Alle soorten › Zangvogels › Boszangers
Boszangers | Phylloscopidae
Leaf warblers | Mosquiteros
Het zijn kleine, slanke vogels in effen olijfgroene, grijze en bruine tinten, met een dunne, spitse snavel, een lichte wenkbrauwstreep en bij een deel een of twee lichte vleugelstrepen; mannetje en vrouwtje zien er hetzelfde uit. De soorten lijken onderling zo sterk op elkaar dat ze in het veld vooral op geluid uit elkaar worden gehouden: elk heeft een eigen, meestal eenvoudig opgebouwde zang en een karakteristieke roep, terwijl de verschillen in verenkleed neerkomen op de lengte van de wenkbrauwstreep en de kleur van poten en ondersnavel. Er wordt beweeglijk gefoerageerd in het buitenste blad, waar minuscule insecten en bladluizen van de onderkant van bladeren worden geplukt. Het nest staat op of vlak boven de grond en is overkoepeld, met de ingang aan de zijkant. De trek voert over duizenden kilometers naar tropische overwinteringsgebieden, en juist op die lange route belanden in de herfst geregeld vogels ver buiten hun gewone gebied.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Dwaalgasten 1 soort
Verdwaalde vogels uit andere werelddelen of van ver buiten hun gewone gebied.








