Alle soortenZangvogels › Kwikstaarten en piepers

Kwikstaarten en piepers | Motacillidae

Wagtails and pipits | Lavanderas y bisbitas

Het zijn slanke grondvogels met een dunne snavel en een lange staart, die over open terrein lopen in plaats van te huppen en daarbij de staart voortdurend op en neer pompen, ook meteen na het landen; op afstand is die beweging het betrouwbaarste kenmerk van de familie, al is de functie ervan niet uitgemaakt. De achternagel is bij een deel van de familie opvallend lang en recht, wat past bij een leven tussen gras en op vlakke, kale bodem. Het voedsel bestaat uit insecten die al lopend van het oppervlak worden gepikt, langs waterkanten, op slik en strand, op toendra en in kortgrazige weiden. Omdat er in dat open landschap geen zangposten zijn, stijgt het mannetje in de broedtijd steil op, zingt hoog in de lucht en laat zich daarna met stijve, opgeheven vleugels weer zakken; sommige soorten houden die vlucht zeer lang vol. Het nest ligt in een kuiltje op de grond, weggewerkt onder een graspol of een overhangend randje, vaak met een looppaadje ernaartoe. Buiten de broedtijd wordt in losse groepen op kale akkers en oevers gefoerageerd.

Inheemse soorten 8 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Anthus 6 soorten

Motacilla 2 soorten

Dwaalgasten 1 soort

Verdwaalde vogels uit andere werelddelen of van ver buiten hun gewone gebied.