Alle soorten › Steltloperachtigen › Kluten
Kluten | Recurvirostridae
Stilts and avocets | Avocetas y cigüeñuelas
Gefoerageerd wordt wadend in ondiep, vaak zilt of alkalisch water. Bij de soorten met een opgewipte snavel gaat dat op de tast: de snavel wordt zijwaarts maaiend door de bovenste laag slib gehaald, in een gelijkmatig ritme waarbij het gebogen deel plat over de bodem strijkt; soorten met een rechte snavel pikken juist gericht van het wateroppervlak en van waterplanten. De poten zijn zo lang dat dieper kan worden gewaad dan andere steltlopers aankunnen, en waar de bodem wegvalt gaat de vogel zwemmen en kantelt hij voorover om bij het voedsel te komen. Muggenlarven, pekelvliegen, kleine kreeftjes en zaden vormen de hoofdmoot. Het nest is een kuil vlak bij de waterlijn, vaak in losse groepen bij elkaar; stijgt het water, dan wordt er materiaal onder het legsel geschoven en de rand opgehoogd. Bij gevaar komt de hele groep luid en scherp blaffend in de lucht om boven de indringer te blijven duiken, terwijl een oudervogel op de grond kreupel loopt om de aandacht van de kuikens weg te leiden.
Inheemse soorten 2 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Himantopus 1 soort








