Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Zwarte zwaan

Zwarte zwaan | Cygnus atratus

Black Swan | Cisne negro

De zwarte zwaan is de grote watervogel van het zuiden van Australië: geheel zwart, met een helrode snavel en een nek die naar verhouding langer is dan die van welke andere zwaan ook. Pas als hij opvliegt blijkt dat de slagpennen wit zijn, en dan verandert het silhouet in één klap.

Zwarte zwaan (Cygnus atratus)
Foto: JJ Harrison — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een ver dragend, muzikaal bugelgeluid, een hoog en licht trillend hoo-oe dat paren en groepen in de vlucht en op het water voortdurend uitwisselen. Daarnaast klinkt een zacht, kreunend gekeuvel tussen partners bij het nest, en een sissend gesnuif bij dreiging. De vleugels ruisen luid en ritmisch; een overvliegende troep hoor je vaak eerder dan je hem ziet.

Luister: AlarmroepXC954554

Opname: Sonothèque ADVL — CC0 · Sougeal, Ille-et-Vilaine, Bretagne, France · xeno-canto

Herkenning

Een geheel zwarte zwaan met een lange, s-vormig gebogen nek en een helrode snavel met een witte dwarsband en een witte punt. De schouderveren zijn gekruld en opgezet, wat de rug een gerimpelde indruk geeft; in de vlucht vallen de zuiver witte slagpennen op tegen het zwart. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk, het mannetje groter en met een rechtere snavel. Jonge vogels zijn grijsbruin met lichte veerzomen en een grijze snavel.

Verwarrings­soorten

In het gebied is er geen tweede zwarte zwaan, dus verwarring komt vooral van afstand en licht. De knobbelzwaan (Cygnus olor) is uitgezet in Nieuw-Zeeland en in het zuidwesten van Australië en is wit, maar zijn grijsbruine jonge vogels lijken van ver op jonge zwarte zwanen; let dan op de oranje aanzet van de snavel. Hoog overvliegend wordt de soort verward met de ekstergans (Anseranas semipalmata), die echter een kortere nek, een zwart-wit vleugelpatroon en veel tragere vleugelslag heeft.

Leefgebied

Grote ondiepe zoete en brakke wateren met veel onderwaterplanten: permanente meren, stuwmeren, riet- en biezenmoeras, en de lagunes en estuaria van de kust. Het water moet ondiep genoeg zijn om met de nek de bodem te bereiken, en dat bepaalt waar hij zit; diepe kraterkommen en snelstromende rivieren mijdt hij. Na grote regen trekt hij het binnenland in en verschijnt hij op claypans en efemere meren die maanden eerder nog droog lagen.

Verspreiding en trek

Inheems in het zuidoosten en zuidwesten van Australië, met Tasmanië erbij, en schaars in het tropische noorden; het Murray-Darlingbekken en de kustlagunes dragen de grootste aantallen. Hij zwerft op waterstand en verplaatst zich in droge jaren over duizend kilometer. In Nieuw-Zeeland was de inheemse zwaan al vóór de Europese kolonisatie verdwenen; in 1864 werden Australische vogels uitgezet en tegelijk kwamen er op eigen kracht over, zodat de soort er nu algemeen is.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Tel ze op een groot ondiep meer in de late namiddag, wanneer families uit het riet komen en de groepen van het open water naar de oever schuiven. Let bij elke troep die opvliegt op het wit in de vleugel: dat is op grote afstand het enige kenmerk dat overeind blijft, en het scheidt hem meteen van elke donkere gans of aalscholver.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) en talrijk, met een populatie die in Australië en Nieuw-Zeeland samen in de honderdduizenden loopt. De aantallen schommelen met de waterstand, en een enkel voorval kan een kerngebied wegvagen: in 1968 trof de storm rond de Wahine de zwanen en de waterplanten van Te Waihora tegelijk. Drooglegging, botulisme en verstoring van broedkolonies zijn de blijvende drukfactoren.

Wetenschappelijke naam

Cygnus atratus | (Latham, 1790)

Latham beschreef de vogel in 1790 als Anas atrata, bij de eenden; omdat hij later naar een ander geslacht is verhuisd, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cygnus werd in 1764 ingevoerd door De Garsault en is eenvoudig het Latijnse woord voor zwaan. atratus betekent 'in het zwart gekleed', gezegd van iemand in rouwkleding. Als typelocatie geeft Latham niet meer dan 'de meren van Australië'.