Alle soorten › Zangvogels › Zweepvogels › Zwartkopzwiepfluiter

Zwartkopzwiepfluiter | Psophodes olivaceus

Eastern Whipbird | Zordala crestada oriental

De zwartkopzwiepfluiter is de bron van de zweepslagroep die in het Australische regenwoud veel te horen is. Hij hoort bij de zwiepfluiters en wigsnavelfluiters, een Australische familie van langstaartige, gekuifde zangvogels van de dichte ondergroei. Hij is talrijk en luidruchtig en toch zelden te zien.

Zwartkopzwiepfluiter (Psophodes olivaceus)
Foto: Greg Miles — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zweepslag is een duet en geen solo: het mannetje zet in met een lange, aanzwellende fluittoon die eindigt in een korte, snijdende klap — de zweep — en het vrouwtje antwoordt onmiddellijk met twee korte noten, tjoe-tjoe. Het antwoord komt zo snel dat het geheel als één vogel klinkt, en dat is de reden dat vogelaars er jarenlang één vogel in horen. Wie erop let, merkt dat de twee delen uit verschillende richtingen komen, soms tientallen meters uit elkaar. Beide vogels roepen daarnaast een scherp, kort tsjek waarmee ze elkaar in de ondergroei volgen. Het duet klinkt het hele jaar en het hardst in het eerste uur na zonsopgang.

Luister: ZangXC1172485

Opname: Romuald Mikusek — CC BY-NC-SA 4.0 · Marlo, East Gippsland Shire, Victoria, Australia · xeno-canto

Herkenning

Zesentwintig tot dertig centimeter, waarvan meer dan de helft staart; een slanke vogel met korte, ronde vleugels die weinig vliegt. Kop, kuif en borst zijn zwart, met een grote, scherp begrensde witte wangvlek; rug, vleugels en de lange staart zijn donker olijfgroen, de staartpunten wit. De buik is grijswit en naar de flanken toe olijf. Man en vrouw zijn vrijwel gelijk; het vrouwtje is iets kleiner en heeft een kleinere kuif. Jonge vogels missen de witte wangvlek en hebben een bruinere kop, zodat ze veel valer ogen.

Verwarrings­soorten

In het oostelijke regenwoud is er geen andere vogel met een zwarte kop, een witte wangvlek en een lange olijfgroene staart. De westelijke verwant, de grijskopzwiepfluiter (Psophodes nigrogularis), zit in de heide van het zuiden en het zuidwesten, mist het uitgebreide zwart op de borst en heeft een veel kleinere witte gezichtsvlek. De wigsnavels van het binnenland, de klokraltimalia en de struikraltimalia, zijn grijsbruin en houden zich in open, droog land op. Verwarring ontstaat vooral op het gehoor: het vrouwtjesdeel van het duet wordt zonder de zweep erbij voor een andere soort aangezien.

Leefgebied

Regenwoud en nat eucalyptusbos met een dichte struiklaag, en dicht struweel langs kreken en in ravijnen; altijd waar de onderste twee meter ondoordringbaar is. Ook droger bos met een dichte onderlaag, en tuinen en parken aan de rand van Sydney en Brisbane waar bosachtige beplanting staat. De vogel foerageert op de bodem in het strooisel en klimt zelden hoger dan een paar meter. Open bos zonder ondergroei is voor hem onbruikbaar, hoe groot ook.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Langs de oostkust van Australië, van het oosten van Victoria noordwaarts tot in centraal Queensland, met een gescheiden populatie in de Wet Tropics tussen Cooktown en Townsville. Standvogel in de strengste zin: een paar houdt jarenlang hetzelfde terrein en verdedigt het het hele jaar met het duet. De noordelijke populatie is kleiner en bruiner en wordt als eigen ondersoort onderscheiden. Het areaal is weinig veranderd; wel is de soort verdwenen uit stadsdelen waar de ondergroei is opgeruimd, en teruggekeerd in herstelde kreekbeplanting.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga staan waar je de zweepslag hoort en wacht: de vogel loopt op de bodem in de dekking en steekt vroeg of laat een open plek over. Beweeg niet en kijk laag, op enkelhoogte tussen de stengels. Let bij het duet op de richting waaruit het antwoord komt — dat is het vrouwtje, en dat vertelt je waar het paar staat. De beste tijd is het eerste uur na zonsopgang, het hele jaar door.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) en in geschikt bos zeer algemeen. De enige echte bedreiging is het verdwijnen van de dichte onderlaag, door kappen, door begrazing en door het opruimen van struikgewas in parken. Bosbranden slaan gaten in de verspreiding, maar de soort keert terug zodra de ondergroei zich weer sluit.

Wetenschappelijke naam

Psophodes olivaceus | (Latham, 1801)

John Latham beschreef de vogel in 1801 als Corvus olivaceus, bij de kraaien; omdat de soort later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Vigors en Horsfield voerden het geslacht Psophodes in 1827 in, uit Grieks psophōdēs ('luidruchtig'), van psophos (geluid, lawaai). olivaceus is Latijn voor 'olijfkleurig', naar rug en staart. De typelocatie is opgegeven als Australië en later beperkt tot Nieuw-Zuid-Wales.