Alle soorten › Pelikaanachtigen
Pelikaanachtigen | Pelecaniformes
Pelicans, herons and ibises | Pelícanos, garzas e ibis
Pelikanen, reigers en ibissen ogen zeer verschillend, en de orde staat dan ook vooral op moleculaire gegevens bij elkaar. Het zijn middelgrote tot grote vogels van ondiep water en natte bodem, met een lange hals en meestal lange poten; de snavel verschilt per familie het sterkst en bepaalt hoe het voedsel wordt bemachtigd — scheppend, toestotend of tastend. Reigers jagen roerloos wachtend of langzaam sluipend in ondiep water, en grijpen hun prooi met een snelle uitval van de dolkvormige snavel in plaats van hem te doorboren; de hals is dankzij een verlengde zesde nekwervel in een S-vorm te vouwen, wat die uitval mogelijk maakt. Ze broeden kolonievormig in bomen, struiken of rietvegetatie, en de naakte jongen zijn nestblijvers die door beide ouders worden gevoerd.
Families in deze orde
- Ibissen en lepelaars | Threskiornithidae4 soortenTwee snavelvormen dienen hetzelfde doel: voedsel vinden dat niet te zien is. De lange, gebogen snavel wordt diep in modder of natte bodem gestoken en tast daar met een zeer gevoelige punt naar kreeftachtigen, wormen en insectenlarven; de platte snavel, aan het eind tot een spatel verbreed, wordt half open zijwaarts door ondiep water gemaaid en klapt dicht zodra er iets tegenaan komt. Beide maken het mogelijk om ook in troebel water en in het donker te foerageren. In de vlucht blijft de hals gestrekt in plaats van ingetrokken, met snelle slagen afgewisseld door korte glijvluchten, vaak in linie achter elkaar. Er wordt gebroed in gemengde kolonies, op een platform van takken in struiken, bomen of riet, waar beide ouders om beurten bebroeden en de jongen hun snavel diep in de keel van de ouder steken. Buiten de kolonie zijn deze vogels stil; daarbinnen klinkt gegrom, geknor en het klepperen van snavels.
- Pelikanen | Pelecanidae2 soortenDe keelzak is geen voorraadkast maar een schepnet: bij elke hap komen er vele liters water mee naar binnen, die met de snavelpunt omlaag langs de zijkanten worden weggeperst voordat de vis wordt doorgeslikt. Er komen twee jachtwijzen voor. Zwemmend in ondiep water drijft een groep de vis in een boog of rij naar de kant en schept dan gelijktijdig toe; of de vogel stort zich vanaf hoogte op een school, waarbij hij vlak voor de inslag een kwartslag draait en luchtzakken onder de huid de klap opvangen. Onderweg wordt in lange linies of in V-vorm gevlogen, afwisselend met trage slagen en lange glijvluchten, vaak vlak boven de golven waar de opgestuwde lucht draagkracht geeft. Het jong steekt zijn kop diep in de keel van de ouder om opgebraakt voedsel op te halen. Volwassen vogels zijn vrijwel zwijgzaam en laten alleen in de kolonie een laag geknor horen.
- Reigers | Ardeidae14 soortenOp de borst en flanken groeien voortdurend poederdons, kleine veren die verbrokkelen tot een fijn, waterafstotend poeder; dat wordt met de kamvormige middelste teennagel door het verenkleed gekamd om visslijm en olie te verwijderen. Enkele soorten in de familie foerageren actief in plaats van roerloos te wachten: ze roeren met een poot door de modder om verscholen prooien op te jagen, of leggen bewust een stukje brood, een veertje of een insect op het wateroppervlak als lokaas om vis dichterbij te trekken. Roerdompen wijken sterk af van de rest van de familie door hun eenzelvige, goed gecamoufleerde leven in dicht riet, waar ze bij gevaar de snavel recht omhoog steken en met hun gestreepte hals in het rietgewas opgaan. Bij veel soorten verandert de kleur van snavel, poten of de kale huid rond het oog gedurende enkele intense dagen aan het begin van de balts feller, om te vervagen zodra het paar eenmaal is gevormd.