Alle soorten › Zangvogels › Klauwieren
Klauwieren | Laniidae
Shrikes | Alcaudones
De haaksnavel draagt aan weerszijden een scherpe tand die in een uitsparing van de ondersnavel past; daarmee worden de nekwervels van een prooi doorgebeten. De poten zijn die van een zangvogel en te zwak om iets vast te houden onder het eten, en dat wordt opgelost door de prooi op een doorn, een punt prikkeldraad of in een nauwe takvork te spietsen: zo ligt hij vast om te worden verscheurd, en tegelijk is hij bewaard. In een territorium hangen daardoor voorraden sprinkhanen, kevers, muizen, hagedissen en kleine vogels, soms dagenlang; giftige of vieze prooi blijft hangen tot de stoffen zijn afgebroken, en de omvang van de voorraad speelt mee bij de partnerkeuze. Gejaagd wordt vanaf een draad, een paal of een struiktop met vrij uitzicht: de vogel laat zich schuin omlaag vallen en scheert daarna laag en golvend weer omhoog naar de volgende post. Het nest is een forse, diep gevoerde kom in een doornstruik. Buiten het broedseizoen houden mannetje en vrouwtje elk een eigen wintergebied bezet, dat met een krassende roep wordt verdedigd.
Inheemse soorten 2 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.









