Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Californische meeuw
Californische meeuw | Larus occidentalis
Western Gull | Gaviota occidental
De californische meeuw is de grote donkere meeuw van de Amerikaanse westkust: van Washington tot Baja California is hij op elke pier, elk strand en elke haven de standaardmeeuw. Zijn hele areaal beslaat nog geen tweeduizend kilometer kust, met de grootste kolonie op de Farallon-eilanden voor San Francisco. En toch is de populatie in vijftig jaar meer dan gehalveerd.
Geluid
Luid, hees en doordringend, met een schrapend randje dat hem van alle andere meeuwen van de westkust onderscheidt. De lange roep is een reeks lang aangehouden kja-oew-kreten, eerst met gestrekte hals omlaag en dan met de kop ver in de nek. Daarnaast een blaffend gag-ag-ag als alarm en een zacht mauwend kie-oew bij het nest. Jonge vogels bedelen met een aanhoudend piepen dat de hele zomer boven een kolonie blijft hangen, en op een rotseiland is het geluid dan onafgebroken.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een zware, breedgeschouderde meeuw met een dikke gele snavel die aan het eind duidelijk bol is en een rode vlek draagt. De volwassen vogel heeft een witte kop en witte onderdelen, roze poten en een donkergrijze tot bijna zwarte mantel — donkerder dan bij enige andere gewone meeuw van de westkust. De kop blijft ook in de winter grotendeels wit, zonder de zware bruine streping van de zilvermeeuw. De oogkleur verschilt met de breedtegraad: bleek olijfgeel bij de vogels van Zuid-Californië, donkerbruin bij die van het noorden. Het duurt vier jaar tot het volwassen kleed: eerstejaars vogels zijn egaal donkerbruin met een zwarte snavel, tweedejaars vogels krijgen de eerste donkere veren op de rug.
Verwarringssoorten
De beringmeeuw (Larus glaucescens) van het noorden is de lastigste: even groot en met dezelfde roze poten, maar met een vleugelpunt die net zo grijs is als de mantel in plaats van zwart, en met een donker oog. Tussen Puget Sound en Noord-Oregon kruisen beide soorten zo veel dat een groot deel van de vogels daar tussenvorm is, met een grauwzwarte vleugelpunt die precies het midden houdt; een gerust oordeel is daar vaak onmogelijk. De californiameeuw (Larus californicus) is kleiner en lichter grijs, heeft groengele poten, een donker oog en zowel een rode als een zwarte vlek op de snavel. De amerikaanse zilvermeeuw (Larus smithsonianus) is veel lichter van mantel en slanker van snavel, en de mexicaanse meeuw (Larus livens) van de Golf van Californië is nog groter, met gele poten en een nog zwaardere snavel.
Leefgebied
Bijna volledig marien: kustwateren, riviermondingen, stranden, pieren en havenkades, plus de zee tussen de kust en de broedeilanden. Broedt op eilanden, rotsklippen en verlaten bouwwerken waar landroofdieren niet komen — Alcatraz en de Channel Islands horen daar net zo goed bij als de Farallon-eilanden. Verder dan een paar kilometer landinwaarts komt hij zelden, al gebruikt hij parkeerterreinen en vuilstorten vlak achter de kust. Het binnenland en de open oceaan ver uit de kust laat hij aan andere soorten over.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Van Brits-Columbia tot Baja California Sur, met het hele jaar door vogels in Californië, Oregon, het zuiden van Washington en Baja California. Hij trekt niet ver: na het broeden verspreiden vogels zich noordwaarts tot in Brits-Columbia en zuidwaarts tot in het zuiden van Baja, maar het zwaartepunt blijft liggen waar het ligt. In de negentiende eeuw werden op de Farallon-eilanden zoveel eieren geraapt voor het groeiende San Francisco dat de kolonie inzakte; na de automatisering van de vuurtoren en de sluiting van de gevangenis op Alcatraz herstelden de aantallen zich. Sinds de jaren zeventig gaat het weer de andere kant op.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Elke pier in Californië levert hem op, maar de beste plek is een kustklif in de broedtijd — Point Reyes, Bodega Head of de kade bij Monterey — waar je van dichtbij ziet hoe donker die mantel werkelijk is naast een langsvliegende zilvermeeuw. Ten noorden van Oregon moet je rekening houden met kruisingen: let dan vooral op de vleugelpunt, want het zwart daarvan verwatert bij tussenvormen tot een vuil grijs.
Staat van instandhouding
Partners in Flight schat de wereldpopulatie op ongeveer 86.000 vogels — weinig voor een soort die zo gewoon oogt — en in vijftig jaar is meer dan de helft daarvan verdwenen. In het State of the Birds-rapport van 2025 staat de soort als kantelpuntsoort met een oranje waarschuwing. Als oorzaken worden de naijling van DDT genoemd, de El Niño-jaren van de jaren tachtig en negentig met hun ineenstortende visbestanden, en olievervuiling langs de kust.
Wetenschappelijke naam
Larus occidentalis | Audubon, 1839
John James Audubon beschreef de soort in 1839 als Larus occidentalis, de naam die ze nog draagt; auteur en jaartal staan daarom zonder haakjes. occidentalis is Latijn voor westelijk, van occidens, de ondergaande zon. Het beschreven exemplaar kwam van Cape Disappointment, de kaap bij de monding van de Columbia in Washington. Er worden twee ondersoorten onderscheiden, die in mantelkleur en oogkleur van noord naar zuid geleidelijk in elkaar overlopen.




