Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Bandijsvogel
Bandijsvogel | Megaceryle alcyon
Belted Kingfisher | Martín gigante norteamericano
De bandijsvogel is de enige ijsvogel van Canada en het grootste deel van de Verenigde Staten: een forse, ruigkuifige jager die rechtstreeks boven water bidt en loodrecht duikt. Anders dan bij vrijwel alle andere vogels draagt het vrouwtje hier de fellere kleur, met een extra rode band die het mannetje mist.
Geluid
Zijn stem is geen zang maar een lange, rammelende ratel — een droog, mechanisch geratel dat hij uitstoot terwijl hij laag en snel over het water vliegt, vaak al voordat hij zelf te zien is. Bij opwinding, zoals rond het nest of bij een indringer, wordt de ratel korter en scherper en herhaalt hij zich in korte stoten. Een zangvogelachtig geluid ontbreekt volledig; de ratel is het enige geluid dat men van deze soort te horen krijgt.
Opname: Rory Nefdt — CC BY-NC-SA 4.0 · Oscawana, Croton-on-Hudson, Westchester County, New York, United States · xeno-canto
Herkenning
Een gedrongen vogel met een groot, ruig kuifkopje, een dolksnavel en een korte staart, blauwgrijs van boven met een witte halsband en witte onderdelen. Het mannetje draagt één blauwgrijze borstband; het vrouwtje heeft daaronder een tweede, roodbruine band over de flanken — bij vrijwel geen enkele andere Noord-Amerikaanse vogel is het vrouwtje kleuriger dan het mannetje. Juvenielen lijken op het vrouwtje maar met een onregelmatige, roestige waas over de blauwe band. In vlucht valt de grote kop, de onregelmatige, bijna kraaiachtige vleugelslag en het bidden op vaste hoogte boven water op.
Verwarringssoorten
Verwarring is beperkt, omdat geen andere Noord-Amerikaanse vogel dezelfde combinatie van kuif, dolksnavel en biddende jachtwijze boven water heeft. Een groene reiger kan van veraf een vergelijkbare gedrongen indruk geven maar mist de kuif en de brede halsband en jaagt vanaf een tak, niet vanuit de vlucht. In het uiterste zuidwesten, waar de veel grotere Amerikaanse reuzenijsvogel voorkomt, geeft alleen de duidelijk grotere afmeting en de rafelige, dubbele kuif van die soort uitsluitsel.
Leefgebied
Heldere rivieren, meren, vijvers en kustwateren, overal waar hij vanaf een tak of biddend boven het water kleine vis kan opsporen. Onmisbaar is een steile, onbegroeide oever van zand of leem waarin hij een horizontale broedgang kan graven, soms wel een meter of meer diep. Troebel water zonder geschikte oevers mijdt hij, en in de winter trekt hij weg zodra het water dichtvriest.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt van Alaska en bijna heel Canada zuidwaarts door de Verenigde Staten, overal waar water en een gravbare oever samenkomen. In het grootste deel van de Verenigde Staten blijft hij het hele jaar, mits het water open blijft; noordelijke en Canadese vogels trekken in de winter weg naar het zuiden van de Verenigde Staten, Mexico, Midden-Amerika en de eilanden van de Caraïben. De verspreiding is honderd jaar lang stabiel gebleven, al is de soort plaatselijk gevoelig voor het rechttrekken en betonneren van oevers.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Loop een rivier of meeroever langs en let op een eenzame vogel op een dode tak of draad recht boven het water — vaak is het rammelende geratel er eerder dan het beeld. Zoek daarna in steile zandwanden langs het water naar ronde gaten op ooghoogte of hoger: die verraden een nestgang, ook als de bewoner net weg is.
Staat van instandhouding
Wijdverbreid en talrijk, met een populatie die als stabiel geldt, al zijn er in delen van het areaal lokale afnames gemeld door het rechttrekken van oevers en de bouw van dammen. Kwikvervuiling in vis vormt een sluipend risico, omdat de soort bovenaan de voedselketen van heldere binnenwateren staat.
Wetenschappelijke naam
Megaceryle alcyon | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Alcedo Alcyon, bij de Oude Wereld-ijsvogels; sindsdien is ze naar een ander geslacht overgeplaatst, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. Het geslacht Megaceryle verenigt de grootste ijsvogels van de wereld; alcyon verwijst naar Alcyone uit de Griekse mythologie, die in een ijsvogel veranderde. De typelocatie ligt in South Carolina.




