Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Zwartrugspecht
Zwartrugspecht | Picoides arcticus
Black-backed Woodpecker | Pico ártico
De zwartrugspecht is de specialist van het verbrande bos: een donkere, stevige specht van de boreale en bergnaaldbossen die zich binnen enkele weken na een bosbrand in het zwartgeblakerde bos vestigt en daar jarenlang leeft van de larven van houtborende kevers. Rug, kop en vleugels zijn glanzend zwart, de onderkant wit met dwarsgebandeerde flanken, en het mannetje draagt een gele kruinvlek. Net als de Amerikaanse drieteenspecht heeft hij maar drie tenen aan elke poot.
Geluid
De gewone roep is een enkel, scherp en vrij laag pik of kik, lager en voller dan de roep van de Amerikaanse drieteenspecht. Bij confrontaties met soortgenoten maakt hij een karakteristieke reeks van een schreeuw, een ratel en een grommend, snerpend geluid achter elkaar. Beide geslachten trommelen in lange roffels. Ook zonder roep verraadt hij zich vaak: het zachte getik en het afbladderen van schors van een dode stam is in een stil, verbrand bos van ver te horen.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · La Côte-de-Beaupré (near La Barrière-du-Maurice), Capitale-Nationale, Québec, Canada · xeno-canto
Herkenning
Een middelgrote, stevig gebouwde specht met een relatief lange snavel en geheel glanzend zwarte bovendelen: kop, rug, vleugels en stuit zonder wit. Door het zwarte gezicht loopt een witte streep van de snavelbasis tot onder de wang; achter het oog is hooguit een spoortje wit te zien. De onderdelen zijn wit, met dichte zwarte dwarsbanden op de flanken, en de buitenste staartpennen zijn wit. Het mannetje heeft een gele kruinvlek, het vrouwtje een zwarte kruin. Aan elke poot zitten drie tenen, twee naar voren en één naar achteren.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse drieteenspecht heeft eveneens drie tenen en bij het mannetje een gele kruin, maar een rug met witte bandjes of een witte middenstreep, een witte streep achter het oog en een kortere snavel. De haarspecht heeft een brede witte streep over de rug, een wit gezicht met zwarte strepen en bij het mannetje rood in de nek. Het mannetje van de bergsapspecht heeft ook een zwarte rug, maar twee witte strepen door het gezicht, een rode keel, een gele buik en een groot wit vleugelveld. Door zijn donkere kleur valt hij in verbrand bos tegen verkoolde stammen vaak weg.
Leefgebied
Boreaal naaldbos en bergnaaldbos met sparren, dennen en zilversparren, in het westen ook douglasspar- en ponderosadennenbos. De hoogste dichtheden bereikt hij in recent verbrand bos, waar hij tot zo'n acht jaar na de brand blijft, zolang de kevers in de dode stammen voldoende larven opleveren. Daarnaast bewoont hij bossen met uitbraken van schorskevers, zoals de bergdennenkever, en beboste venen. Hij hakt zijn nest in dode of stervende bomen en maakt voor elke broedpoging een nieuwe holte.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Hij broedt in de boreale bosgordel van Alaska en Canada, van het binnenland van Alaska tot Newfoundland en Labrador en de Maritieme Provincies. In het oosten reikt het areaal tot in het noorden van Minnesota, Wisconsin en Michigan, het Adirondack-gebergte en het noorden van New England; in het westen door de Rocky Mountains en de Cascades tot in de Sierra Nevada van Californië. In de Black Hills van South Dakota leeft een geïsoleerde populatie, en de vogels van Oregon en Californië vormen genetisch een aparte groep. Het is een standvogel die in sommige winters zuidwaarts uitzwermt.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem gericht op in bos dat één tot vijf jaar geleden is afgebrand: ga in de vroege ochtend langs de rand van zo'n brandvlakte staan en luister naar getik en het lage pik. Hij pelt vaak grote stukken schors van dode stammen, zodat lichte, kale plekken op de zwarte bomen zijn aanwezigheid verraden. Kijk bij een drieteenspecht eerst naar de rug: geheel zwart is de zwartrugspecht, wit gebandeerd of met een witte streep de Amerikaanse drieteenspecht.
Staat van instandhouding
De IUCN rekent de soort tot niet bedreigd (LC). Partners in Flight schat de broedpopulatie op ongeveer 1,7 miljoen vogels en rekent hem tot de soorten met weinig zorg; de aantallen lijken in het algemeen stabiel. Zijn sterke afhankelijkheid van verbrand bos maakt hem wel gevoelig voor bosbeheer: brandbestrijding vermindert de hoeveelheid geschikt leefgebied, en het snel na een brand kappen en afvoeren van de dode stammen maakt een brandvlakte vrijwel ongeschikt. Daarom is hij in het westen een indicatorsoort voor de waarde van onbeheerd verbrand bos.
Wetenschappelijke naam
Picoides arcticus | (Swainson, 1832)
William Swainson beschreef de soort in 1832 als Picus arcticus, in het ondergeslacht Apternus; de typelocatie ligt nabij de bronnen van de Athabasca River, op ongeveer 57° noorderbreedte aan de oostflank van de Rocky Mountains in Alberta. Omdat de soort sindsdien naar een ander geslacht is overgebracht, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Picoides, in 1799 door Lacépède ingevoerd, combineert het Latijnse picus 'specht' met het Griekse -oidēs 'gelijkend op'. Arcticus is Latijn voor 'noordelijk', naar het boreale verspreidingsgebied.

