Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Chiririparkiet

Chiririparkiet | Brotogeris chiriri

Yellow-chevroned Parakeet | Catita Chirirí

De chiririparkiet is een klein, lichtgroen papegaaitje met een gele streep over de vleugel, tot 1997 als dezelfde soort als de witvleugelparkiet beschouwd. Van huis uit een vogel van Midden-Brazilië, Bolivia, Paraguay en Noord-Argentinië, is hij sinds de jaren zestig en zeventig ingeburgerd in en rond Miami en Los Angeles, als nakomeling van ontsnapte kooivogels.

Chiririparkiet (Brotogeris chiriri)
Foto: Derek Keats — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Korte, schrapende schreeuwtjes en een ratelend gekwetter dat aan een rode eekhoorn doet denken, maar trager en lager van toon. In de vlucht roept een groepje vrijwel voortdurend; zittend in een boom valt de soort veel stiller.

Luister: VluchtroepXC1136262

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · São Paulo, Jardim Botânico, Brazil · xeno-canto

Herkenning

Overwegend lichtgroen, met een gele streep over de gevouwen vleugel die ook in de vlucht zichtbaar blijft, en donkerblauwe buitenste handpennen. De snavel is hoornkleurig, de poten grijs; mannetje en vrouwtje zijn in het veld niet te onderscheiden. Ongeveer even groot als de witvleugelparkiet, maar zonder diens witte vleugelvlak.

Verwarrings­soorten

De witvleugelparkiet (Brotogeris versicolurus), tot 1997 als dezelfde soort beschouwd en in dezelfde steden aanwezig, toont in de vlucht een wit in plaats van geel vleugelvlak; buiten dat kenmerk zijn beide soorten vrijwel identiek. Grotere groene parkieten uit hetzelfde gebied, zoals de monniksparkiet, zijn duidelijk forser en missen elk geel of wit op de vleugel.

Leefgebied

Open bos, savanne en verstoorde plekken bij bewoning in het oorspronkelijke gebied; in Noord-Amerika vooral stadsparken, lanen en tuinen in Zuid-Florida en Zuid-Californië, vaak samen met de witvleugelparkiet. Voor het nest kiest hij boomholtes of gangen in dode palmbladstelen, en buiten het broedseizoen vormt hij grote gezamenlijke slaapplaatsen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Zijn oorspronkelijke gebied ligt in tropisch Zuid-Amerika ten zuiden van het Amazonebekken, van Midden-Brazilië tot Zuid-Bolivia, Paraguay en Noord-Argentinië; dat valt buiten deze kaart. In Noord-Amerika vestigde hij zich uit ontsnapte kooivogels: in Miami en Los Angeles is hij sinds de jaren zestig en zeventig aanwezig, terwijl een populatie in San Francisco begin deze eeuw is verdwenen. Trekken doet hij niet: de vogels blijven het hele jaar in dezelfde buurt.

  • Jaarrond
  • Winter
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek een groepje dat luid ratelend van boom naar boom vliegt en kijk naar de vleugel: een gele streep in plaats van een wit vlak wijst op deze soort in plaats van de witvleugelparkiet. Beide soorten zijn vaak op dezelfde plek te vinden, dus vergelijk waar mogelijk twee vogels naast elkaar.

Staat van instandhouding

De soort geldt wereldwijd als niet bedreigd (LC); de populatie in het oorspronkelijke gebied van Zuid-Amerika doet het goed. De ingeburgerde groepen in Florida en Californië zijn klein en veroorzaken in dit gebied geen gemelde schade aan landbouw.

Wetenschappelijke naam

Brotogeris chiriri | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de vogel in 1818 als Psittacus chiriri; omdat hij later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Brotogeris werd in 1825 ingevoerd door Vigors en komt van het Griekse brotogērus, 'met een menselijke stem'. chiriri is afgeleid van de naam die de vogel in Zuid-Amerika draagt, een klanknabootsing van zijn roep.