Alle soorten › Stormvogelachtigen › Zuidelijke stormvogeltjes

Zuidelijke stormvogeltjes | Oceanitidae

Southern storm petrels | Paíños del sur

De poten zijn zo lang dat ze in de vlucht voorbij de korte, rechte staart uitsteken — het duidelijkste verschil met de noordelijke familie, waar de poten binnen de staart blijven. De vleugels zijn kort en aan het uiteinde afgerond, en de vlucht is fladderend en onregelmatig, laag over het water, zonder de scherende bogen van de andere buisneuzen. Bij het foerageren hangt de vogel met de vleugels in een V omhoog vrijwel stil in de wind en huppelt hij met beide poten over het oppervlak, waarbij hij zich met de tenen afzet en zo tussen de golven blijft staan; er wordt vooral op kleine kreeftjes gejaagd, bij foeragerende walvissen en langs de rand van het continentaal plat. Gebroed wordt in de zuidelijke zomer, op eilanden rond Antarctica en in de zuidelijke oceanen, in spleten onder rotsblokken. Buiten die tijd trekken de vogels noordwaarts over de evenaar, zodat ze hier midden in de zomer voor de kust verschijnen: niet als broedvogel, maar als gast tussen twee broedseizoenen in.

Inheemse soorten 1 soort

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Oceanites 1 soort

Dwaalgasten 1 soort

Verdwaalde vogels uit andere werelddelen of van ver buiten hun gewone gebied.