Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Bonte lijster

Bonte lijster | Ixoreus naevius

Varied Thrush | Zorzal pinto

De bonte lijster is een forse lijster van het donkere, vochtige naaldbos aan de Pacifische kant van Noord-Amerika. Het patroon van oranje en zwart op kop, borst en vleugel is bij geen andere Noord-Amerikaanse lijster te vinden; in de winter zakt de soort naar lagere hoogte en duikt dan op in tuinen en boomgaarden, soms tot ver naar het oosten.

Bonte lijster (Ixoreus naevius)
Foto: Rhododendrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit losse, lang aangehouden tonen op één toonhoogte, elk een paar seconden lang, met stiltes van enkele seconden ertussen. Elke toon klinkt licht schurend en trillend, alsof er twee toonhoogtes tegelijk meeklinken, en de volgende toon ligt meestal hoger of lager dan de vorige. Het mannetje zingt vanaf een hoge tak in de kroon, vooral vroeg en laat op de dag. De roep is een kort, laag tsjoek en een dunne, opgaande fluittoon.

Luister: ZangXC1048897

Opname: AUDEVARD Aurélien — CC BY-NC-SA 4.0 · Homer, Kenai Peninsula Borough, Alaska, United States · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje heeft een leigrijsblauwe bovenzijde, een oranje keel en borst met een zwarte borstband dwars over de borst, een oranje wenkbrauwstreep door een zwart masker, en twee oranje vleugelstrepen met een oranje vlek aan de vleugelbasis. De onderdelen zijn verder oranje op de flanken en wit op de buik. Het vrouwtje heeft hetzelfde patroon, maar dan in olijfbruin en grijs, met een vage, grijsbruine borstband. De kop is rond, de snavel recht, de staart vrij kort.

Verwarrings­soorten

Roodborstlijster heeft een even oranje borst, maar mist de borstband, de vleugelstrepen en de wenkbrauwstreep, en heeft een egaal grijsbruine bovenzijde met een gele snavel. Bij een vrouwtje of een jonge vogel kan de borstband vrijwel wegvallen; let dan op de twee oranje vleugelstrepen en de oranje wenkbrauw, die ook bij de bleekste exemplaren zichtbaar blijven. Een verdwaalde bonte lijster in het oosten zit vaak tussen roodborstlijsters onder een voedertafel.

Leefgebied

Gesloten, vochtig naaldbos met een dicht kronendak en een schaduwrijke, mosrijke bodem: sitkaspar, douglasspar, westelijke hemlock en in het noorden witte spar. Oud bos met omgevallen stammen heeft de voorkeur; bospercelen kleiner dan enkele tientallen hectaren worden meestal gemeden. In de winter zakt de soort naar lager gelegen dalbos, oeverstruweel, boomgaarden, parken en tuinen met bessendragende struiken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het broedgebied loopt van het zuiden en midden van Alaska door Yukon en de Northwest Territories naar Brits-Columbia, en verder zuidwaarts langs de Cascades en de kustgebergten tot Noord-Californië, met een uitloper in de noordelijke Rocky Mountains van Alberta, Montana en Idaho. Langs de kust van Brits-Columbia, Washington en Oregon blijft een deel het hele jaar. Noordelijke vogels trekken naar Californië en het Grote Bekken. Elke winter komen enkele tientallen tot honderden vogels tot in het Midwesten en het noordoosten terecht, en er zijn twee aanvaarde gevallen in Europa.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in mei en juni op geluid: de aangehouden, trillende toon draagt ver door het natte bos en komt vrijwel altijd van hoog uit de kroon, terwijl de vogel zelf nauwelijks te zien is. Buiten het broedseizoen loont het om onder bessenstruiken en op paden met natte bladeren te kijken, waar hij net als een roodborstlijster tussen het strooisel schuifelt, maar lager en stiller.

Staat van instandhouding

Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de broedpopulatie op ongeveer 35 miljoen vogels. De Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) laat tussen 1966 en 2019 een afname van ongeveer 0,7 procent per jaar zien, samen ruwweg een derde, waarmee de soort op de lijst 'gewone vogels in sterke achteruitgang' (Common Birds in Steep Decline) staat. De belangrijkste druk is het verdwijnen en versnipperen van oud, vochtig naaldbos door houtkap; daarnaast sterven overwinterende vogels aan ruitbotsingen, kattenpredatie en aanrijdingen. Reservaten die voor de gevlekte bosuil zijn ingesteld beschermen ook het bos van deze soort.

Wetenschappelijke naam

Ixoreus naevius | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Turdus naevius, naar een exemplaar uit Nootka Sound op Vancouver Island; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam naevius is Latijn voor 'gevlekt', van naevus 'vlek, moedervlek'. Het geslacht Ixoreus is samengesteld uit het Griekse ixos 'maretak, maretakbes' en oros 'berg'. De Nederlandse en de Engelse naam verwijzen allebei naar het veelkleurige patroon van kop, borst en vleugel.