Alle soorten › Genten en aalscholvers › Slangenhalsvogels

Slangenhalsvogels | Anhingidae

Anhinga and darters | Aningas

De snavel is recht en loopt uit in een scherpe punt, zonder haak: de vis wordt niet gegrepen maar doorboord. In de hals zitten enkele wervels met een vaste knik en een spierslinger die als een gespannen veer werkt, waardoor de kop met een plotselinge stoot naar voren schiet. Het verenkleed zuigt zich vol en de botten zijn zwaar, zodat de vogel diep en traag zwemt, vaak met alleen de dunne, kronkelende hals boven water terwijl het lichaam onzichtbaar blijft. De staart is lang, breed en waaiervormig, met dwarsribbels op de buitenste pennen; hij dient onder water als roer en in de lucht als draagvlak, want op warme uren cirkelen deze vogels met gespreide staart hoog op thermiek in plaats van met gestage slag laag over het water te trekken. Ze leven aan zoet, stil of traag stromend water met veel begroeiing, niet aan zee. Mannetje en vrouwtje zijn verschillend gekleurd. Het nest is een takkenplatform in een boom boven het water, vaak tussen broedende reigers en ibissen; daar klinkt een snel ratelend geklik, maar buiten de kolonie zwijgt de vogel.

Inheemse soorten 1 soort

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Anhinga 1 soort