Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken

Meeuwen, sterns en schaarbekken | Laridae

Skimmers, noddies, terns and gulls | Gaviotas, charranes y rayadores

De familie omvat sinds recente indelingen niet alleen meeuwen en sterns maar ook de schaarbekken, en dat is meteen zichtbaar aan de snavel: meeuwen hebben een stevige, aan het eind gehaakte snavel voor een alleseterslevensstijl van aas tot afval, sterns een slanke, spitse snavel om al vliegend van boven in het water te storten en vis te grijpen, en de schaarbek een unieke, aan de basis samengedrukte snavel waarvan de ondersnavel duidelijk langer is dan de bovensnavel, waarmee hij scherend over het water vliegt en de ondersnavel als een net door het oppervlak trekt. Grotere meeuwen doen er meerdere jaren over om hun definitieve, egaal grijs-witte verenkleed te krijgen en dragen tot die tijd een opeenvolging van bruin gevlekte onvolwassen kleden, iets wat bij de meeste andere vogelfamilies binnen een jaar is afgerond. Meeuwen stelen bovendien geregeld voedsel van andere vogels door ze in de lucht te achtervolgen en te dwingen een prooi los te laten, een techniek die bij sterns en schaarbekken vrijwel ontbreekt. Bij verstoring van een kolonie vliegen tientallen tot honderden volwassen vogels tegelijk op om een indringer luid roepend en duikend te verjagen, een gezamenlijke verdediging die overtreders zelden onbeschadigd laat gaan.

Sterns vergelijken: snavel, poten, kop en staart naast elkaar

Meeuwen vergelijken: poten, kop, snavel en vleugelpunt naast elkaar

Inheemse soorten 39 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Meeuwen | Larinae

20 soorten

Zwaar gebouwde vogels met brede, aan de punt afgeronde vleugels en een stevige snavel die vooraan licht naar beneden haakt: geen priem om mee te steken, maar een tang waarmee bijna alles te verwerken is — een krab, een vis, afval, een ei of een jong. Op hun vrij lange poten lopen ze gemakkelijk en op het water zitten ze hoog, zodat je ze net zo goed op een akker aantreft als op zee. Waar sterns zich van hoogte laten vallen, pikt een meeuw zwemmend van het oppervlak of jaagt hij een andere vogel zijn vangst afhandig. Veel soorten dragen in de zomer een donkere kap die in de winter tot een vlekje achter het oog krimpt; de grootste hebben jaren bruingevlekt jeugdkleed nodig voordat het grijs met wit compleet is.

Larus 12 soorten

Sterns | Sterninae

19 soorten

Slanke, lichte vogels met lange, smalle vleugels en meestal een gevorkte staart, waarmee ze veerkrachtig en wippend vliegen — heel anders dan het rustige zeilen van de meeuwen. De snavel is dun en recht en loopt uit in een naald; de poten zijn kort, zodat ze op het strand kortbenig staan te rusten maar er nauwelijks op rondlopen. Kenmerkend is de jachtwijze: biddend blijven ze met de snavel omlaag boven het water hangen en storten zich dan met gevouwen vleugels naar beneden. De soorten van moeras en plas duiken niet, maar plukken insecten van de waterspiegel. Vrijwel allemaal dragen ze in de broedtijd een zwarte kap die in de winter tot een wit voorhoofd verbleekt. Ze broeden in kolonies op zand, schelpenbanken of drijvende planten, en trekken ver.

Dwaalgasten 9 soorten

Verdwaalde vogels uit andere werelddelen of van ver buiten hun gewone gebied.