Alle soorten › Zangvogels › Rietzangers
Rietzangers | Acrocephalidae
Reed warblers and allies | Carriceros
De snavel is lang, plat en breed aan de basis, het voorhoofd loopt vlak in de snavel over, en de poten zijn zwaar met lange tenen: daarmee wordt een rechtopstaande stengel vastgegrepen en klimt de vogel op en neer met de poten om twee stengels geklemd. Het verenkleed is effen bruin tot olijfkleurig, zonder tekening die het onderscheiden van de soorten makkelijk maakt. Het nest is een diepe, cilindrische korf, om enkele stengels heen gevlochten; die diepte houdt de eieren op hun plaats wanneer de stengels bij wind heen en weer zwiepen. De zang is hard, krassend en repeterend, met frasen die twee- of driemaal achtereen worden herhaald, vaak ook 's nachts. Op één afgelegen eiland in dit gebied leeft een soort die niet trekt en in laag, droog struweel verblijft in plaats van in riet, waar ze vooral van nachtvlinders leeft; dat eiland is nog geen vierkante kilometer groot, en op een naburig eiland is een tweede populatie gevestigd om het voortbestaan niet van die ene plek te laten afhangen.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.



