Alle soorten › Zangvogels › Waterspreeuwen
Waterspreeuwen | Cinclidae
Dippers | Mirlos acuáticos
Deze vogels zoeken als enige zangvogels hun voedsel onder water. In snelstromende beken lopen ze tegen de stroom in over de bodem, wippen kiezels om en pikken larven van kokerjuffers, haften en steenvliegen van de onderkant; in dieper water wordt met de vleugels gepeddeld. De kop wordt schuin tegen de stroom in gehouden, die de vogel tegen de bodem drukt, terwijl de nagels zich in het grind vastgrijpen. Het lichaam is gedrongen en kortstaartig, het verenkleed dicht en met vet uit een ongewoon grote stuitklier waterdicht gehouden; de neusgaten sluiten af met een klepje en een knipvlies schuift onder water over het oog. Op een steen midden in de stroom maakt de vogel voortdurend diepe kniebuigingen en knippert daarbij met witte oogleden. Het nest is een grote mosbal met een lage ingang aan de voorzijde, op een richel boven het water, onder een brug of achter een waterval, waar de nevel eroverheen slaat. De zang is luid, aanhoudend en hoog genoeg om boven het geraas van het water uit te komen, en klinkt ook midden in de winter, langs het stuk beek dat jaarrond wordt verdedigd.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.




