Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Siberische grijze ruiter

Siberische grijze ruiter | Tringa brevipes

Gray-tailed Tattler | Playero Siberiano

De Siberische grijze ruiter broedt langs bergbeken in Oost-Siberië en overwintert aan de kusten van Zuidoost-Azië en Australië; Noord-Amerika raakt hij alleen in het uiterste westen van Alaska. Hij is effen leigrijs van boven en wit van onder, met een korte gele poot, en wipt bij het lopen aanhoudend met het achterlijf. Wie hem vindt moet hem scheiden van de Amerikaanse grijze ruiter, en dat lukt het zekerst op de roep.

Siberische grijze ruiter (Tringa brevipes)
Foto: patrickkavanagh — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een helder tweelettergrepig fluitje dat aan het eind omhoog gaat: tu-wiet, meestal herhaald op het moment dat de vogel opvliegt. Dat oplopende tweeklankje is het betrouwbaarste kenmerk van de soort, want de Amerikaanse grijze ruiter laat op dezelfde momenten een snelle ratelende triller op één toonhoogte horen. Bij onrust wordt het fluitje korter en scherper en volgt het in reeksen achter elkaar. Op de broedplaatsen langs de Siberische beekdalen draagt het mannetje in een trage zangvlucht een aanhoudende reeks fluittonen voor. In Alaska hoor je vrijwel alleen de vluchtroep, van een vogel die van een droogvallende slikplaat opgaat.

Luister: VluchtroepXC192308

Opname: Ross Gallardy — CC BY-NC-SA 4.0 · Kin, Okinawa Prefecture, Japan · xeno-canto

Herkenning

Een gedrongen steltloper met een recht, zwart snaveltje van iets meer dan koplengte, een korte gele poot en een lang, laag lichaam. In broedkleed is de bovenzijde effen leigrijs zonder tekening, en lopen fijne grijze dwarsbandjes over borst en flanken; buik en onderstaartdekveren blijven schoon wit. In winterkleed is hij van boven egaal grijs, met een grijze borstband en verder wit van onder. De witte wenkbrauwstreep is smal maar duidelijk en loopt tot achter het oog door, tegen een donkere teugel. Man en vrouw zien er hetzelfde uit; jonge vogels hebben fijne lichte stippen langs de randen van schouder- en vleugelveren. In de vlucht is hij egaal grijs, zonder vleugelstreep en zonder witte stuit — bij een ruiter ongewoon.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse grijze ruiter (Tringa incana) is de enige echte verwarringssoort en is in winterkleed vrijwel gelijk. De roep beslist: het oplopende tu-wiet tegenover een ratelende triller op één toon. In broedkleed is de bandering bij T. brevipes fijner en beperkt tot borst en flanken, met een witte buik, terwijl bij T. incana de banden zwaarder zijn en doorlopen tot op buik en onderstaartdekveren. In rust reiken de vleugelpunten bij de Siberische grijze ruiter ongeveer tot het staarteinde en bij de Amerikaanse duidelijk daarbuiten. Ook de standplaats helpt: de Siberische staat op slik en in beschutte baaien, de Amerikaanse op harde rotskust in de branding.

Leefgebied

Op doortrek in westelijk Alaska staat hij op slik- en zandplaten in beschutte baaien, langs de rand van lagunen en op wierbanken van stille kustlijnen. De door branding geslagen rotskust mijdt hij niet volledig, maar hij kiest er zelden voor. Op de broedplaatsen zit hij hoog in de bergen van Siberië, op grindbanken langs snelstromende beken in de toendra. In het winterkwartier van Azië en Australië is het een vogel van wadplaten, mangroverand en droogvallend rif. Wat hij overal nodig heeft is een zachte of begroeide bodem waar hij lopend kan pikken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het broedgebied ligt geheel in Siberië, van de bergtoendra van Krasnojarsk en de Jana oostwaarts tot Kamtsjatka; het winterkwartier loopt van het Maleisisch schiereiland door Micronesië en westelijk Polynesië tot Noord-Australië. Noord-Amerika ligt buiten die route, en toch verschijnt de soort er elk jaar in kleine aantallen: in de buitenste Aleoeten, op de Pribilofeilanden en bij Gambell op Sint-Laurenseiland, vooral van eind mei tot half juni en opnieuw in augustus. Zuidelijker is hij een grote zeldzaamheid, met verspreide waarnemingen langs de kust van Brits-Columbia en Californië en enkele aan de Atlantische kant. Broeden in Noord-Amerika is nooit vastgesteld, en de vogels die er komen zijn overschieters uit Azië.

Waar en wanneer kijken

Zoek hem eind mei en begin juni in de buitenste Aleoeten of bij Gambell, op slik dat bij laag water droogvalt, en loop de wierbanken langs de vloedlijn na. Wacht tot hij zelf roept of laat hem opvliegen: het oplopende tu-wiet maakt de waarneming rond, terwijl het verenkleed dat in winterkleed niet doet. Let ondertussen op de vleugelpunten ten opzichte van het staarteinde en noteer of de bandering tot op de buik doorloopt. Een foto van de zijkant met opgevouwen vleugel is achteraf meer waard dan tien foto's van de rug.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie wordt op enkele tienduizenden vogels geschat en de soort geldt als niet bedreigd (LC), al gaat de trend omlaag. De zwaarste druk ligt op de wadplaten van de Gele Zee, de tussenstop tussen Siberië en Australië, waar grote oppervlakten zijn ingepolderd. Voor Noord-Amerika is er geen eigen beheeropgave: er broeden geen vogels en de aantallen die Alaska bereiken zijn klein. Wat de soort hier oplevert is vooral kennis over hoe ver Aziatische steltlopers de Beringzee oversteken.

Wetenschappelijke naam

Tringa brevipes | (Vieillot, 1816)

Vieillot beschreef de soort in 1816 als Totanus brevipes; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De beschrijving staat in deel 6 van de nieuwe uitgave van het Nouveau dictionnaire d'histoire naturelle, op bladzijde 410; er werd geen vindplaats bij vermeld, maar het beschreven exemplaar kwam van Timor. brevipes is Latijn voor 'kortpotig', van brevis 'kort' en pes 'voet', naar de voor een ruiter korte poten. De twee grijze ruiters stonden lang in een apart geslacht Heteroscelus en worden nu bij Tringa gerekend. De Nederlandse naam noemt het broedgebied, de Engelse de grijze staart en de Spaanse opnieuw Siberië.