Alle soorten › Stormvogelachtigen
Stormvogelachtigen | Procellariiformes
Tubenoses | Petreles y pardelas
De neusgaten van deze zeevogels liggen in hoornbuisjes boven op de snavel, die zelf uit een aantal afzonderlijke hoornplaten is opgebouwd. De reuk is ongewoon goed ontwikkeld: voedsel wordt op open zee aan de geur gevonden, en in het donker ook de eigen nestplaats. Boven de ogen ligt een klier die het zout uit opgenomen zeewater afscheidt; het vocht loopt door de neusbuisjes naar de snavelpunt en wordt weggeschud, zodat de vogels buiten de broedtijd niet aan land hoeven. Op lange, smalle vleugels zeilen ze dicht boven de golven, gedragen door de wind die tegen het wateroppervlak wordt opgestuwd, met weinig vleugelslagen. Gebroed wordt in kolonies op eilanden en steile kusten, met één ei per jaar dat beide ouders om beurten bebroeden; de vogels beginnen pas na enkele jaren te broeden en kunnen tientallen jaren oud worden.
Families in deze orde
- Albatrossen | Diomedeidae4 soortenEen pees-en-bandconstructie in de schouder vergrendelt de vleugel in gestrekte stand, zodat urenlang zeilen vrijwel geen spierkracht kost. Bij windstilte komen de vogels nauwelijks van het water en blijven ze dobberend wachten; opstijgen gebeurt met een aanloop over het oppervlak, tegen de wind in. Anders dan bij de overige families van de orde liggen de twee neusbuisjes niet naast elkaar boven op de snavel, maar apart aan weerszijden van de snavelbasis. De zware snavel eindigt in een scherpe haak waarmee inktvis, vis en drijvend aas van het oppervlak worden gegrepen, vooral 's nachts wanneer de inktvissen omhoogkomen; achter vissersschepen wordt luidruchtig om afval gevochten. De balts is een lang ingestudeerde dans van snavelklapperen, buigen, hemelwaarts wijzen en vleugelspreiden, die een paar in de loop van jaren tot een eigen vaste volgorde slijpt. Het jong blijft maandenlang alleen op het nest terwijl de ouders duizenden kilometers ver foerageren, en krijgt bij elk bezoek een grote portie maagolie, waarin op de Stille Oceaan geregeld ingeslikte stukjes plastic meekomen.
- Zuidelijke stormvogeltjes | Oceanitidae2 soortenDe poten zijn zo lang dat ze in de vlucht voorbij de korte, rechte staart uitsteken — het duidelijkste verschil met de noordelijke familie, waar de poten binnen de staart blijven. De vleugels zijn kort en aan het uiteinde afgerond, en de vlucht is fladderend en onregelmatig, laag over het water, zonder de scherende bogen van de andere buisneuzen. Bij het foerageren hangt de vogel met de vleugels in een V omhoog vrijwel stil in de wind en huppelt hij met beide poten over het oppervlak, waarbij hij zich met de tenen afzet en zo tussen de golven blijft staan; er wordt vooral op kleine kreeftjes gejaagd, bij foeragerende walvissen en langs de rand van het continentaal plat. Gebroed wordt in de zuidelijke zomer, op eilanden rond Antarctica en in de zuidelijke oceanen, in spleten onder rotsblokken. Buiten die tijd trekken de vogels noordwaarts over de evenaar, zodat ze hier midden in de zomer voor de kust verschijnen: niet als broedvogel, maar als gast tussen twee broedseizoenen in.
- Noordelijke stormvogeltjes | Hydrobatidae10 soortenHet voedsel wordt van het wateroppervlak gepikt terwijl de vogel er vlak boven fladdert en met de poten het water aantikt, de vleugels omhoog en het lichaam bijna stil; zo worden kleine kreeftjes, visjes en vetdruppels opgenomen. De neusgaten liggen in een buisje boven op de snavel, en de reuk is zo goed ontwikkeld dat een olievlek op zee van ver wordt gevonden en de vogel in het donker zijn eigen hol aan de geur terugvindt. Gebroed wordt op onbewoonde eilanden, in een zelfgegraven gang of een rotsspleet, met één wit ei; blijft een ouder langer weg om te foerageren, dan kan dat ei enkele dagen koud liggen zonder verloren te gaan. Het jong krijgt een energierijke maagolie te eten en weegt op zijn zwaarst meer dan een volwassen vogel. De kolonie wordt alleen in het donker bezocht, om meeuwen te ontlopen; uit de holen klinkt dan een aanhoudend snorren en ratelen. Wie een broedende vogel oppakt, krijgt die olie uit de maag naar buiten gespoten.
- Pijlstormvogels | Procellariidae29 soortenBeide neusgaten komen samen uit in één buis boven op de snavel. Kenmerkend is de vlucht: vlak boven zee klimt de vogel op de wind schuin omhoog en glijdt daarna met stijve vleugels weer omlaag het golfdal in, zodat afwisselend de donkere bovenkant en de lichte onderkant oplicht; de maat van die bogen verschilt per soort en is op afstand vaak het enige houvast. Voedsel wordt in de vlucht van het oppervlak gegrist of zwemmend opgepikt, en sommige soorten roeien met halfgevouwen vleugels tientallen meters diep achter vis en inktvis aan. Kadavers en visafval trekken grote groepen aan die er luidruchtig om vechten. Voor de kolonie verzamelen de vogels zich tegen de avond in drijvende vlotten op het water; gebroed wordt in een zelfgegraven hol of een rotsspleet, en jonge vogels vertrekken 's nachts alleen naar zee, waarbij ze op bewoonde eilanden gemakkelijk gedesoriënteerd raken door verlichting. Buiten de broedtijd zwerven veel soorten over hele oceaanbekkens en steken ze de evenaar over, zodat vogels van zuidelijke broedplaatsen hier midden in de zomer voor de kust liggen.