Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Witvleugelparkiet
Witvleugelparkiet | Brotogeris versicolurus
White-winged Parakeet | Catita Versicolor
De witvleugelparkiet is een klein, felgroen papegaaitje met een geel-en-wit vleugelvlak dat pas in de vlucht zichtbaar wordt. Van huis uit een vogel van het Amazonebekken, houdt hij in dit gebied al sinds de jaren zestig stand in en rond Miami en Los Angeles, als nakomeling van ontsnapte en losgelaten kooivogels.
Geluid
Een snelle reeks schelle, metalige tikken, meestal geuit terwijl een groepje van boom naar boom vliegt. Zittend, buiten het zicht van de rest van de groep, is de vogel opvallend stil; alleen wanneer contact met de groep verloren dreigt te gaan, klinkt er een luidere, aanhoudende roep. Twee vogels naast elkaar op een tak wisselen zachte, snelle klikjes uit.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Overwegend lichtgroen, met een gele zoom op de gevouwen vleugel en donkerblauwe buitenste handpennen. In de vlucht springt een groot wit vlak op de vleugel in het oog, gevormd door de witte basis van de handpennen — het kenmerk waaraan de soort zijn naam dankt. De snavel is hoornkleurig, de poten grijs, en mannetje en vrouwtje zijn in het veld niet te onderscheiden. Jonge vogels lijken op de volwassen vogel, met een iets doffer groen.
Verwarringssoorten
De chiririparkiet (Brotogeris chiriri), tot 1997 als dezelfde soort beschouwd en in dezelfde steden aanwezig, mist het witte vleugelvlak en toont in plaats daarvan een gele streep over de vleugel. Grotere groene parkieten uit hetzelfde gebied, zoals de monniksparkiet, zijn duidelijk fors groter en missen elk wit of geel op de vleugel. Op geluid zijn beide Brotogeris-soorten nauwelijks te scheiden; het vleugelpatroon in de vlucht is het enige zekere kenmerk.
Leefgebied
Verstoord bos, bosranden en open plekken bij menselijke bewoning; gesloten regenwoud gebruikt hij nauwelijks. In dit gebied vooral stadsparken, lanen en tuinen met bloeiende en vruchtdragende bomen in Zuid-Florida en Zuid-Californië. Voor het nest kiest hij boomholtes of, waar palmen dat bieden, gangen die termieten al hebben uitgehold.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Zijn oorspronkelijke gebied ligt in het Amazonebekken, van het zuidoosten van Colombia tot de riviermond in Brazilië; dat valt buiten deze kaart. In Noord-Amerika vestigde hij zich als kooivogelontsnapping: rond Miami werd hij in de jaren zestig en zeventig algemeen, met een kleinere populatie in Los Angeles; een derde groep in San Francisco is halverwege de jaren 2000 verdwenen. Sindsdien is het aantal in Florida teruggelopen. Ook op Puerto Rico en bij Lima in Peru leeft een ingeburgerde populatie. Trekken doet hij niet: de vogels blijven het hele jaar in dezelfde buurt.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kijk niet naar de kleur maar naar de vleugel in de vlucht: een wit vlak tussen het groen is voldoende om de soort van zijn tegenhanger, de chiririparkiet, te onderscheiden. Een groepje dat luid tikkend van boom naar boom overvliegt is de beste kans; zittend en zwijgend valt de vogel makkelijk weg tussen het blad.
Staat van instandhouding
De soort geldt wereldwijd als niet bedreigd, met een aanzienlijke populatie in het oorspronkelijke Amazonegebied. De ingeburgerde groepen in dit gebied zijn klein en, in Florida, sinds de jaren tachtig afgenomen; wat de teruggang veroorzaakt, is niet vastgesteld. Er is geen aanwijzing dat de soort hier schade aan landbouw toebrengt.
Wetenschappelijke naam
Brotogeris versicolurus | (Müller, 1776)
Statius Müller beschreef de vogel in 1776 als Psittacus versicolurus; omdat hij later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Brotogeris werd in 1825 ingevoerd door Vigors en komt van het Griekse brotogērus, 'met een menselijke stem'. versicolurus is Latijn voor 'veelkleurig', naar de combinatie van groen, geel en wit in het verenkleed.


