Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen

Strandlopers en snippen | Scolopacidae

Sandpipers and allies | Correlimos y agachadizas

Dit is een familie van tasters: de snaveltip zit vol drukgevoelige zintuiglichaampjes waarmee een prooi diep in nat slik wordt waargenomen zonder dat de vogel hem ziet, en bij veel soorten kan alleen het uiterste deel van de bovensnavel worden opgelicht, zodat een worm onder de grond wordt beetgepakt terwijl de snavel verder gesloten blijft. Doordat snavel- en pootlengte per soort sterk verschillen, foerageren tientallen vogels op hetzelfde wad naast elkaar zonder elkaar te verdringen: de een pikt van het oppervlak, de ander sondeert tot aan de ogen in de modder. Enkele soorten draaien zwemmend in kleine kringen rond en pikken op wat door de opgewekte draaikolk naar boven komt. Het nest is een uitgetrapte kuil met vier eieren, de punten naar binnen; de kuikens lopen en zoeken vrijwel meteen zelf hun voedsel. Boven de broedgebieden wordt hoog in de lucht gebaltst, met een aanhoudende ijle roep of, bij sommige soorten, met een zoemend geluid dat door de in de wind gespreide staartveren wordt voortgebracht.

Strandlopers, ruiters en snippen vergelijken: snavel, poten, vleugelstreep en stuit

Inheemse soorten 36 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Wulpen | Numeniinae

4 soorten

Grote, hoogbenige steltlopers met een lange, gelijkmatig naar beneden gebogen snavel — het duidelijkste verschil met de rechte snavel van de grutto's. Die kromme snavel volgt de bocht van een wormgang of een krabbenhol en haalt er prooi uit die voor kortere snavels onbereikbaar is; vrouwtjes hebben een langere snavel dan mannetjes en foerageren daardoor net iets dieper. Het verenkleed blijft het hele jaar gestreept bruin en zandkleurig, zonder het opvallende zomerkleed dat veel andere steltlopers aannemen; wat je in het veld ziet is vooral silhouet, snavellengte en de rug- of stuittekening in de vlucht. Op het broedterrein — hoogveen, heide, vochtig grasland — klimt de vogel in een zwevende baltsvlucht omhoog en laat een langgerekte, borrelende roep horen. Buiten de broedtijd zijn het vogels van slik en kwelder.

Grutto's | Limosinae

3 soorten

Hoge, langgerekte steltlopers met een zeer lange, rechte of licht opgewipte snavel en lange poten die ver achter de staart uit steken in de vlucht. Waar de wulpen hun gebogen snavel in bochtige gangen wringen, boren deze vogels loodrecht en tot aan de ogen in zachte modder, vaak buikdiep in het water wadend. Het verschil met de wulpen zit ook in het kleed: in de zomer kleuren hals en borst warm roodbruin, terwijl de vogels in de winter effen grijsbruin zijn, zodat dezelfde soort er in mei en in november heel anders uitziet. In de vlucht zijn de tekening van vleugel en staart en de manier waarop de poten slepen de beste kenmerken. Ze broeden in vochtig grasland en op toendra, met een luidruchtige, roepende baltsvlucht boven het terrein.

Strandlopers en steenlopers | Arenariinae

16 soorten

De kleine tot middelgrote steltlopers van slik en vloedlijn: gedrongen, kortbenig en met een snavel die per soort verschilt van kort en recht tot lang en licht gebogen, zodat vogels die naast elkaar foerageren elk een andere laag van het wad afzoeken. Het meeste voedsel wordt lopend gezocht, met snelle naaimachine-achtige prikjes in de natte bodem; de steenloper wringt met zijn korte, wigvormige snavel wier, schelpen en kiezels opzij om te zien wat eronder zit. Ze leven veel meer in groepen dan de snippen: dichte zwermen die als één lichaam draaien en dan afwisselend licht en donker oplichten. In de winter zijn ze onopvallend grijs, in de zomer vaak roodbruin of zwart getekend, en de meeste broeden op de toendra ver in het noorden.

Calidris 14 soorten

Snippen | Scolopacinae

4 soorten

Kortbenige, gedrongen steltlopers met een lange, rechte snavel en een verenkleed van bruin, zwart en okergeel dat precies de tekening van dood blad en oude riethalmen nabootst. De ogen staan hoog en ver naar achteren in de kop, zodat de vogel ook rondom kan kijken terwijl hij met de snavel in de modder staat te sonderen. Anders dan de strandlopers leven ze alleen en verborgen, in moeras, natte bosbodem en veen; ze drukken zich plat en vliegen pas op als je er bijna op stapt, om dan in een schokkerige zigzag tussen de takken te verdwijnen. De balts speelt zich in de schemering af: een lage, dwalende vlucht boven het bos of een duikvlucht waarbij de buitenste staartpennen een blatend geluid maken.

Ruiters en franjepoten | Tringinae

9 soorten

Slanke, hoogbenige steltlopers met een rechte of licht opgewipte, betrekkelijk dunne snavel. Ze staan in ondiep water in plaats van op droogvallend slik en jagen actief: ze waden, pikken van het oppervlak en rennen soms met open snavel achter visjes aan, waar de strandlopers stug staan te sonderen. In de vlucht is de witte stuit of wig op de rug vaak het beste kenmerk, en ze roepen luid en helder bij het opvliegen — meestal alleen of in losse groepjes, niet in dichte zwermen. Ze broeden in moeras, veen en bos, sommige zelfs in een oud nest in een boom. De franjepoten zwemmen: met vliezige zomen aan de tenen tollen ze rond om voedsel omhoog te wervelen, en het vrouwtje is het felst gekleurd terwijl het mannetje broedt.

Dwaalgasten 18 soorten

Verdwaalde vogels uit andere werelddelen of van ver buiten hun gewone gebied.