Alle soorten › Steltloperachtigen › Scholeksters

Scholeksters | Haematopodidae

Oystercatchers | Ostreros

De snavel is zijdelings afgeplat tot een beitel en wordt op twee manieren gebruikt: sommige vogels steken hem tussen de kleppen van een nog geopende schelp en snijden de sluitspier door, andere slaan de schelp op een steen of aan de zwakke zijkant kapot. Welke van beide een vogel toepast, leert hij van zijn ouders; de snavel slijt naar dat gebruik en verandert binnen enkele weken van vorm als de vogel overstapt. Op grasland en akkers worden ook regenwormen uit de grond getrokken. Anders dan bij vrijwel alle andere steltlopers zoeken de kuikens hun voedsel niet zelf: de ouders dragen het maandenlang aan, tot ver nadat de jongen kunnen vliegen, omdat het openen van schelpen te veel oefening kost. Het nest is een kuil boven de vloedlijn, met twee of drie eieren. Buren en indringers worden begroet met een luid, versnellend gepiep, waarbij de vogels met gebogen nek en de snavel recht omlaag naast elkaar over het strand lopen.

Inheemse soorten 2 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Haematopus 2 soorten