Alle soorten › Uilen › Kerkuilen
Kerkuilen | Tytonidae
Bay owls and barn owls | Lechuzas
De gezichtssluier is hartvormig en scherp omrand door een stijve kraag van korte veertjes; de asymmetrie die het bepalen van de hoogte van een geluid mogelijk maakt, zit hier niet in de schedel maar in beweegbare huidplooien voor de oren. De ogen zijn klein en donker, de kop smal, de poten lang en dun bevederd, en de nagel van de middelste teen heeft een kamvormig gekartelde rand waarmee de sluier wordt gekamd en schoongehouden. Er wordt niet geroepen maar geschreeuwd: een lang, schor, doordringend gekrijs, waar uit het nest een snurkend, blazend gesis van de jongen bij hoort; bij bedreiging wiegt de vogel met gespreide vleugels heen en weer en klapt hij met de snavel. Gejaagd wordt zoekend en laag over open grasland, in een trage, zwabberende vlucht met bungelende poten, of luisterend vanaf een paal. Het menu bestaat vrijwel geheel uit muizen en woelmuizen, en de legselgrootte volgt de muizenstand: in goede jaren worden grote legsels en soms twee broedsels grootgebracht. Onder een vaste rustplaats hoopt zich een berg braakballen op.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.





