Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Amerikaanse drieteenspecht
Amerikaanse drieteenspecht | Picoides dorsalis
American Three-toed Woodpecker | Pico tridáctilo americano
De Amerikaanse drieteenspecht is de specht van het stervende naaldbos: een gedrongen zwart-witte vogel met een witte, zwart gebandeerde rugbaan, dicht gestreepte flanken en, bij het mannetje, een gele kruinvlek. Hij volgt schorskeverplagen, bosbranden en windworp, en duikt op waar sparren massaal afsterven. Aan het werk valt hij minder op door hard hakken dan door het zachte getik waarmee hij de schors in schilfers van de stam losmaakt.
Geluid
De roep is een zacht, kort pik of kiek, duidelijk zachter en minder scherp dan de roep van de haarspecht. Bij opwinding en in contact met de partner volgt een korte ratel van gelijke, droge noten. De roffel is vrij lang en vol van klank: hij begint snel en zakt aan het eind wat in tempo, een patroon dat onder de Noord-Amerikaanse spechten alleen de zwartrugspecht met hem deelt. Buiten het broedseizoen is hij stil, en is het getik van een foeragerende vogel vaak het enige dat hem verraadt.
Opname: Bill Pyle — CC BY-NC-SA 4.0 · Daniel, Sublette County, Wyoming, United States · xeno-canto
Herkenning
Een middelgrote, compacte specht met een zwarte kop met twee witte strepen: een smalle achter het oog en een bredere die onder de wang langs naar de nek loopt. Midden over de rug loopt een witte baan met zwarte dwarsbandjes; bij de vogels van de Rocky Mountains is die baan bijna zuiver wit, bij die van Alaska en het oosten veel dichter gebandeerd. De flanken zijn dicht zwart-wit gestreept, de vleugels zwart met rijen witte vlekjes, de buitenste staartveren wit met zwarte bandjes. Het mannetje draagt een gele kruinvlek, het vrouwtje een zwarte kruin met fijne witte streepjes. Zoals de naam zegt, heeft hij aan elke poot maar drie tenen in plaats van vier.
Verwarringssoorten
De zwartrugspecht lijkt het meest op deze soort: ook drieteenig en ook met een gele kruin bij het mannetje, maar groter, met een langere snavel en een geheel zwarte rug zonder witte baan, en vrijwel zonder witte streep achter het oog. De haarspecht heeft vier tenen, een schone witte rug zonder bandjes, ongestreepte witte flanken en bij het mannetje een rode in plaats van een gele vlek, en die zit in de nek in plaats van op de kruin. Bij oostelijke drieteenspechten met een sterk gebandeerde rug kan die op afstand donker lijken; let dan op de witte oogstreep en de dicht gestreepte flanken. De Euraziatische drieteenspecht (Picoides tridactylus), waarmee hij lang als één soort gold, komt in Noord-Amerika niet voor.
Leefgebied
Boreaal naaldbos van fijnspar en zilverspar en, in de bergen van het westen, subalpien bos van engelmannspar, zilverspar en draaiden. Hij zoekt volwassen en oud bos dat door brand, storm, overstroming of schorskevers is aangetast en vol dode en stervende bomen staat, en is zeldzaam of afwezig in gekapt bos. Anders dan de zwartrugspecht is hij minder sterk aan verse brandvlakten gebonden en foerageert hij ook in levend bos met verspreide dode sparren. Zijn nestholte hakt hij in een dode of stervende boom, meestal in een naaldboom en soms in een esp.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Van het westen van Alaska door het boreale bos van Canada tot Labrador en Newfoundland, met zuidelijke uitlopers in de noordelijke staten rond de Grote Meren en in het noorden van New England. In het westen volgt hij de Rocky Mountains en andere hoge bergketens zuidwaarts tot in Arizona en New Mexico, met kleinere populaties in de Cascades van Washington en Oregon. Mexico bereikt hij niet. Er worden drie ondersoorten erkend: fasciatus in Alaska en het noordwesten, bacatus in het oosten en dorsalis in de Rocky Mountains. Hij is standvogel, maar trekt na een grote brand of kevervraat plaatselijk in grote aantallen samen.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek in de zomer een bos met rode, stervende sparren of een brandvlakte van een paar jaar oud, en luister naar zacht getik in plaats van hard hakken. De drieteenspecht pelt de buitenste schors in schilfers af, zodat dode stammen onder zijn werkplek kale, roodbruine plekken krijgen en de sneeuw eronder bezaaid raakt met schorssnippers: dat is vaak het eerste teken dat hij er zit. Hij is doorgaans rustig en laat een waarnemer dichtbij komen.
Staat van instandhouding
De IUCN rekent de soort tot niet bedreigd (LC). Partners in Flight schat de wereldwijde broedpopulatie op ongeveer 1,6 miljoen vogels, en de Breeding Bird Survey laat tussen 1966 en 2015 een toename zien, al is die trend onzeker omdat het noordelijke kerngebied nauwelijks door vaste tellingen wordt gedekt. De soort is afhankelijk van oud bos en van dood hout: kaalkap en het opruimen van brand- en keverhout na een verstoring halen juist weg waar hij van leeft. Omdat hij met zijn voedselaanbod meetrekt, schommelen de aantallen plaatselijk sterk.
Wetenschappelijke naam
Picoides dorsalis | Baird, 1858
Spencer Fullerton Baird beschreef de soort in 1858 als Picoides dorsalis; omdat ze nog altijd in dat geslacht staat, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Lange tijd gold ze als ondersoort van de Euraziatische drieteenspecht, tot de American Ornithologists' Union haar in 2003 op grond van genetisch onderzoek weer als aparte soort erkende. Picoides, in 1799 ingevoerd door Lacépède, betekent 'op Picus lijkend', met het Griekse achtervoegsel -oidēs; dorsalis is Latijn voor 'van de rug', naar de witte rug van de vogels uit de Rocky Mountains. De typelocatie is Laramie Peak in Wyoming.

