Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Cactusspotlijster

Cactusspotlijster | Toxostoma bendirei

Bendire's Thrasher | Cuitlacoche piquicorto

De cactusspotlijster is de kortsnavelige spotlijster van de open woestijnvlakten en halfwoestijnen van het zuidwesten. Hij lijkt op de krombekspotlijster en wordt daar bijna overal mee verward; het onderscheid zit in de kortere, rechtere snavel met bleke basis en in de scherpere, driehoekige borstvlekken. De soort is in vijftig jaar sterk in aantal teruggelopen en staat als kwetsbaar te boek.

Cactusspotlijster (Toxostoma bendirei)
Foto: Bettina Arrigoni — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een langgerekte, doorlopende reeks lage, gorgelende en warrelende frasen zonder duidelijke pauzes, die minutenlang kan doorgaan; hij herhaalt de frasen niet in korte blokken zoals de andere spotlijsters en vlecht er imitaties van andere woestijnvogels doorheen. Gezongen wordt vanaf de top van een struik of yucca, vooral vroeg in het voorjaar. De gewone roep is een scherp, kort tsjek; het luide wit-wiet van de krombekspotlijster ontbreekt.

Luister: ZangXC703925

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · S Sagittarius St, Eloy, Pinal County, Arizona, United States · xeno-canto

Herkenning

Grijsbruin van boven, vuilwit tot lichtbruin van onderen, met kleine, scherp afgetekende, driehoekige of pijlvormige vlekken op de borst die bij sleetse vogels vervagen. De iris is geel tot geeloranje. De snavel is kort voor een spotlijster, slechts licht gebogen, met een duidelijk bleke basis van de ondersnavel. De buitenste staartpennen hebben smalle witte toppen.

Verwarrings­soorten

De krombekspotlijster is groter, heeft een langere, zwaardere en over de hele lengte gebogen zwarte snavel zonder bleke basis, ronde in plaats van driehoekige borstvlekken die bij verse vogels vaak nauwelijks zichtbaar zijn, en een oranje iris; bovendien roept die een luid, dubbel wit-wiet. De bergspotlijster is kleiner, heeft een korte rechte snavel, scherpe zwarte streepjes op een witte borst en witte staarthoeken. De woestijnspotlijster is veel bleker, zandkleurig en vrijwel ongevlekt, met een langere zwarte snavel.

Leefgebied

Open woestijn en halfwoestijn met verspreide struiken en lage bomen: sagebrush (grijsgroen alsemstruweel van het droge westelijke binnenland)- en saltbush-vlakten, jeneverbes- en pinyonranden, grasland met yucca en cholla, en de randen van saguarowoestijn. Hij kiest opener terrein met lagere begroeiing dan de krombekspotlijster, en komt ook voor in extensief beweid grasland en langs akkerranden, zolang er groepjes struiken staan om in te nestelen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt van Zuid-Utah en Zuidwest-Colorado door Nevada, Noordwest-New Mexico, Arizona en de uiterste zuidoosthoek van Californië zuidwaarts tot Sonora. Uit het noordelijke deel van het areaal trekt hij zich in de winter terug; het zwaartepunt ligt dan in Zuid-Arizona, Sonora en Sinaloa. In het zuiden van Arizona blijft een deel het hele jaar.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in februari en maart, wanneer hij zingt en nog open op een struiktop zit; later in het jaar is hij stil en zit hij niet meer open. Let bij elke twijfelachtige vogel op de basis van de ondersnavel van de ondersnavel: bleek bij deze soort, egaal zwart bij de krombekspotlijster. De vorm van de borstvlekken — scherpe driehoekjes tegenover ronde vlekken — is bij sleetse zomervogels onbetrouwbaar.

Staat van instandhouding

Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de wereldpopulatie op ongeveer 83.000 vogels. De Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) laat tussen 1968 en 2023 een afname van 2,7 procent per jaar zien, samen een afname van 78 procent; in het State of the Birds-rapport van 2025 (het tweejaarlijkse Noord-Amerikaanse statusrapport) staat de soort in de categorie met het hoogste alarmniveau. De IUCN rekent hem tot de kwetsbare soorten. De belangrijkste oorzaak is het omzetten van open woestijnstruweel in akkerland en bebouwing; extensieve begrazing hield het terrein vroeger open, maar dat effect valt weg tegen het verlies van habitat.

Wetenschappelijke naam

Toxostoma bendirei | (Coues, 1873)

Elliott Coues beschreef de soort in 1873 als Harporhynchus Bendirei, naar een exemplaar uit Tucson in Arizona; omdat ze later in Toxostoma is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De naam eert Charles Bendire, luitenant in het Amerikaanse leger en verzamelaar, die de soort in 1872 bij Fort Lowell bij Tucson aantrof. Het geslacht Toxostoma komt van het Griekse toxon 'boog' en stoma 'mond'. De Nederlandse naam verwijst naar de cholla- en andere cactussen waarin hij nestelt.