel met een knik in plaats van een gelijkmatige boog, en draagt kruinstrepen; ook zijn ondersoort hier mist de witte wig. De kleine regenwulp (Numenius minutus) is nog kleiner en veel korter van snavel. Elke gemelde wulp in Australië hoort met foto's van rug en ondervleugel te worden onderbouwd.
Leefgebied
Waar hij hier opduikt, is het op intergetijdenslik van beschutte baaien en estuaria, meestal in het gezelschap van siberische wulpen, regenwulpen en grutto's. Bij hoogwater volgt hij die groep naar kwelders met samphire, zoutvelden en zandbanken. In Europa foerageert hij ook op grasland en akkers en dat doet hij ook hier bij gelegenheid, maar in dit gebied is hij in de praktijk een vogel van het wad.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Binnen het kaartvenster is hij een zeldzame dwaalgast, met enkele tientallen aanvaarde gevallen uit ongeveer de helft van de laatste tien jaar, vrijwel allemaal in Australië. Het zwaartepunt ligt op de noordwestkust, rond Broome en Eighty Mile Beach, en verder langs de noordkust tot Darwin en de Golf van Carpentaria; van de oost- en zuidkust zijn losse gevallen bekend. De vogels die hier terechtkomen behoren tot de oostelijke ondersoort orientalis en zijn vrijwel altijd te ver doorgeschoten trekvogels die eigenlijk in Zuidoost-Azië hadden moeten blijven. In Nieuw-Zeeland en op Norfolk is hij nog zeldzamer.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Wie hem wil vinden, doet dat door in de zomermaanden op Roebuck Bay of Eighty Mile Beach elke grote wulp in de rustplaats na te lopen en te wachten tot de groep opvliegt; die ene seconde waarin de rug zichtbaar wordt, beslist alles. Fotografeer de vogel liever van achteren dan van opzij: de witte wig en de lichte ondervleugel zijn wat een meldingcommissie wil zien, terwijl een zijaanzicht van kop en snavel nooit sluitend is. Let er ook op dat een siberische wulp in versleten kleed een lichtere buik kan tonen, en laat je daar niet door misleiden.
Staat van instandhouding
Gevoelig (NT) op de wereldlijst, en die status komt vrijwel geheel voort uit wat er buiten dit kaartvenster gebeurt. In West-Europa is de soort ingestort: tussen 1996 en 2016 ging Engeland en Schotland met ruim de helft achteruit, Wales met meer dan tachtig procent en Ierland met meer dan negentig procent, vooral door het omzetten van vochtig grasland in akkerbouw en bosaanplant, waardoor de nesten niet meer uitkomen. Voor Australië heeft de soort geen eigen beheersvraagstuk, want het gaat om enkele tientallen vogels; wat hier telt, is dat de wadden waar hij bij toeval terechtkomt dezelfde zijn als die van de siberische wulp, en die staan zwaar onder druk.
Wetenschappelijke naam
Numenius arquata | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de vogel in 1758 als Scolopax arquata, met Zweden als typelocatie; door de latere verplaatsing naar een ander geslacht staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het epitheton arquata komt van het middeleeuws-Latijnse arquatus, 'boogvormig', naar de kromming van de snavel — dezelfde gedachte die ook in de geslachtsnaam zit, want Numenius gaat terug op het Griekse noumenios, 'nieuwe maan'. De Nederlandse naam wulp is klanknabootsend en vormt met het Engelse curlew en het Franse courlis een reeks die allemaal de roep weergeeft.


