Alle soorten › Zangvogels › Oranjekopzanger

Oranjekopzanger | Peucedramidae

Olive warbler | Ocotero

De familie telt wereldwijd één soort, van hooggelegen dennenbossen in de bergen; op grond van DNA-onderzoek is die als eigen familie afgezonderd van de Amerikaanse zangers, waarbij ze lang was ingedeeld. De vogel blijft vrijwel altijd hoog in de kroon van naaldbomen, waar hij traag en methodisch langs de buitenste naaldbundels schuift, veel ondersteboven hangt en met een dunne, spitse snavel met licht ingekeepte punt kleine insecten en spinnen tussen de naalden vandaan haalt; de tak wordt zelden verlaten voor een uitval in de lucht. De kop is warm oranjebruin met een zwart masker bij het mannetje en valer bij het vrouwtje, de rest van het kleed grijs met witte vleugelstrepen. Het nest ligt hoog en ver naar buiten op een horizontale tak, verborgen in een dichte naaldenkwast, en is een diep kommetje van korstmos, worteltjes en plantenpluis. De zang bestaat uit heldere, gefloten tonen in een gelijkmatige, herhaalde reeks die ver door het bos draagt. Er wordt niet weggetrokken; hooguit wordt in de winter naar lager gelegen bos uitgeweken.

Inheemse soorten 1 soort

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Peucedramus 1 soort