Alle soorten › Flamingo's
Flamingo's | Phoenicopteriformes
Flamingos | Flamencos
Flamingo's zijn zeer hoge waadvogels: poten en hals zijn buitensporig lang ten opzichte van het betrekkelijk kleine lichaam, en zwemvliezen tussen de voortenen dragen de vogel op zachte modder en maken zwemmen in dieper water mogelijk. De snavel knikt halverwege scherp naar beneden en is langs de randen bezet met dicht opeenstaande hoornplaatjes; hij wordt ondersteboven in het water gehouden, met de bovenkaak onderaan. De roze en rode kleuren van veren, poten en snavel komen uit kleurstoffen in het voedsel en verbleken zonder dat. Ze leven het hele jaar in groot gezelschap op ondiepe zoute meren, lagunes en slikvlakten, vliegen met gestrekte hals en ver achteruit stekende poten, en hebben een lange aanloop over het water nodig om op te stijgen.
Families in deze orde
- Flamingo's | Phoenicopteridae1 soortHet foerageren gebeurt met de kop ondersteboven vlak onder het wateroppervlak, waarbij de bovensnavel onderin ligt en de vlezige tong als een zuiger heen en weer schuift; die pompbeweging trekt water door de snavel naar binnen en perst het er langs de randen weer uit. Rijen hoornplaatjes langs die randen houden kreeftachtigen, wieren, zaden en slibdeeltjes tegen, terwijl de voeten stampend de bodem omwoelen zodat er meer los in het water komt. De rode en roze tinten in het verenkleed komen uit kleurstoffen in dat voedsel en verbleken bij een ander dieet. Gebroed wordt in dichte kolonies op een kegel van aangesleepte modder, soms een halve meter hoog, waarvan de vlakke top het ene ei boven stijgend water houdt. Beide ouders voeren het jong een rode, eiwitrijke afscheiding uit de bovenste spijsverteringsbuis. Na een week of twee sluiten de jongen zich aaneen tot grote groepen leeftijdsgenoten, waarin elke ouder het eigen kuiken aan de roep herkent; het geluid van een kolonie is een aanhoudend, ganzenachtig geknor.