Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Amerikaanse reuzenijsvogel

Amerikaanse reuzenijsvogel | Megaceryle torquata

Ringed Kingfisher | Martín Gigante Neotropical

De Amerikaanse reuzenijsvogel is de grootste ijsvogel van het westelijk halfrond en bereikt de Verenigde Staten alleen in het uiterste zuiden van Texas, langs de benedenloop van de Rio Grande. Een forse, ruigkuifige jager met een zware, dolkvormige snavel, leigrijsblauw van boven en kastanjebruin van onderen, met een witte halsband. Sinds de eerste vondst in 1888 en het eerste nest in 1970 is het areaal langzaam noordwaarts opgeschoven.

Amerikaanse reuzenijsvogel (Megaceryle torquata)
Foto: Bernard DUPONT — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een lage, rammelende ratel, trager en dieper dan die van de bandijsvogel, gegeven terwijl de vogel laag over het water vliegt of van een uitkijkpost opstijgt. Jonge vogels bedelen met een schor klek; volwassen vogels laten daarnaast een zachter klek horen bij onderling contact. Een gezongen geluid ontbreekt; de ratel, luider en lager dan bij elke andere Noord-Amerikaanse ijsvogel, draagt ver over open water.

Luister: ZangXC1063639

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · Santa Ana (near Monte Villa), Yacuma, Departamento del Beni, Bolivia · xeno-canto

Herkenning

Een zwaar gebouwde ijsvogel met een grote, ruige kuif, een massieve snavel en een relatief korte staart. Het mannetje is leigrijsblauw van boven met een witte halsband en een egaal kastanjebruine borst en buik, met witte ondervleugeldekveren die in vlucht zichtbaar zijn. Het vrouwtje heeft dezelfde kastanjebruine onderdelen, maar draagt daarboven een brede blauwgrijze borstband, gescheiden door een smalle witte streep — een omgekeerd patroon ten opzichte van de meeste Noord-Amerikaanse vogels, waar het mannetje juist de extra band draagt. Juvenielen tonen een overgangskleed met vlekken van het vrouwtjespatroon. De vlucht is zwaar en recht, met langzame vleugelslagen; de vogel bidt hoog boven het water voordat hij loodrecht duikt.

Verwarrings­soorten

De bandijsvogel, die in dezelfde rivieren en langs dezelfde kustwateren voorkomt, is duidelijk kleiner, heeft een lichtere snavel en een blauwgrijze in plaats van kastanjebruine borst; alleen het vrouwtje van de bandijsvogel draagt een rossige band, en die is smal en beperkt tot de flanken, tegenover de volledig kastanjebruine onderdelen van de reuzenijsvogel. Op afstand kan de grootte alleen lastig te beoordelen zijn, maar de combinatie van massieve snavel, dubbele kuif en de veel zwaardere, rammelende roep sluit verwarring vrijwel uit.

Leefgebied

Heldere tot licht troebele rivieren, meren, estuaria, lagunes en mangrovekusten met voldoende vis, van zeeniveau tot in de lagere bergdalen. Voor de nestgang is een steile, onbegroeide oever van zand of leem nodig, vaak langs een grotere rivier dan waar de bandijsvogel genoegen mee neemt. In het zuiden van het areaal gebruikt de soort ook mangrovebossen en beschutte kustlagunes, habitats die de bandijsvogel grotendeels mijdt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het areaal loopt van het uiterste zuiden van Texas door Mexico, Midden-Amerika en het grootste deel van Zuid-Amerika tot in Argentinië en Chili — de grootste verspreiding van alle Amerikaanse ijsvogels. In de Verenigde Staten is de eerste waarneming pas van 1888 en het eerste bevestigde nest van 1970; sindsdien broedt de soort vast langs het dal van de Beneden-Rio Grande, met incidentele waarnemingen verder noordwaarts in Texas. De soort is standvogel; noordelijke broedvogels trekken niet weg, al kunnen individuen na het broedseizoen zwerven.

  • Jaarrond
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek langs de Rio Grande bij Falcon Dam en Salineño naar een grote, luid ratelende vogel op een hoge dode tak of draad boven het water; de roep draagt zo ver dat hij vaak eerder te horen is dan de bandijsvogel op dezelfde plek. Let bij twijfel over de soort vooral op de kleur van de borst: volledig kastanjebruin bij beide geslachten van de reuzenijsvogel, tegenover blauwgrijs bij het mannetje van de bandijsvogel.

Staat van instandhouding

Wereldwijd wijdverbreid en niet bedreigd (LC), met een populatie die als toenemend geldt en een areaal dat zich in Texas geleidelijk noordwaarts uitbreidt. Binnen de Verenigde Staten blijft de broedpopulatie klein en beperkt tot een smalle strook langs de grens; het rechttrekken van oevers en de waterstand van de Rio Grande, die door irrigatie en stuwdammen wordt beheerd, zijn de belangrijkste lokale aandachtspunten.

Wetenschappelijke naam

Megaceryle torquata | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Alcedo torquata, bij de Oude Wereld-ijsvogels; sindsdien is ze naar een ander geslacht overgeplaatst, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. Het geslacht Megaceryle verenigt de grootste ijsvogels van de wereld en is gevormd uit het Griekse megas, 'groot', en keryle, een Oudgrieks woord voor ijsvogel. torquata is Latijn voor 'met een halsband', naar de witte halsband van de vogel.