Alle soortenZangvogels › Leeuweriken

Leeuweriken | Alaudidae

Larks | Alondras

Aan de achterzijde van de loopbeen dragen deze vogels afzonderlijke schubben op een afgeronde rand, waar andere zangvogels daar één gladde hoornplaat hebben. Het verenkleed is fijn gestreept in zand-, aard- en grijstinten en verdwijnt op kale grond volkomen; wie zo'n vogel uit het oog verliest, vindt hem pas terug als hij beweegt. Er wordt gebroed in een kuiltje in open, laag of onbegroeid terrein, waarbij naast de nestkom vaak een plaveisel van steentjes of kluitjes aarde wordt gelegd, aan de kant waar de wind vandaan komt. De jongen kruipen daar dagen voordat ze kunnen vliegen al uit weg en verspreiden zich lopend over het terrein, wat de kans verkleint dat één vondst het hele broedsel kost. De zang wordt hoog in de lucht afgeleverd en loopt zonder pauze door, bij sommige soorten minutenlang, met nabootsingen van andere vogels erin verwerkt. In de winter trekken losse groepen over stoppelvelden, wegbermen en kaalgewaaide sneeuwvlakten, waarbij het menu grotendeels van insecten op zaden overgaat.

Inheemse soorten 1 soort

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Eremophila 1 soort

Exoten 1 soort

Soorten die hier van nature niet voorkomen maar zijn ingevoerd of ontsnapt en zich sindsdien handhaven. Ze staan op volgorde van de lijst, niet per geslacht.