Alle soortenZangvogelsAustralische vliegenvangers › Zwartkopvliegenvanger

Zwartkopvliegenvanger | Melanodryas cucullata

Hooded Robin | Petroica encapuchada

De zwartkopvliegenvanger is de enige zwart-witte robin van Australië: een stille, schuwe vogel van zestien centimeter die vanaf een lage dode tak of een omgevallen stam op de grond neerkijkt en dan valt. Hij staat over vrijwel heel het vasteland op de kaart en is toch bijna nergens algemeen — in het zuidoosten is hij in een halve mensenleeftijd uit hele districten verdwenen. Wie hem vindt, vindt meestal een paartje op een stuk open bos waar nog gevallen hout en inheems gras liggen.

Zwartkopvliegenvanger (Melanodryas cucullata)
Foto: Patrick_K59 — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zacht en ingehouden: korte, lage trillers en af en toe een reeks heldere fluittonen, meestal alleen in het eerste uur na zonsopkomst. De zang draagt niet ver en gaat in een winderig open bos snel verloren. Buiten de vroege ochtend is dit een van de zwijgzaamste vogels van het open bos; paren houden contact met enkele korte, droge tikken.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een vrij grote robin van vijftien tot zeventien centimeter met een slanke snavel en een vierkant afgesneden staart. Het mannetje is onmiskenbaar zwart-wit: zwarte kop, keel en rug die als een kap over de borst naar beneden lopen, zuiver witte onderdelen, zwarte vleugels met een witte schouderstreep en een witte vleugelstreep, en witte panelen in de staart die in vlucht opvallen. Snavel, oog en poten zijn zwart. Het vrouwtje is onopvallend grijsbruin met een bleekgrijze keel, donkerbruine vleugels en dezelfde witte vleugelstreep. Jonge vogels zijn donkerbruin met roomwitte spikkels, maar hebben van jongs af aan al de lichte vleugel- en staarttekening. De vlucht is kort, snel en golvend, met veel wit.

Verwarrings­soorten

Het mannetje is de enige zwart-witte robin en dus niet te missen; de bonte honingeter en de zwarte honingeter zijn slanker, hebben een gebogen snavel en zijn luidruchtig en beweeglijk. Het vrouwtje is het probleem. Van Melanodryas vittata is ze geografisch gescheiden — die zit alleen op Tasmanië — en Melanodryas pulverulenta is een grijzere, kortstaartiger vogel die aan de tropische noordkust in de mangrove blijft. Verwarring dreigt vooral met de vrouwtjes van de rode Petroica-soorten en met Microeca fascinans: de zwartkopvliegenvanger is duidelijk groter en forser, heeft een grijze borst en brede, scherp afgetekende witte tekening op vleugel en staart, terwijl Microeca fascinans kleiner is, geen vleugelstreep heeft en witte búitenste staartpennen draagt in plaats van witte panelen.

Leefgebied

Licht beboomd open bos, overwegend acacia of eucalyptus, met een struiklaag die lage uitkijkposten levert en een open, inheemse grasvloer met kale plekken ertussen. Beslissend is wat er op de grond ligt: stammen, gevallen takken en diepere bodem, waar de hagedisjes en geleedpotigen zitten waarvan hij leeft. Ook in mulga (acaciastruweel van het droge binnenland, gedomineerd door Acacia aneura), in casuarina- en callitrisbos en in mallee (laag, veelstammig eucalyptusstruweel van droog zuidelijk Australië). Dichte matten uitheems gras en kale, uitgeschraapte veengronden zonder dekking zijn beide onbruikbaar voor hem.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Vrijwel het hele Australische vasteland, maar met grote gaten: hij ontbreekt op Tasmanië, op Kaap York en de oostelijke Golf van Carpentaria, in de Nullarbor en rond de Simpsonwoestijn. Het zwaartepunt ligt in zuidoostelijk Australië tussen Adelaide en Brisbane. Vier ondersoorten worden onderscheiden, waarvan de Tiwi-vorm van Bathurst en Melville Island apart staat. Hij is standvogel en zit in paren of kleine familiegroepjes met helpers bij het nest.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Stop bij een stuk open bos waar de boswachter of de boer het gevallen hout heeft laten liggen en scan de onderste twee meter: lage dode takken, hekpalen, omgevallen stammen. De vogel zit lang stil en beweegt pas als hij naar de grond duikt. Ga er niet te dicht op zitten bij een nest — beide ouders doen dan een afleidingsvertoning en tuimelen met een gespreide vleugel over de grond. En let op tuinhoningeters: waar die een terrein hebben overgenomen, is de zwartkopvliegenvanger meestal al weg.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC) — maar dat cijfer verhult de situatie in Australië zelf. De Tiwi-ondersoort Melanodryas cucullata melvillensis staat sinds 2018 als ernstig bedreigd en mogelijk uitgestorven op de nationale EPBC-lijst; de laatste bevestigde waarneming op Bathurst Island dateert van 1992. De zuidoostelijke nominaatvorm werd in maart 2023 als bedreigd aangemerkt, op grond van herhaalde tellingen die op meer dan vijftig procent afname in tien jaar wezen. In Victoria geldt de soort als kwetsbaar onder de Flora and Fauna Guarantee Act, in Nieuw-Zuid-Wales eveneens. De oorzaken stapelen zich: grootschalige ontginning en versnippering van open bos, veranderde brandregimes, verdringing door de tuinhoningeter, langdurige droogtes en predatie door verwilderde katten op een vogel die op de grond zoekt en laag broedt.

Wetenschappelijke naam

Melanodryas cucullata | (Latham, 1801)

John Latham beschreef de soort in 1801 als Muscicapa cucullata, bij de vliegenvangers; Vigors en Horsfield noemden hem later nog eens Grallina bicolor. Na jaren in Petroica staat hij nu in Melanodryas, en daarom staan auteur en jaartal tussen haakjes. cucullata is laat-Latijn voor 'gekapt', naar de zwarte kap van het mannetje — dezelfde gedachte als in de Nederlandse en de Engelse naam. Melanodryas komt van het Griekse melas, 'zwart', en dryas, 'bosnimf'. In Australië heet hij ook wel Black Robin of Pied Robin; die eerste naam is verwarrend, want die hoort bij Petroica traversi van de Chathameilanden.