Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Californische towie

Californische towie | Melozone crissalis

California Towhee | Rascador californiano

De Californische towie is de grote, effen bruine grondvogel van de chaparral (dicht, hardbladig struweel van het Californische mediterrane klimaat), de tuinen en de stadsparken van Californië. Hij blijft het hele jaar in hetzelfde territorium en is in het bewoonde deel van zijn areaal een van de meest gewone vogels onder de struiken.

Californische towie (Melozone crissalis)
Foto: Dario — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een heldere, metaalachtige tsjip die aan die van een kardinaal doet denken; de vogel laat hem los of in reeksen om de paar seconden horen, en bij dreiging verdrievoudigt het tempo. De zang van het mannetje bestaat uit herhalingen van diezelfde noot: een paar los staande tikken die snel versnellen tot een roffel en dan abrupt stoppen, in totaal een tot twee seconden. Een paar voert daarnaast een duet uit, met de vogels tegenover elkaar en een snelle reeks gierende en piepende noten.

Luister: ZangXC989820

Opname: Ed Pandolfino — CC BY-NC-SA 4.0 · Greilach Rd, Amador County, California, United States · xeno-canto

Herkenning

Een grote, langstaartige gors in dof grijsbruin, zonder streping op rug of borst, met roestbruine onderstaartdekveren. De keel is licht okerkleurig en omzoomd door een rij fijne donkere streepjes; op de borst zit soms een vage vlek. De snavel is dik en kegelvormig, de vleugels zijn kort en rond, de staart is met acht tot twaalf centimeter lang. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk. Hij foerageert hippend op de grond en schraapt met beide poten tegelijk naar achteren.

Verwarrings­soorten

De bruine towie, die pas ten oosten van Californië begint, heeft een duidelijk roodbruine kruin, een scherper afgetekende keelkrans en één donkere borstvlek. De zwartkintowie heeft een zwarte vlek rond snavel en kin en houdt zich aan rivierstruweel van de lage woestijn; het overlapgebied is klein. De gevlekte towie is zwart met witte stippen en roodbruine flanken en heeft rode ogen. Jonge vogels van de Californische towie zijn licht gestreept op de borst — dat is leeftijd, geen andere soort.

Leefgebied

Dichte chaparral op de kusthellingen en in de uitlopers van de bergen, plus beekdalen en canyonbodems aan de rand van de woestijn, met manzanita, wegedoorn, madrono, grijze dennen en eiken. In de bewoonde delen van Californië zit hij in struikrijke woonwijken, tuinen en stadsparken, waar hij op de grond onder voedertafels zaad oppikt. Hij houdt van dekking op struikhoogte met open, kale bodem ernaast.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel van een smalle kuststrook van zuidwestelijk Oregon door Californië tot het zuiden van Neder-Californië Sur; naar het oosten reikt hij tot de westelijke rand van de Sierra Nevada en tot de canyons van het Mojavegebied. Trek ontbreekt volledig: geringde vogels blijven vaak hun hele leven binnen enkele honderden meters. Een geïsoleerde populatie in de Inyo Mountains in Oost-Californië staat los van het aaneengesloten areaal.

  • Jaarrond
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

In elke Californische tuin met struiken is dit vaak de eerste vogel die reageert op pishen. Ga af op de metalige tsjip; is de vogel stil, let dan op de combinatie van effen grijsbruin verenkleed, okerkleurige keel met streeprand en roestbruine onderstaart. Het duet van een paar is het duidelijkste teken dat er twee vogels bij elkaar horen.

Staat van instandhouding

Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de broedpopulatie op 7,5 miljoen vogels en geeft de soort 11 van de 20 punten op de Continental Concern Score (de Noord-Amerikaanse zorgscore van 1 tot 20). De Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) liet tussen 1966 en 2019 een stabiele trend zien. De ondersoort van de Inyo Mountains, M. c. eremophilus, is een uitzondering: die zakte in de vroege jaren tachtig naar ongeveer 175 broedvogels en is federaal als bedreigd aangemerkt. Na maatregelen van het Bureau of Land Management (het federale Amerikaanse bureau voor landbeheer) in 2001 nam dat aantal weer toe; aantasting van de oeverplekken door begrazing en uitheemse planten blijft daar het knelpunt.

Wetenschappelijke naam

Melozone crissalis | (Vigors, 1839)

Nicholas Aylward Vigors beschreef de soort in 1839 als Fringilla crissalis; omdat ze later naar Melozone verhuisde, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melozone komt van het Griekse mēlon 'wang' en zōnē 'gordel, band'. De soortnaam crissalis is afgeleid van het Neolatijnse crissum, de streek onder de staart, naar de roestbruine onderstaartdekveren. Het typemateriaal kwam uit Monterey in Californië. Tot 1989 vormde de soort samen met de bruine towie één soort, die brown towhee heette.